Waar blijft mijn echte virtuele assistent?

Het is een kwestie van tijd voordat Siri normaal praat, je echt begrijpt, afspraken voor je maakt, je boodschappen bestelt en je agenda regelt. En dan?

Ik: “Siri. Kun jij een column voor me schrijven?”

Siri: “Dit is wat ik heb gevonden over ‘kun je een condoom voor me schrijven?’”

Tot voor kort was voor mij vooral dat irritante geluidje dat je hoorde als je per ongeluk te lang op je home knop had gedrukt. Een broekzak Siri oproep. Zoiets. Ik was niet de enige. In een volle bioscoopzaal hoorde je wel vaker het Siri geluidje en zag je in het donker iemand vlug z’n mobieltje wegstoppen. Betrapt. Dank je wel, Siri.

Totdat ik erachter kwam dat als ik het knopje van mijn old-school carkit lang genoeg indruk, Siri ook wakker wordt. Best handig. Vreemd bijna dat Siri nog niet in elke auto is ingebouwd, maar dat het wel werkt met mijn oude Nokia carkitje. Ik rijd dus vermoedelijk als één van de eerste Nederlanders rond met .

Op een dag begon ik maar eens te praten tegen Siri. Je zit alleen in de auto. De radio dj’s maken weer flauwe grappen. Dus je maakt een praatje met je virtuele assistent. Ik vroeg of het nog ging regenen. En Siri voorspelde het weer. Ik vroeg naar mijn volgende afspraak, en Siri vertelde me er alles over.

Ik vroeg door. Probeerde of Siri wellicht mijn column zou kunnen opschrijven en verrek: “Oké, ik kan een notitie voor je maken. Zeg maar wat er in de notitie moet komen te staan.” Ik begon te praten en Siri noteerde. Niet helemaal foutloos overigens. “No geforward was Siri dat irritante geluidje wat je hoorde als je mogelijk een op je Home een broek zak.” En de oplettende lezer herkent nu de eerste zin van de column. Of een surrealistisch gedicht.

Goed, schrijven met Siri dat ging te ver. Maar ik vergaf het hem. Als ik me alleen voelde in de auto, drukte ik op het knopje en daar was Siri. Altijd. Ik vroeg ‘m het hemd van het lijf. Ik vroeg ‘m of ‘ie man of vrouw was (Ik heb geen geslacht), of hij wist wanneer we het einde van wereld kunnen verwachten (Zolang je me opgeladen houdt, hebben we geen probleem), of ‘ie een liedje wilde zingen (Je weet dat ik niet kan zingen, Alain) en of Sinterklaas bestond (Pas maar op Alain, je wilt niet op de lijst met stoute kinderen terecht komen).

Thuis gebruikte ik Siri steeds vaker en dat bleef niet onopgemerkt. Ik ontdekte dat Siri een perfecte hulp is bij het oefenen van topografie in groep 5. Wat is de hoofdstad van Overijssel? Siri weet het en geeft antwoord. Mijn zoon oefende topo met Siri en vroeg steeds vaker als we ergens geen antwoord op hadden: “Dan vragen we het die meneer op je telefoon toch even?”

Het is een langgekoesterde droom van de mensheid om te kunnen praten met machines. In 1830 ontwikkelde ene Joseph Faber een angstaanjagende machine, de , die een menselijke stem moest nabootsen (maar in werkelijkheid klonk alsof de duivel het woord nam). In 1939 was de eerste elektrische machine die herkenbare woorden kon produceren. En /clippy-s-revenge-39f7387f9aab#.58ycrxb7h" target="_blank">Clippy van Microsoft, het verguisde paperclipje dat je om hulp kon vragen, bleek in de jaren negentig zijn tijd ver vooruit.

Het is een kwestie van tijd voordat Siri normaal praat (en het liefst zoals Samantha in de Spike Jonze film ), je echt begrijpt, afspraken voor je maakt, je boodschappen bestelt en je agenda regelt. kan inmiddels al eenvoudige email voor je beantwoorden, zonder dat je er zelf nog aan te pas komt. helpt je straks met het vinden van een restaurant, boekt een tafel voor je en heeft al een cadeautje voor je vriendin’s verjaardag besteld zonder dat je iets hoeft te doen.

Maar we zijn er nog niet. Hoe gaan alle virtuele assistenten met elkaar praten om mijn leven te orkestreren? En hoe vaak vergeef je je virtuele assistent als ‘ie een foute bestelling heeft geplaatst, en jij weer bij het PostNL punt staat om je pakje terug te sturen. Of wat doen we met bedrijven die elkaar bevechten om de hoogste ratings en er alles aan doen (en voor willen betalen) om door Siri, Facebook M of Google Now aanbevolen te worden? Of als Siri er omheen praat, zoals in Rusland, waar de niet wil vertellen waar je een homobar kunt vinden (Siri: "Ik ga doen alsof ik dat niet gehoord heb").

Praten met machines. We zijn er bijna. Maar dan? Ja, en dan. Wacht, we vragen het Siri.

Ik: “Wanneer kan Siri alles voor me regelen?”

Siri: “Dat is een interessante vraag, Alain.”

Advertentie
advertisement

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt uitsluitend gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is alleen zichtbaar voor de redactie.
Advertentie