Inspirerende les Slavernijmuseum: voor draagvlak is geen verdelend, maar een helend verhaal nodig

Nationaal Slavernijmuseum is een toonbeeld voor het omgaan met maatschappelijke weerstand, stelt Paul Stamsnijder.

Amsterdamse wethouder Touria Meliani (midden) en Cultuur-staatssecretaris Fleur Gräper tijdens presentatie advies Nationaal Slavernijmuseum
ANP Kjell Hoexum

Wie het nieuws volgt, ziet vrijwel iedere dag berichten over organisaties die kampen met geschonden vertrouwen, afkalvend draagvlak en incidenten die in de media worden uitvergroot.

Niet voor niets vragen veel organisaties zich af, hoe zij in deze tijd van polarisatie komen tot wat wel een maatschappelijke positionering wordt genoemd: een betekenis die relevant is voor iedereen. Is het nog wel mogelijk om draagvlak te organiseren?

En dat maakt de vraag actueel, of een reputatie wel te managen is. En zo ja dan, hoe? In dit licht is het zinvol om een aantal basisstrategieën te verkennen aan de hand van voorbeelden uit de museale wereld.

Musea zijn immers bij uitstek plekken waar mensen hun mening vormen over de wereld en over zichzelf. Vanuit musea ontstaan verhalen met performatieve werking, ze sturen gedrag. Bovendien putten mensen er hoop en troost uit. Musea bieden ruimte voor ruimdenkendheid. Ze creëren prikkelende proeftuinen waarin gedachten veranderen, betekenis ontstaat en grenzen worden verlegd.

Communicatie als buffer

Als zich een reputatievraagstuk aandient, wordt vaak gekozen voor een tweesporenstrategie: defensief waar het moet, offensief waar het kan. In veel situaties wordt gekozen voor het defensieve perspectief: de verdedigingsroute, in vaktermen ook wel the track of fear. Het gaat dan om afstand houden, niet bewegen of wegbewegen. Communicatie wordt ingezet als buffer. Het is de lijn van het conservatisme, het mitigeren van risico’s en het vermijden van pijn. Feitelijk gaat het om spelen om niet te verliezen.

We zien dit soort situaties regelmatig terug. Als er iets fout gaat, wordt een onderzoek ingesteld om ‘eerst de feiten boven tafel’ te krijgen, er wordt tijd gerekt en ferme besluiten worden uitgesteld. De insteek is om het gewenste deel van de waarheid te vertellen.

Deze houding was de laatste jaren zichtbaar bij het debat rondom het op te richten Nationaal Historisch Museum. Wat begon vanuit de behoefte om meer betekenis te geven aan de Nederlandse identiteit, verwerd al snel tot een soort uiting van onbevredigde burgerlijkheid.

Vanaf het begin werd de fout gemaakt dat louter werd gemikt op een wit, hoogopgeleid publiek. Het mensbeeld dat uit alle uitingen oprees was dat van ‘de Nederlander’, waarbij alles wat daarbuiten viel werd gepresenteerd als ‘on-Nederlands’, tegen het decor van een gidsland: Nederland als een kleine, maar moreel verheven natie.

Niet voor niets bleef het draagvlak beperkt. Door de critici werd het Nationaal Historisch Museum weggezet als een zelfgenoegzaam, potentieel nationalistisch museum. De initiatiefnemers van het Nationaal Historisch Museum toonden zich kleurenblind, wars van iedere vorm van zelfonderzoek en reageerden afwijzend op ieder mogelijk punt van kritiek. Zo ging het initiatief ten onder in gedweep met de clichématige symbolen van de staat, VOC, een hang naar de Gouden Eeuw en ontkenning van zwarte bladzijden in onze geschiedenis.

Al met al maakten de initiatiefnemers de denkfout, om vol te gaan voor een defensieve strategie.  De gehunkerde eenheid van het Nederlandse volk bleek niet meer dan een fantoom. Omdat de negatieve perioden in de Nederlandse geschiedenis werden gebagatelliseerd, nam de kritiek alleen maar toe. Het weglaten van de ongemakkelijke hoofdstukken in het verhaal zat breed draagvlak in de weg.

