Communicatie lijkt een vaag vak, maar adolescentie zet onverminderd door

Er zijn 110.000 communicatieprofessionals in Nederland. Een stuk minder vergeleken met het onderzoek van Prenger & Van Vree uit 2010.

Zijn er in Nederland twee miljoen communicatieprofessionals en niemand die een kraan kan repareren (dixit Pieter Derks op Radio 1, mei 2017)? Zijn communicatieprofessionals vooral bezig journalisten om de tuin te leiden (Prenger & Van Vree, 2010)? Is een communicatiespecialist mijn moeder na twee glazen wijn (aldus Loesje)? Leidt de opleiding communicatie op voor de WW (diverse malloten)?

Advertentie
advertisement

Pretstudie

Het zijn niet zozeer de antwoorden op bovenstaande vragen (voor novices: in alle gevallen uitdrukkelijk nee) die ertoe doen, maar vooral de oprijzende beelden. Communicatie lijkt soms vaag, makkelijk, ongrijpbaar, en dan al snel mysterieus en bedreigend, spindoctorig, manipulatief. Ik heb de studie en het vak eerder een pretstudie en een pretvak genoemd (in CommunicatieNU #2, 2015). Omdat het leuk is om te studeren en te beoefenen. De student en professional krijgt het plezier evengoed niet cadeau: in hbo en wo haalt slechts iets meer dan de helft van diegenen die aan de opleiding communicatie beginnen het diploma. En het vak scoort structureel hoog in ranglijstjes van de meest stressvolle banen. Waartoe leiden opleidingen communicatie dan eigenlijk op?

135.000 en 156.000

Pionierswerk in Nederland naar het werk van communicatieprofessionals is verricht door Van Ruler in 1999, Prenger en Van Vree in 2003 (“Schuivende grenzen”), Van Ruler en Elving in 2005 en opnieuw Prenger en Van Vree in 2010 (“Gevaarlijk spel”). Allemaal (gratis) terug te vinden op het onvolprezen Google Scholar. Het laatste onderzoek (Prenger & Van Vree, 2010) telde “voor de private en publieke sector bij communicatiebureaus en communicatieafdelingen afgerond tussen 135.000 en 156.000 communicatiemedewerkers”.

Recent onderzoek

Recent onderzoek van de Hogeschool Leiden en Hanzehogeschool Groningen naar de omvang en inhoud van het communicatievak wijst uit dat in Nederland circa 110.000 communicatieprofessionals werkzaam zijn – zie ook berichtgeving op de site van Adformatie en Logeion. Deze houden zich bezig met een grote verscheidenheid aan communicatiefuncties; van bijvoorbeeld webredactie tot interne communicatie, van journalistiek tot (publieks-)voorlichting en van reclame tot community-management. Aanleiding voor het onderzoek is de behoefte om het communicatievak beter in kaart te brengen om de lesprogramma’s te verbeteren. Ten tweede leveren we door afbakening en ordening een bijdrage aan professionalisering van het vakgebied. Ten derde bieden we op maatschappelijk niveau een weerwoord op bovengenoemde vooroordelen. Om een theoretisch gefundeerde meting te realiseren, is er het klassieke SMCR-model van David Berlo (1960), in het Nederlands bekend als Zender-Boodschap-Medium-Ontvanger- ZBMO. Het onderzoek telt mensen als communicatieprofessional die tenminste twaalf uur per week betaald worden om voor organisaties invulling te geven aan ZBMO-ketens. Het onderzoek meet geen deskundigheid, alleen wie als communicatieprofessional werkzaam is.

De onderzoekers komen dus tot een wezenlijk lager aantal dan eerdere onderzoeken die nota bene marketingcommunicatiemensen en journalisten, niet meetelden. Meer onderzoek is uiteraard nodig om vooral in het mkb voor uiteenlopende sectoren preciezer schattingen te maken. Het ZBMO-model blijkt een werkzaam meetinstrument te zijn voor communicatieprofessionals. Zo blijkt onder andere dat professionals die

zeer complexe communicatieketens verzorgen – met veel zenders, boodschappen, media en ontvangers – ook hoger scoren op de beroepsniveauprofielen van Logeion. Schimpscheuten zullen nog wel even bestaan rondom ons mooie vak, maar de adolescentie en bijbehorende standaardisering zet onverminderd door.

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt uitsluitend gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is alleen zichtbaar voor de redactie.
Advertentie