Premium

Jorrit Kreek (Urban Arrow): ‘Ik wil mezelf misbaar maken’

In aflevering 1 van de nieuwe serie Creative Achievers gaat Wouter Boon op bezoek bij Jorrit Kreek van bakfietsenmerk Urban Arrow.

Jorrit Kreek
Urban Arrow

In 2009 begon Jorrit Kreek met Gerald van Weel Urban Arrow, het allereerste elektrische bakfietsenmerk. Ze hadden wat ervaring in de fietsbranche, maar geen idee hoe ze een fiets moesten bouwen.

Toch wonnen ze binnen een jaar al een award voor hun eerste prototype. Inmiddels wordt de Urban Arrow in twintig landen verkocht. Kreek vertelt over zijn transformatie van een associatieve ideeënman naar een doelgericht leider van een snelgroeiend bedrijf.

Advertentie
advertisement
Voordat je met Urban Arrow begon, leek het of je nog zoekende was. Of je steeds niet echt de lange adem had voor de uitvoering van je ideeën. Klopt dat?
JK:

‘Ik was inderdaad nog op zoek naar iets wat mij voldoening zou geven. Maar ook iets wat écht relevant zou zijn voor de wereld. Je hoort vaak dat je passie én focus nodig hebt. En de passie verlies je als je geen focus hebt. Die focus miste ik toen wel, omdat ik erg nieuwsgierig in het leven stond. En dat kan je beletten om stappen te maken.

'Daarnaast was ik toen rond de veertig en had ik jonge kinderen. Die wilde ik ook veel aandacht geven, dus dat maakte focussen op een onderneming lastiger. Als ze uit de luiers groeien, krijg je meer tijd voor jezelf en voor je passie.’

In 2008 kwam Urban Arrow op je pad. Had je toen zoiets van: dit is het?
JK:

‘Ik kwam toen Gerald tegen. We werkten een half jaar samen voor de Fietsfabriek in Amsterdam en besloten daarna om vanaf scratch iets nieuws te starten.

'We hadden allebei een bakfiets en wisten wat het was om elke dag een natte rug te krijgen, als we naar school, Artis of het Amsterdamse Bos fietsten. Snel, snel, nog even boodschappen doen. Dan kom je helemaal bezweet ergens aan. Toen dacht ik: dit moet anders kunnen.’

Hoe begin je dan?
JK:

‘Heel veel praten met mensen in de fietsenbranche, in de IT en met ontwerpers.’

Vraag je dan: hoe bouw ik een bakfiets?
JK:

‘Nou, eerder: hoe kan ik me onderscheiden? Het moest wel iets nieuws zijn, iets beters dan wat er al was. Alle bakfietsen waren bijvoorbeeld van staal, want staal is sterk. Maar staal roest ook. Dus wij dachten aan een aluminium frame.

'En de bakken waren allemaal van hout of betonplex; niet comfortabel, hard, zwaar, en er gaat rot inzitten. Wij vonden een licht materiaal, EPP, eigenlijk een soort hoogwaardig piepschuim, hetzelfde materiaal waar fietshelmen van gemaakt worden. Als je je kinderen vervoert, wil je dat ze veilig zijn. In een Urban Arrow zitten je kinderen in een grote ‘helm’.’

Was dát wat mensen aansprak?
JK:

‘Nou, het moest er natuurlijk ook gewoon goed uitzien. ‘Smart Urban Mobility’ was toen onze ­tagline; slimmer, sneller en beter stadsvervoer dus.’

Hoe begonnen jullie? Jullie hadden ervaring met fietsen en met ondernemen, maar niet met het bouwen van een fiets.
JK:

‘We hebben allereerst een tekenaar van Guerrilla Games erbij gevraagd die erg goed auto’s kan tekenen. We vroegen hem: ga jij nou eens een artist impression maken van ons idee.

'Uit de vele tekeningen hebben we de beste en meest haalbare versie gekozen en zijn daarmee op zoek gegaan naar een industrieel ontwerper die ervaring had met fietsen bouwen.

'Op een fietsbeurs in Utrecht in 2009 kwamen we Wytze van Mansum tegen. Die stond op de stand van Cannondale en presenteerde daar zijn afstudeerproject. Daarna ging hij zijn eerste freelance opdracht bij ons doen.’

(Jorrit en Gerald wilden met hun eerste prototype een Eurobike Award winnen, omdat dat veel extra exposure zou ­opleveren in de fietswereld. Van Mansum had daarom slechts acht maanden om een prototype te bouwen. Dat lukte, net als het winnen van de award, WB)

Als je weinig tegenslag hebt, straal je dat ook uit en krijg je sneller dingen gedaan'
Jullie wonnen meteen de Eurobike Award. Dat ging best makkelijk allemaal…
JK:

‘Ja, maar toen moesten we de fiets nog laten produceren. En daar heb je geld voor nodig. Dus we zijn met investeerders om de tafel gegaan. Dankzij dat prototype konden we toen wel een beetje kiezen.

'We hadden weinig tegenslag. En als je weinig tegenslag hebt, straal je dat ook uit en krijg je sneller dingen gedaan.’

