'Nederlandse bureaus zijn niet competitief'

Susanne van Nierop, redactie | 11 november 2009, 12:55

Nederlanders werken niet hard genoeg en expats leven in hun eigen wereld. Deze twee redenen waarom de Nederlandse reclame-industrie nog altijd is verdeeld in twee werelden kwamen dinsdagavond naar voren tijdens de door VEA en VCP georganiseerde Creative Lounge.

Het thema van de eerste Creative Lounge in Pakhuis de Zwijger had als thema ‘Amsterdam – Two worlds of advertising.’ Het doel was deze twee werelden eens bij elkaar te brengen en de dialoog aan te gaan. Dat gebeurde ook, al werden vooral de verschillen en niet de gemeenschappelijke belangen benadrukt. De door Geertje Hoek (Liberty Film) en Jelani Isaacs (ex-Comrad) gemodereerde avond was verdeeld in twee delen: eerst vertelden Neil Dawson (executive creative director Philips DDB Londen), Daniel Bergmann (producer Stink) en Chris Baylis (creative director Tribal DDB) over hun werk voor Philips, met name over het in Cannes met Grand Prix bekroonde Carousel.

Al snel kregen zij de vraag hoe Nederlands de Grand Prix eigenlijk was met zoveel buitenlandse creatieven en een Engels productiemaatschappij. Het antwoord was simpel: Philips is een Nederlandse klant, creatieven bij Tribal DDB Amsterdam bedachten een concept waar Philips niet omheen kon, waar het hele bureau, inclusief de Nederlandse managing director en account director achter gingen staan. Dawson merkte nog op over Philips: ‘Philips doet de mooiste dingen maar niemand weet het. Dus als gereserveerdheid en het gebrek aan vertrouwen Nederlands is, dan is Philips wel echt Nederlands denk ik.’ Baylis: ‘Misschien is het een gevolg van het poldermodel, waardoor je snel in het midden uitkomt.’

Door de avond heen kwamen vragen aan bod als: moeten we trots zijn op werk van buitenlandse creatieven? En waarom werken bij internationale bureaus geen Nederlandse creatieven? Gezien het feit dat Wieden+Kennedy en 180 toch respectievelijk 17 jaar en 11 jaar in Amsterdam zijn gevestigd deed de vraagstelling wat gedateerd aan. Toch leefde de discussie in de voornamelijk met VCP-leden gevulde zaal wel degelijk.

Met name in het tweede deel, toen Dawson en Bergmann plaats maakten voor Diederick Koopal (TBWA\Neboko), Paul Lavoie (Taxi) en Bram Schouw (hazazaH). Aan Koopal werd de vraag gesteld hoeveel buitenlandse creatieven er werken bij TBWA\Neboko. ‘Ongeveer 10-12, maar dat zou moeten groeien, omdat diversiteit belangrijk is.’ Het was eigenlijk een bruggetje naar de vraag de aanwezige recruiter van Wieden+Kennedy, Keith White, waarom er niet meer Nederlandse creatieven bij het bureau werken. White formuleerde de stelling dat Nederlanders eigenlijk alleen bereid zijn van 9 tot 6 te werken nog voorzichtig. ‘Wij leven in een parallel universum met onze klanten die vaak pas wakker worden als de Nederlanders gaan slapen. Dat is een ander werkethos.’

Het bracht een geanimeerde discussie op gang over wat nu normaal is: doorwerken tot je er bij neervalt om het beste resultaat te bereiken of een gezond sociaal leven naast het werk er op na houden. Robbert Jansen merkte vanuit de zaal op: ‘Toen ik bij BBH Londen werkte zei John Hegarty altijd: “Als je je werk niet tussen 9 en 6 kan doen, dan ben je niet goed genoeg.” Daar ging iedereen op tijd naar huis. Ik wilde wel doorwerken. Expats hebben nu eenmaal een minder groot sociaal leven, dat is hier niet anders.’ White merkte nog op dat Nederlanders over het algemeen niet competitief zijn en dus niet tot het uiterste gaan. Baylis kon deze stelling van harte onderschrijven.

