De les van Squid Game: er moet iets op het spel staan voor de beslissers zelf

Vroeger ging de keizer bij een veldslag voorop in de strijd. Bij veel besluiten nu hebben de beslissers persoonlijk niets te verliezen.

Squid game
Shutterstock

Door Harrie van Rooij

Wat hebben de Netflixserie Squid game, de toeslagenaffaire en de wiskundeles van mijn dochter met elkaar gemeen? Dat komt straks. Eerst wil ik het hebben over het idee van ‘burgers centraal’.

Het is het idee dat je het vaakst hoort in discussies over hoe de overheid vertrouwen kan terugwinnen. Het is ook een idee waar je alleen maar vóór kunt zijn. Daar is op zich niets mis mee. Soms verdwijnen juist de meest vanzelfsprekende ideeën naar de bodem van ons bewustzijn. We moeten ze onder het zand vandaan halen en opnieuw leven inblazen. Daarom beginnen alle memo’s en rapporten keurig met de mededeling dat voortaan burgers centraal staan.

Alleen maar prima. Maar toch. Het voelt soms ook een beetje gratuit. Ik bedoel, wat gebeurt er eigenlijk als je burgers níet centraal stelt? Wat zet de overheid op het spel met deze belofte?

Die vraag diende zich aan toen ik net als zovelen naar Squid game keek, de dramaserie waarin deelnemers – geronselde gokverslaafden – een morbide spel spelen. Morbide, want: wie wint krijgt de jackpot, wie verliest wordt doodgeschoten.

Het is intrigerend om te zien hoe deze inzet – leven of dood – het spel verandert. De deelnemers halen alles uit zichzelf om te overleven. Voor de kijker veranderen suffe kinderspelletjes in een adembenemend spektakel.

Advertentie
advertisement

Skin in the game

Het deed me denken aan een boek van de Libanese schrijver Nassim Taleb. In Skin in the game argumenteert Taleb dat het principieel onjuist is dat mensen in organisaties beslissingen nemen die grote gevolgen hebben voor anderen terwijl ze zelf nauwelijks risico’s lopen.

Denk aan militaire adviseurs die adviseren om manschappen naar het front te sturen. Of denk aan aan banken die met grote risico’s investeren en als ze bijna omvallen door de overheid overeind worden gehouden (terwijl veel van hun klanten financieel ten onder gaan). En aan de ketens van verkeerde beslissingen die in de toeslagenaffaire hebben gezorgd voor drama’s in duizenden gezinnen.

Skin in the game betekent zoiets als ‘iets te verliezen hebben’. Volgens Taleb nemen mensen betere beslissingen als de gevolgen henzelf raken. In oudere tijden was het bijvoorbeeld vanzelfsprekend dat een keizer of legerleider bij een veldslag voorop ging in de strijd. Door jezelf op het spel te zetten liet je zien dat je geloof had in de zaak.

Zonder die persoonlijke inzet verandert alles. Niet dat je meteen onverschillig of harteloos wordt. Het probleem is eerder dat je slechter presteert als je niets te verliezen hebt. Je wordt sneller overmoedig, overoptimistisch of onnauwkeurig. Veel adviseurs zijn bijvoorbeeld geneigd om beleid te bedenken dat te complex is. Dat komt doordat ze hoogopgeleid zijn en dus van complexiteit houden. Hierdoor overschatten ze de slaagkans van ingewikkelde oplossingen.

Van persoonlijk belang naar optimale keuzes

Een ander punt is dat je heel anders gaat leren als je iets te winnen of te verliezen hebt. Ik zie dat bijvoorbeeld bij mijn dochter en veel van haar klasgenoten, die allemaal een stevige afkeer van wiskunde hebben. Abstracte theoretische formules zeggen hen niets. Als ze echter telefoonabonnementen vergelijken, met ingewikkelde combinaties van vaste en variabele kosten, maken ze berekeningen die naar optimale keuzes leiden. Zo zouden ze prima wiskunde kunnen leren.

Taleb is een verstorende denker en skin in the game is een ongemakkelijk concept. De grote vraag lijkt me deze: hoe creëer je situaties waarin betrokkenheid en verantwoordelijkheid leiden naar kwaliteit en leerprocessen? Een simpel antwoord is er niet. Maar de vraag opent een zoektocht naar manieren om je inzet te verbinden aan concrete uitkomsten voor anderen en om ideeën te ontwikkelen in reële leefsituaties.

Ik weet niet hoe je burgers centraal stelt. Maar met Taleb in het achterhoofd stel ik deze vuistregels voor:

  1. Verklein asymmetrieën, dat wil zeggen situaties waarin de consequenties van foute beslissingen voor de bedenkers laag zijn, maar groot voor degenen op wie ze worden toegepast.
  2. Voer nieuwe ideeën niet uit als de bedenker de consequenties niet kan overzien.
  3. Laat ontwerpers van regels in direct contact met hun doelgroep ervaren hoe de regels uitpakken.

Het enige probleem is dat ik met deze adviezen zelf niets te verliezen heb.

Harrie van Rooij is coördinerend adviseur communicatie bij het ministerie van Financien. Daarnaast doet hij promotieonderzoek bij de Radbouduniversiteit Nijmegen,het Institute for Science in Society, over hoe organisaties via taal hun werkelijkheid definiëren. 

Plaats als eerste een reactie

Advertentie