Premium

The Lion King leert ons onverwachte lessen over de toekomst van animatie

De film vertelt vooral welke kant het níet moet opgaan, betogen Vincent Lammers (The Ambassadors) en Ania Markham (Post Panic).

Met ingehouden adem keek de wereld afgelopen jaar naar de trailer van de nieuwe Lion King. Het internet ging los en de video werd binnen 24 uur meer dan 224 miljoen keer bekeken. En terecht, want behalve dat het voor velen nostalgie is, zien de beelden er adembenemend mooi uit. Disney heeft Simba en zijn vrienden tot leven gebracht met de allernieuwste animatietechnieken. Zien we die foefjes binnenkort ook in reclamewereld? 

Disney is aan het experimenteren met een nieuwe stijl: films die er fotorealistisch uitzien zonder dat daar fotografie of camerawerk bij komt kijken. De nieuwe Jungle Book (2016) was het eerste resultaat. Op de acteur Neel Sethi na, die het jongetje Mowgli speelt, zijn alle personages met de computer gemaakt. De dieren lijken net echt. De slang Kaa is zo goed gelukt dat je er rillingen van krijgt. Na het succes van deze film heeft Disney de smaak te pakken. Het is druk bezig met het re-animeren van andere tekenfilmklassiekers, waaronder The Lion King.

Kaa in de remake van de Jungle Book
Kaa in de remake van de Jungle Book

Potlood en papier

Het is niet verrassend dat Disney, dat Pixar in 2006 kocht, experimenteert met nieuwe animatiestijlen. Pixar is een pionier op dit gebied. Het begon in 1995 met Toy Story, de allereerste volledig computergeanimeerde film. Het verhaal gaat over speelgoed dat tot leven komt als er geen mensen in de buurt zijn. De film bracht 350 miljoen euro op en heel wat prijzen op de plank. Door het succes van Pixar namen Disney en andere grote studio’s ook massaal softwareontwikkelaars onder de arm. Ze besloten om films niet langer alleen met potlood en papier te maken, maar laten tekenaars en developers nauw met elkaar samenwerken. Hiermee heeft Pixar de filmindustrie voorgoed veranderd.

Toy Story
Toy Story

Als we de beelden van de Lion King vergelijken met Toy Story, zien we dat de techniek niet stil heeft gestaan. Toch waren de reacties op de trailer zeer wisselend. Sommigen vonden de beelden zo realistisch, dat de emotie verloren gaat. Een journalist van Quartz: ‘Kijk naar de giraffen in de oude film. Dat zijn emotionele giraffen. De nieuwe Lion King lijkt op een natuurdocumentaire.’ De vraag rijst: heb je wel een fotorealistische animatie nodig om een verhaal te vertellen? Deze vraag is voor marketeers relevant, want de techniek duikt steeds vaker op in commercials.

Zo maakte Mercedes twee jaar geleden een video met een geanimeerde leeuwenkop. En in hetzelfde jaar lanceerde de Bijenkorf een spotje met een musje dat door het warenhuis vliegt. Het verschil met The Lion King is dat deze spotjes zijn gemaakt middels ‘live action’. Dit houdt dat de film met een echte camera is geschoten en de animaties later erin zijn gezet. Een volledig geanimeerde fotorealistische commercial, zoals The Lion King, bestaat – tot zover bekend - nog niet in Nederland.

Mercedes-commercial
Bijenkorf-commercial

Natuurdocumentaire

Vincent Lammers, creative partner bij The Ambassadors, ziet dat niet als een gemis: ‘Omdat je met animatie alles kunt maken, hebben mensen de behoefte om ook alles te proberen. Dat is gevaarlijk. Kijk naar Pixar, zij herproduceren met de nieuwste technieken The Lion King, maar die wordt waarschijnlijk helemaal niet beter dan de originele versie. Ik vind het meer een gebrek aan creativiteit.’

Techniek moet volgens Lammers geen doorslaggevende factor zijn om een commercial of film te maken. ‘Je moet juist iets kiezen wat past bij de marketingstrategie, anders gaat het falen. Je wilt niet dat kijkers alleen denken: tof, deze commercial lijkt net echt. Je wilt dat ze er ook een gevoel bij krijgen. Emotie zorgt voor verbinding met je merk. Daarom is het belangrijk dat je je onderscheidt in design, stijl en techniek. Door het combineren van oude en nieuwe technieken, zoals handwerk, 2D en 3D, kun je unieke dingen maken.’

Lammers ziet dus niet in waarom merken zouden moeten experimenteren met fotorealistische animaties. Het is volgens hem een misvatting dat video’s levensecht moeten lijken om een gevoel over te brengen. Hij refereert aan de studie van Fritz Heider en Marianne Simmel uit 1994. De onderzoekers onderzochten hoe proefpersonen de wereld waarnemen. Zij maakten een korte animatiefilm met geometrische figuren. Alle respondenten beschouwden de figuren als mensen en zagen er een verhaal in. ‘Je hebt dus helemaal geen levensechte animatie nodig om een verhaal te vertellen’, aldus Lammers.  

Té perfect

Ania Markham, strategy partner bij Post Panic, is het met Lammers eens. ‘Voor ons is een nachtmerrie als klanten komen met een aanvraag voor een fotorealistische animatie. Wij antwoorden altijd: “Waarom?” Wij geloven absoluut niet dat je fotorealistische animatie nodig hebt. Een commercial lijkt dan soms té perfect, waardoor de authenticiteit verloren gaat. Wij kijken eerst naar het verhaal en daarna pas naar de techniek. In sommige situaties past fotorealistische animatie, maar we kiezen meestal voor live action.’

Ook Lammers geeft de voorkeur aan deze manier van filmen. ‘In de reclamewereld moet je snel iets neerzetten. Een fotorealistische animatie is wat dat betreft tijdrovend’, vervolgt hij. ‘Ik denk dan ook dat live action beter past bij de afwegingen die markteers moeten maken. Als je bijvoorbeeld een bos gaat nabootsen met de computer, ga je over elk blaadje en nadenken en discussiëren. Door het filmen in een echt bos, dwing je jezelf om keuzes te maken.’ 

premium

Registreer en probeer 1 maand gratis

Om dit artikel te kunnen lezen heb je een Premium account nodig. Registreer nu en probeer de eerste maand gratis.

Probeer 1 maand gratis Abonneer direct

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt uitsluitend gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is alleen zichtbaar voor de redactie.
Advertentie