Schouw stelde de vraag aan 180 en W+K die alle aanwezigen bezig hield: ‘Waarom werken jullie niet met Nederlandse productiemaatschappijen?’ Claire Finn, head of production U-Turn (180) vond het moeilijk te pin-pointen maar schreef het uiteindelijk toe aan het feit dat – mede door het beperkt aantal grote jaarlijkse producties - de creatieven liever in zee gaan met een partij met wie ze eerder grote producties met succes hebben afgerond. Schoorvoetend gaf ze ook toe: ‘Het service-niveau is ook niet altijd zoals we gewend zijn.’ White deed er nog een schepje bovenop: ‘Service laat in Nederland op alle fronten te wensen over, of het nu restaurants, winkels of productie is. We leven in een open-source-world dus iedereen zal slimmer en beter moeten worden.’
Lavoie, die naar eigen zeggen ook wel wat service-issue heeft ondervonden: ‘Mijn suggestie zou zijn: reclame en leven doen we in Amsterdam, de service outsourcen we aan de Fransen.’

VEA en VCP zijn van plan vier keer per jaar een te organiseren.

Over de auteur

Reacties op dit artikel (8)

Comment author avatar
Avatar

Piet Miller

(11 november 2009, 15:14)
Een groot verschil zijn natuurlijk ook de budgetten. Groots werk is in maar ook kostbaar. Dus voorbehouden aan bureaus die werk maken voor grote markten. Dat is NL natuurlijk niet, een grote markt.
Avatar

Wil

(12 november 2009, 9:57)
180 en Wieden+Kennedy zijn net zo Nederlands als The Rolling Stones. Ze zitten wel in Amsterdam, maar daar houdt ook alles mee op.
Avatar

Maarten

(12 november 2009, 10:51)
Service laat in Nederland op alle fronten te wensen over [...]" Haha, UNDERSTATEMENT OF THE YEAR!!!!
Avatar

Robert

(16 november 2009, 13:04)
En de gemiddelde Nederlandse in zijn ingekakte bureaunetwerkkantoortje kijkt met zijn immer verlammende jaloezie naar de WK, 180, 72AndSunny en blijft maar roepen dat ze niet Nederlands zijn zonder in staat te zijn zelf innovatief te worden. Zonder deze bureaus was Amsterdam slechts een nationaal hubje binnen de mondiale reclame-industrie
Avatar

Anoniem

(16 november 2009, 14:12)
Ergens in het artikel: 'White formuleerde de stelling dat Nederlanders eigenlijk alleen bereid zijn van 9 tot 6 te werken nog voorzichtig'
Dat is zeker zo voor bureau creatieven. Ik als freelance creatief (kan mijn naam hier niet noemen) heb vaak in avonden en in het weekend extra uren gemaakt omdat er werk bleef liggen bij de Nederlandse bureaus. Die mensen waren al naar huis.
Avatar

Yvonne

(17 november 2009, 11:33)
Nederlandse productie maatschappijen zijn ook erg klungelig in hun werk en zeer klant onvriendelijk.
Service is inderdaad ver te zoeken. Nederlanders kunnen zich niet gedienstig opstellen waardoor ze nooit mee kunnen spelen op internationaal niveau. De enige bedrijven uit Nederland die veel internationaal werken zijn volgens mij alleen John Doe en Kesselskramer. Bureaus door Nederlanders begonnen dan.
Avatar

Piet Miller

(23 november 2009, 8:37)
@Yvonne. BSUR ook. En zo zijn er nog wel meer maar het is vaak niet zichtbaar in NL en dus onbekend.
Avatar

Wouter van der Pauw

(24 november 2009, 11:04)
Misschien is werkethos wel het omgekeerde probleem. Nederlanders kunnen best service gericht creëren en hard werken, maar we kunnen ook zeuren. Bij veel bureaus wordt het personeel op dit moment onder druk gezet om harder te werken. Als budgetten lager worden en werkdagen langer treed er op een gegeven moment verzuring op. Je kunt niet twee jaar elke dag tot 24:00 uur op kantoor zitten.

Gerelateerde items Creative Lounge Vea Vcp