Praatjes hebben een imagoprobleem (1)

Onderzoek: als we in gesprek zijn met vreemden zorgt ons sociale brein voor een beloningsgevoel. Qua structuur zijn we allemaal praatjesmakers.

Helaas hebben we niet meer de rechten op de originele afbeelding
adformatie

Laatst had ik een gesprek met mijn 10-jarige zoon Basile, een echte praatjesmaker. Ik peperde hem in nooit aan te pappen met vreemden. Angst regeerde in mijn hoofd. Wat die vriendelijke meneer ook zegt, nooit meegaan. Dat was mijn uitdrukkelijke boodschap.
Nu is er iets merkwaardigs aan de hand. Kinderen kunnen snel een brug slaan naar volwassenen. Zij voelen nog geen onveiligheid. Volwassenen hebben daar naar elkaar toe meer moeite mee. Mijn buurvrouw en het gezin aan de overkant hebben nauwelijks contact. Een minzaam knikje ter herkenning. Meer niet. Nu weet ik dat mensen meer willen socializen maar iets houdt hen tegen. &;Dat is een ander slag volk&; of &;Ik heb geen zin in kletsverhalen&; zijn rationalisaties, verzonnen redenen. De echte reden is vaak gene, schaamte en schuwheid. Vreemden aanspreken is onveilig, je weet niet wat er kan gebeuren.

Dit is een echte weeffout in onze hersenen. We willen het onbewust graag maar doen het niet of nauwelijks.

Dit merkwaardige fenomeen is nu onderzocht. Onderzoekers aan de Universiteit van Chicago tonen namelijk aan dat koetjes- en kafljes-conversaties ten onrechte in het verdomhoekje zijn beland. Ze vroegen aan honderden reizigers of ze bereid waren op perrons van metro- en busstations een praatje aan te knopen met een willekeurige medereiziger. Het merendeel bedankte. Ze waren ervan overtuigd dat hun reis prettiger zou verlopen als ze zwijgend voor zich uit konden staren. Praatjes hebben dus een imagoprobleem. Dat bleek toen de onderzoekers 100 personen nogmaals vroegen om daadwerkelijk een medeforens aan te spreken. De uitkomsten waren verrassend. Achteraf lieten bijna alle deelnemers weten dat hun gevoel en stemming waren verbeterd, ondanks hun eerste aarzeling.

Hoe komt dat?

Als we in gesprek zijn met vreemden, zorgt ons sociale brein voor een beloningsgevoel. En dan verbetert de stemming en de gelukzaligheid. Alsof we een overwinning hebben behaald. We moeten dus vaker onze koudwatervrees overwinnen.

En dat geldt zowel voor introverte als extraverte karakters. Extraverte personen putten energie uit sociale praatjes en gesprekken met de buurman in de wachtkamer van de tandarts. Ook introverte personen die ogenschijnlijk geen plezier ervaren in direct contact hebben er baat bij om in de supermarkt een gesprek aan te knopen met de dame die ook op het vlees wacht. We zijn qua structuur allemaal praatjesmakers.

Net als Basile. Al vind ik hem nog steeds veel te jong om zomaar praatjes aan te knopen met vreemden.

Advertentie
advertisement

Plaats als eerste een reactie

Advertentie