Premium

Rob Wijnberg (De Correspondent) en zijn journalistieke missie

‘In onze filosofie willen we het nieuws minder momentaan maken.’

Helaas hebben we niet meer de rechten op de originele afbeelding
adformatie

Eerst een disclaimer, zegt Rob Wijnberg: ‘Alles wat ik nu ga zeggen moet je zien tegen de achtergrond dat ik denk dat we nog maar op 5 procent zitten van onze potentie. We zijn nog maar net bezig, er is nog enorm veel te bereiken. Kijk, bij Wikipedia zullen ze na een jaar ook niet gedacht hebben: is dit nou die volledige encyclopedie? Nee natuurlijk niet, dat heeft tijd nodig. Maar nu, na een jaar of tien, is het de grootste online bron, en wel in 20 talen. Zo’n potentie heeft dit ook.’

Inhoudelijke ambities

Pas daarna geeft Wijnberg antwoord op de vraag in hoeverre De Correspondent de inhoudelijke ambities in het eerste jaar heeft weten waar te maken. Allereerst: hij vindt het een wonder wat er nu al is bereikt met zo’n klein clubje mensen. Verhalen gebracht – dat over de familie die al dertien jaar op een asielaanvraag zit te wachten bijvoorbeeld. Leidde nog tot een Kamerdebat. Of het artikel over de veiligheid (niet!) van wifi-netwerken. Honderdduizenden keren gelezen.

‘We hebben als eerste in Nederland over de Franse econoom Thomas Piketty bericht, hebben onderzocht hoe de aluminiumfabriek Aldel is uitgekleed door een Amerikaanse zakenman. We hebben tien prijzen gewonnen, waaronder een prestigieuze op een documentairefestival in Locarno voor onze minidocu over Lampedusa. Inhoudelijk is er enorm goed werk geleverd. Daarbij aangetekend dat er nog zoveel meer kan. Stappen om het platform interactiever te maken, de kwaliteit van ieder artikel kan nog omhoog, we willen dossiers maken die beter zijn dan de som der delen. Het heeft nog veel potentie.’

Maar had je dat soort stukken niet gewoon met NRC Next kunnen maken?

‘Natuurlijk wel, alleen niet met de prioriteiten die zo’n nieuwsorganisatie stelt. Daar is het idee: we moeten het nieuws van vandaag hebben. Dat vereist dat je je daarop toespitst en niet tegen een journalist zegt: ga jij eens op zoek naar een mooi stuk daar- en daarover. In onze filosofie willen we het nieuws wat minder momentaan en wat meer houdbaar maken.’

Waarom is dat nodig?

‘Nieuws niet zo’n heel goede manier om uit te leggen wat er in de wereld aan de hand is. Nieuws laat de uitzonderingen zien, en geeft daarmee een absurde uitsnede van de wereld. Je houdt mensen een raar en fundamenteel verkeerd beeld voor. Bovendien wordt nieuws al sinds de eerste krant van 1880 in dezelfde vorm gepresenteerd. Wat wij zijn gaan verstaan onder nieuws past in die traditie. Ik denk dat we ons daardoor laten beperken, terwijl er digitaal mogelijkheden zijn om informatie beter te ontsluiten en veel dieper te duiken in hoe de wereld in elkaar steekt.’

In hoeverre heb je last van ‘communicatie’ die slim gebruikmaakt van die beeldvorming?

Een van de problemen van de communicatiewereld is dat het uiteindelijk toch geïnstitutionaliseerd liegen is. De rol van reclame en pr is nieuws over personen en organisaties in hun eigen belang verdraaien. De professionalisering van de communicatie-industrie maakt dat je tegenwicht moet bieden tegenover de werkelijkheid van de spin, fictie en framing. Ik ben alleen niet zo naïef te denken dat bedrijven dit zelf gaan doen. Daar heb je andere machten voor nodig, zoals de journalistiek. Ik ben ook blij dat dit idee en onze visie aanslaat. De chef digitaal van de New York Times noemt De Correspondent als voorbeeld wat nieuws kan zijn, in presentaties die hij over heel de wereld houdt. Dat heeft enorme impact.’

