Lees mij! Ik ben echt heeeeel knap.

Helaas hebben we niet meer de rechten op de originele afbeelding
adformatie

Halverwege 2007 werden wereldwijd 70 miljoen weblogs geteld. Nog geen jaar later waren alleen al 72 miljoen Chinezen aan het bloggen. Halverwege 2009 publiceerden de Canadese analisten van Sysomos een schatting van het totaal aantal microbloggers. Nederland is grootverbruiker. Met de geschatte 400.000 Twitter-accounts neemt het de 7de plaats in op de wereldranglijst. Interessanter evenwel is het gegeven dat 5% van alle accounts zorgt voor 75% van alle activiteit. Slechts een piepklein percentage van al deze schrijfsels tezamen ontmoet publiek en krijgt respons. We zenden wat af met zijn allen, maar wie wil het horen?

Een Tweet vergt nauwelijks inspanning. Een blogtekst met een kop en een staart kost echter heel wat meer tijd en energie. Waarom leveren we massaal zo’n inspanning als de winst beperkt blijkt. Is het een vingeroefening om ooit een echte schrijver te worden zoals schrijver/columnist en enthousiast blogger Viktor Frölke opperde in FD persoonlijk? Ik ben bereid hem te geloven. Hoeveel mensen dromen niet van een boek met hun naam op de kaft. De boekenmarkt wordt echter redelijk gereguleerd door kritische uitgevers die fungeren als moderators, zich buigend over kwaliteit, toegevoegde waarde en relevantie. Een blogger omzeilt die censuur, maar ontmoet nauwelijks publiek. Wie of wat drijft ons dan?
Zwoegend tijdens schaarse uurtjes vrije tijd, stel ik mijzelf sinds kort dezelfde vraag. Waarom blog ik? Niet het verlangen naar ‘een boek’. Wel de wens zichtbaar te zijn en gehoord te worden beweegt mij. Ik wil stelling nemen. Opiniëren, mobiliseren en het liefst ook inspireren. Schaamtevol erken ik de arrogante implicatie van deze gedachte. Anderzijds, niets menselijks is mij vreemd. Wie schrijft, wordt ‘gezien’. Al is het maar heel even. Everybody wants his 15 minutes of fame. Vertaald naar de wereld van de sociale media is ‘15 seconden’ realistischer. In het verlangen de aandacht te vangen, schreeuwen we. We plakken ons aan anderen in de hoop dat hun beroemdheid op ons afstraalt. We koketteren en falsificeren. Want als gevolg van de vluchtigheid en de relatieve anonimiteit van de digitale wereld kan men gemakkelijk pronken met de veren van een ander en is de kans dat ons eigen poetswerk zijn glans voortijdig verliest zeer gering. Dus zijn we allemaal directeur op Linkedin, sturen we elkaar een recommendation en delen we via Twitter soms niet meer dan de aankoop van nieuwe schoenen. Maar moet ook iedereen weten dat jij het ook “Érrug hé van Haïti” vindt.

Er is niets mis met de motivatie zichtbaar te willen zijn of je gedachten te willen delen met anderen. Door te reageren kunnen zij jouw gedachten nuanceren. Sociale Media is een geweldig hulpmiddel waarmee je meer en vooral ook andere mensen kunt bereiken dan via je traditionele sociale omgeving. Maar velen verliezen de winst van hun inspanningen uit het oog. Men hangt zichzelf te koop, negeert de randvoorwaarden van goed merkmanagement en verkwanselt daarmee de eigen doelstelling. Ik wil graag een mening horen. Bij voorkeur gefundeerd en recht uit het hart. Maar een beetje meer zelfcensuur zou geen kwaad kunnen. "Naar de begrafenis van die BN-er geweest; Sanny, we love you" of "Trots op Nederland, € 83 miljoen in 1 dag voor Haïti", "Ga zo even naar de markt" valt daar wat mij betreft niet onder. En dan geef ik de tekstschrijver van de koningin van harte gelijk dat dit niveau van sociale genoegdoening geen aanwinst is voor de maatschappij.

Hanneke de Bruin

Plaats als eerste een reactie

Ook een reactie plaatsen? Word lid van Adformatie!

Word lid van Adformatie → Login →
Advertentie