Wie geen gelijke tred houdt met de verwachtingen in de samenleving, riskeert uiteindelijke hogere kosten, waardeverlies en meer maatschappelijke weerstand. Vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen is er wel draagvlak voor een onlinecollectie die aandacht besteedt aan de vaderlandse geschiedenis, maar een fysieke locatie voor een Nationaal Historisch Museum wordt nu niet haalbaar geacht.

Communicatie als brug

Wie werk wil maken van een robuuste reputatie, doet er goed aan het meer offensieve perspectief te verkennen: veranderen van binnenuit. Dit wordt ook wel de track of hope of de veranderroute genoemd. Die draait om inzetten van de verbeelding en het omarmen van het experiment om te komen tot prikkelende perspectieven. Anders gesteld: meebewegen of liever nog vooruit bewegen.

Een voorbeeld is het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam. Hoewel het museum pas in 2030 open gaat, wordt vanaf de eerste verkenningen gebouwd aan breed draagvlak. De insteek is niet om een buffer te vormen, maar juist om een brug te slaan.

Al in het plan voor de oprichting en bouw (februari jongstleden) wordt positie gekozen, met een heldere boodschap: vertel het hele verhaal van het Nederlandse slavernijverleden, zodat toekomstige generaties opgroeien met een compleet en eerlijk beeld van de geschiedenis, belicht vanuit meerdere perspectieven.

Zoals in het plan wordt gesteld: ‘Een verhaal over onderdrukking, groot verdriet en idem leed, over woede en intergenerationeel trauma. Op grond van deze gedachte kan een museum, dat het verhaal vertelt van een zeer gevoelige periode in de geschiedenis, een veilig huis zijn voor iedereen. Ongeacht kleur of afkomst.’

Het verhaal gaat niet om verdeeldheid, maar om gelijke kansen in een veranderende wereld. Zo besteedt het Slavernijmuseum iedere keer weer aandacht aan ‘de andere kant van het verhaal’. Alleen dan wordt de doorwerking van het slavernijverleden onderdeel van ons collectieve bewustzijn. Zoals in het plan wordt gesteld: ‘alleen het volledige, hele verhaal heelt […] De Nederlandse slavernijgeschiedenis is van ons allemaal.’ De samenleving wordt gezien als pluriform: er zijn altijd groepen die geschokt of gekwetst kunnen zijn.

De menselijke verhalen

De les van het Slavernijmuseum is eenvoudig: wie een veilig huis wil zijn voor alle bezoekers, ongeacht kleur of afkomst, geeft ruimte aan alle verhalen die onderdeel zijn van onze gemeenschappelijke geschiedenis. Bij voorkeur vanuit een open, empathische, liefdevolle houding.

Om te bouwen aan draagvlak is het immers helender om de werkelijkheid in volle omvang te aanvaarden door niet alleen te kijken naar hoop en kracht, maar ook naar pijn en trauma. Er is meer dan de witte blik op de wereld. Complexe issues krijgen immers alleen betekenis door te kiezen voor een meervoudige manier van zien.

Het Nederlands slavernijverleden duurde meer dan drie eeuwen en was geografisch verspreid over meer dan dertig landen. Niet voor niets komt het Slavernijmuseum de komende maanden samen met het Verzetsmuseum met de pop-uptentoonstelling Verzet tegen slavernij over mensen die zich hebben ingezet voor de afschaffing van de slavernij.

Het accent ligt op de persoonlijke verhalen ‘achter de komma’: als het te veel gaat over de aantallen in de slavernij, ga je mee in de gedachte dat de menselijke maat er niet toe deed. Hierbij komt zowel het verzet van tot slaaf gemaakte mensen zelf aan de orde, als de anti-slavernijbeweging in Nederland.

Het Slavernijmuseum geeft een inspirerende les voor alle organisaties die kampen met maatschappelijke weerstand: schiet niet in de verdediging, maar kies voor de openheid. Help mensen om de reis te maken van de duisternis in het verleden naar een hoopvolle toekomst.

Wie dat zelfbewust doet, heeft ook bestaansrecht voor de volgende generaties. Want uiteindelijk is niets van ons en zijn we hier allemaal maar even.

Paul Stamsnijder is founding partner van de Reputatiegroep

Plaats als eerste een reactie

Ook een reactie plaatsen? Word lid van Adformatie!

Word lid van Adformatie → Login →
Advertentie