Intussen gebruiken diezelfde adverteerders die journalistiek ook.

Inderdaad, bij NRC Q schrijft Delta Lloyd, een van de sponsors, artikelen op die site. Dat heeft niets met onafhankelijke journalistiek te maken. Ik geloof niet in dat model. De snelste weg van een journalistieke organisatie naar het graf loopt via de quasi-journalistieke constructies. Wij willen volkomen onafhankelijk van bedrijven zijn, de reden dat we geen adverteerders hebben. Als een krant Mercedes-Benz als grootste adverteerder heeft, dan zul je daar misschien niet als journalist zelf, maar dan toch minstens als nieuwsorganisatie rekening mee houden. We werken daarom met leden. Mensen zijn bereid te betalen voor hoogstaande, onafhankelijke journalistieke producties.’

Was jij betrokken bij het plan van een aantal mensen om de NRC-lezers eigenaar van de krant te maken?

‘Nee dat niet, hoewel ik het wel een sympathiek idee vind. Er zitten wel een paar haken en ogen aan, bijvoorbeeld hoeveel inspraak je de individuele aandeelhouders geeft, maar dat zijn geen onoverkomelijke zaken. Het model is interessant als mensen zeggen: ik neem genoegen met een rendement dat ik ook bij de bank krijg, het gaat me niet om winst maken, steek wat er wordt verdiend met de krant maar terug in de journalistiek. Journalistiek is bovenal een maatschappelijke functie, geen product. Dat is heel wat beter dan een hedgefonds dat er ieder jaar weer meer geld uit wil halen.’

Terug naar de plaats van de journalistiek. Kun je wel om die afhankelijkheid heen in ‘klein’ Nederland met zijn overzichtelijke netwerken?

‘Jawel hoor, het hangt af van hoe afhankelijk je jezelf maakt. Als je kijkt naar hoe het er in Den Haag op het Binnenhof aan toe gaat. Dat is echt een kwestie van: als jij dit nu niet opschrijft, dan zorg ik ervoor dat je ooit nog een scoop hebt. Daar is de macht van een spindoctor te groot en ben je als journalist vooral aan het onderhandelen. Maar er zijn vervolgens ook mensen die daar omheen gaan, zoals Tom-Jan Meeus van het NRC. Die heeft een onderwerp en zoekt net zo lang tot hij een verhaal heeft dat hij wil vertellen. Maar over het algemeen vind ik dat er door de journalistiek te weinig tegenover de professionalisering van de communicatie wordt gesteld.’

Er wordt op scholen journalistiek niet geleerd hoe je er nou mee omgaat.

‘Nee, er wordt gezegd: pleeg hoor en wederhoor, de gouden regel in het journalistieke onderwijs. Maar dat dogma betekent juist dat je het beeld van de heersende macht bevestigt. Als je hoor en wederhoor interpreteert als dat ieder evenveel ruimte krijgt voor zijn mening, dan zal de partij met het meeste communicatievernuft, met de meeste macht, er voordeel bij hebben. Alsof je zegt: ik ga een stuk schrijven over Israël en Palestina, en Israël krijgt net zoveel ruimte als de Palestijnen. Israël heeft een veel beter geoliede pr-machine en een veel duidelijker en eenduidiger verhaal. Ik zou veel liever zien dat journalisten nadenken over de vraag aan welke beeldvorming ze al dan niet bijdragen. Nietzsche heeft het kernachtig samengevat: Er zijn geen feiten, er zijn interpretaties. Je kunt als journalist perspectief aanbrengen om zaken te verduidelijken. Dat verduidelijkt de zaken en je komt dichter bij begrip.’

Hoe bedoel je dat?

‘Nou, je kunt als journalist naar buiten brengen: Daar was een aanslag met zoveel doden. Daar kan ik als lezer verder geen betekenis aan ontlenen. Ik weet dat het gebeurd is, maar het wordt niet duidelijk waarom ik het moet weten of waarom het ertoe doet. Die betekenis moet de journalist geven. Door bijvoorbeeld aan te geven wat de economische belangen van het gebied zijn, welke machtsstrijd daar speelt. Dan geef je een context die betekenis geeft aan wat er gebeurde. Dat is veel beter en daarmee benader de waarheid, zo je wilt, veel meer dan wanneer je maar doet alsof je alleen maar boodschapper bent. Sommigen noemen ons in die zin opiniërend, maar het problematische is dat alle journalistiek opiniërend is. Wij zeggen het er alleen bij dat het zo is.’

De Telegraaf verhult toch ook niet echt aan welke kant ze staat?

‘Ze zijn in ieder geval eerlijk en je weet ook dat ze op zoek zijn naar emotie. Veel misleidender is de tak die zich kwaliteitsjournalistiek noemt. Die wekt de suggestie de werkelijkheid weer te geven, wat natuurlijk niet zo is. Achter een artikel in NRC Handelsblad zit een wereldbeeld verscholen. Hier, mijn telefoon, eens kijken wat ze nu als kop hebben: “Timmermans voerde zelf campagne voor een plek in de commissie”. Daar zit van alles achter. De veronderstelling dat beweegredenen van politici belangrijker zijn dan van andere mensen. De veronderstelling dat Timmermans wat ijdel is en zelf zijn baantje regelde. En dat dat niet goed is, anders meld je het niet. Er zit een heel wereldbeeld achter deze kop, terwijl we nu net doen alsof het een neutrale melding is.’

Je hebt er ook geen moeite mee je eigen politieke positie te noemen?

‘Ik zou daar niet veel moeite mee hebben, ook al omdat het wisselt wat ik kies. Maar als ik nu zeg: ik stem D66, dan gaan mensen me vandaaruit beoordelen. Ik ben wel voor openlijke subjectiviteit, maar als je dat gaat reduceren tot je stemkeuze dan wordt het wat lastig. Ik vind wel dat journalisten duidelijk moeten maken wat hun standpunt in een bepaald dossier is, waar ze staan. Onze specialist op het gebied van internet en privacy is Maurits Martijn. Bij zijn stukken staat altijd dat hij erg voor privacy is. Je weet met welke bril op hij de artikelen schrijft. Dat past ook wel bij ons idee dat journalisten een soort deskundige gespreksleiders worden rond een onderwerp. Dat zie je al gebeuren, dat ze boven de titel uitstijgen.’

 

Het journalistieke experiment een jaar na oprichting

Het zijn spannende tijden, want het is een jaar geleden dat De Correspondent live ging, het journalistieke online platform opgericht door Rob Wijnberg, voormalig hoofdredacteur van nrc.next. Hij nam niet de minste namen mee maar het platform – Joris Luyendijk, Femke Halsema, Jelle Brandt Corstius, Arnon Grunberg.

Bij aanvang tekenden 20.000 mensen in op De Correspondent, om voor 65 euro lezer en financier te worden van het journalistieke initiatief. Ze moeten nu overgehaald worden vaste abonnee te worden. Wijnberg: ‘We hebben niet voor automatische verlenging gekozen, omdat zij onze oprichting mogelijk maakten en ook niet wisten waarvoor ze kozen. Ik vind het op z’n minst chic ze die keuze een jaar later nogmaals te geven.’

Ten tijde van het interview – midden september – had de helft van de 20.000 mensen zich opnieuw aangemeld als lid. Ook kwamen er 16.000 leden gedurende het jaar bij, waardoor het platform nu 36.000 leden telt. ‘We gaan een jaarverslag uitbrengen, met name om te zeggen waar die 65 euro aan is besteed.’

Dit artikel is ook verschenen in Communicatie oktober 2014.

FOTO: DUCO DE VRIES

premium

Word lid van Adformatie

Om dit artikel te kunnen lezen, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan met een persoonlijk of teamabonnement.

Ja, ik wil een persoonlijk abonnement Ja, ik wil een teamabonnement
Advertentie