Begreep de consument meteen waarom hij een Urban Arrow moest kopen?
JK:

‘Het grappige is dat de consument in Amsterdam het minder snel begreep dan de consument in Haarlem. Amsterdam was toen best wel de bakfietsstad, maar mensen waren daar een beetje terughoudend. De fiets was duurder, elektrisch fietsen was iets voor bejaarden, dus het duurde even voordat het in Amsterdam doorbrak.

'De eerste klanten waren vooral mensen die heel bewust kozen voor de Urban Arrow. Het was crisis, dus mensen die twijfelden of ze een tweede auto moesten kopen, kochten onze fiets.’

Op een gegeven moment hadden jullie de wind mee en moesten héél veel fietsen maken. Kwamen jullie toen ook in wat Elon Musk van Tesla de ‘production hell’ noemde?
JK:

‘In zo’n hel zijn wij gelukkig nooit beland, omdat wij natuurlijk wat langzamer groeiden en een relatief simpel product hadden. We hoefden niet onze eigen batterij te maken of robotlassers in elkaar te schroeven.

'Maar de productie opzetten was wel lastig. Vooral het zoeken naar goeie leveranciers. En dan alles op het juiste moment bij elkaar krijgen en een partij vinden die het kan assembleren.’

Was die fase erg stressvol?
JK:

‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat het wel goed zou komen. Maar natuurlijk zijn er ook stressvolle momenten geweest. De eerste motor bijvoorbeeld bleek niet zo goed.

'Dus moesten we op zoek naar een alternatief. Dan moet je wel even schakelen. Een groot deel van de stress… of eigenlijk irritatie… is dat je mensen dingen belooft op basis van beloften van derden. Wanneer die hun belofte niet nakomen, dan kun je ook je eigen belofte niet nakomen.’

En had je een gevoel van urgentie, we moeten snel ­opschalen?
JK:

‘Nou, het is meer de druk vanuit de markt, vanuit de vraag die we kregen. Maar niet zo van: er is concurrentie of we moeten van de aandeelhouders…’

Vooral dus om de consument blij te maken?
JK:

‘De consument en de retailer, ja. Die willen we tevreden houden, want dat zijn onze ambassadeurs.’

Nu alles wat soepeler loopt, krijg je ook weer ruimte voor nieuwe ideeën?
JK:

‘Aan de ene kant wel, maar juist die druk creëert ook weer nieuwe ideeën. Dus enerzijds brandjes blussen, anderzijds de vraag: het gaat nu goed, maar hoe kan het goed blijven gaan?

'Dat is spannend, maar het zorgt er ook voor dat je continu vooruit blijft kijken en met nieuwe dingen bezig bent.’

En hoe bewaak je de creativiteit binnen de organisatie? Of gaat dat vanzelf?
JK:

‘Iedereen zijn of haar eigen verantwoordelijkheid geven is daarbij best wel essentieel, ze deelgenoot laten zijn van het probleem. En dan maar hopen dat ze met creatieve oplossingen komen.’

Je moet geen control freak of micro-manager zijn?
JK:

‘Nee, al kan ik me voorstellen dat mensen mij dat wel af en toe vinden. Maar ja, dat het is ook een beetje mijn kindje. Het product bestaat nu acht, negen jaar, en dat is jong. Ik kan dus nog best wel een papa zijn, bij wijze van spreken.’

Je moet dus een balans vinden tussen controle en loslaten?
JK:

‘Ja, dat moet je met een kind ook doen.’

En kan dat kind van jou al lopen?
JK:

‘Dat kan hij al, maar hij heeft nog wel een papa nodig.’

Je zit nu in twintig landen, waar wil je naartoe?
JK:

? ‘Nou, om bij die metafoor te blijven, ik vind wel dat Gerald en ik onszelf misbaar moeten gaan maken. Een kind moet op een gegeven ook z’n ouders niet meer nodig hebben. Het moet op eigen benen kunnen staan.’

Waarom?
JK:

‘Omdat dat gewoon gezond is. Voor het bedrijf. Maar ook voor mezelf. Een bedrijf moet geen onemanshow zijn, of twomanshow. Het moet niet te veel afhangen van individuen. Dus dan zijn de mensen om je heen heel belangrijk.’

Tot slot, deze serie gesprekken gaat over niet alleen over creativiteit, maar ook over achievement. Wanneer ben je succesvol?
JK:

‘Als je een bepaalde rust hebt, niet continu druk voelt.’

Het vertrouwen dat het allemaal wel goed komt?
JK:

‘Dat heb ik altijd wel gehad. Toch is het allemaal ook heel subtiel, want het kan ook zomaar heel anders zijn. Die alertheid behoud ik wel. Maar ik ben afgelopen zomer drie weken op vakantie geweest.

'Ik vind het fijn dat dat kan. Drie jaar geleden dacht mijn familie daar anders over; dan was ik altijd aan het bellen of mailen.’

 

In de serie Creative Achievers gaat Wouter Boon op zoek naar de geheimen van creatief succes. Luister naar het volledige interview via creative-achievers.com of een van de vele bekende podcastplatforms.

 

premium

Word lid voor € 1,-

Om dit artikel te kunnen lezen, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan en betaal € 1,- voor de 1e maand.

Ja, ik wil lid worden

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt uitsluitend gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is alleen zichtbaar voor de redactie.
Advertentie