Mijn zus belde me met het verzoek dat als Magere Hein ooit bij haar aanklopt, ik haar alsjeblieft niet wil doodverklaren op LinkedIn. Ze vond het nogal intens dat haar timeline tegenwoordig volstaat met overleden mensen. Als iemand overlijdt, is dat bovenal erg verdrietig. Maar in de loop van je carrière verzamel je op LinkedIn een peloton aan mensen met wie je hooguit één keer kort hebt gesproken. Je voelt je bijna een voyeur wanneer je alsnog in de condoleance-comments belandt van iemand met wie je ooit op een borrel de hand hebt geschud.
Mijn zus en ik hebben sowieso al een gedeeld trauma met doodverklaringen op social media. Mijn vader had mij als vertrouwenspersoon aangewezen voor zijn Facebookpagina, en met zijn overlijdensakte kon ik die omzetten in een herdenkingspagina. Wat ik niet wist: hij had nog vier andere profielen omdat hij, wanneer hij zijn wachtwoord vergat, een nieuwe aanmaakte. Ik ben ze één voor één gaan melden als overleden. Tot het tweede ging het vlekkeloos, bij het derde liep het vast, bij het vierde werd ik zonder waarschuwing geblokkeerd wegens verdachte activiteiten, met de mededeling dat al mijn Meta-profielen geblokkeerd zouden worden als ik doorging met mensen doodverklaren. Er blijkt een maximum van twee doodverklaringen per keer te gelden. Dat het steeds om dezelfde persoon ging, deed er kennelijk niet toe.
Terug naar LinkedIn. Je ongemakkelijk voelen over voyeurisme bij overleden mensen met wie je geen of nooit echt een band hebt gehad, is vervelend. Maar levende mensen op LinkedIn zijn vaak veel vervelender. Het komt niet onregelmatig voor dat ik met een ontevreden gevoel achterblijf nadat ik mijn LinkedIn-feed heb uitgescrold. Een professioneel soort fomo gecombineerd met een verongelijkte emotie die me nog het meest doet denken aan mijn middelbare schooltijd. Vooral mensen met gebrek aan visie maar een smakeloos talent voor LinkedIn-AI prompts, lukt het om mij direct als een soort puberale Gargamel achter mijn laptop te krijgen.
Ik besprak dit met een vriend die als neuroloog een uitstekende carrière heeft. Tot mijn verbazing en opluchting herkende hij meteen mijn emotie en vertelde hij hoe hij ook, zuchtend en steunend, leest over andere medische specialisten die dan bijvoorbeeld wel worden gevraagd om te spreken op een conferentie en zich niet te beroerd voelen om dit op hun LinkedIn-tijdlijn te delen. Ook bij hem borrelen dan de puberale emoties weer naar de oppervlakte. Gelukkig blijkt het een universele frustratie die zich niet beperkt tot onze beroepsgroep. LinkedIn heeft toegang tot ieders zeven zonden, iedereen heeft daarin z'n zwakke plek en het LinkedIn-algoritme weet die moeiteloos te vinden. Sterker nog, hij kent die zwakke plek eerder dan jij.
Het enige wat me te doen staat is mijn eigen antigif ontwikkelen. M’n eigen intolerante wereld creëren, m’n eigen LinkedIn-bubbel bouwen met alleen mensen die ik echt leuk vind en naar wie ik oprecht benieuwd ben. En de rest muten. Gaat het verder, houdt het niet op, niet vanzelf? Dan verbreek ik resoluut de LinkedIn-connectie. We hoeven natuurlijk niet tot in de eeuwigheid op LinkedIn gelinkt te blijven totdat we als visieloze schimmen uit het verleden elk jaar op elkaars tijdlijn opduiken.
Sarah Hagens is oprichter van Hagens PR.
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu