Dana en de kracht van het G(ulle) Merk

Helaas hebben we niet meer de rechten op de originele afbeelding
adformatie

Ik had onlangs het grote genoegen om betrokken te zijn bij een bijzonder project. Een project van een boeddhistische ondernemer. De persoon in kwestie was, na jarenlang zaken te hebben gedaan in Azië, erg onder de indruk geraakt van de boeddhistische levenswijze aldaar. Hij had besloten daar iets mee te gaan doen. Niet alleen als persoon. Maar ook als professional. En dus was hij met een expliciet boeddhistisch businessconcept op de proppen gekomen. Een businessconcept dat draaide om het boeddhistische beginsel ‘Dana’ om precies te zijn.

In gewoon Nederlands staat ‘Dana’ voor generositeit. Oftewel goedgeefsheid. Dit is zonder enige twijfel één van de meest basale beginselen van het boeddhisme. Beoefening van het boeddhisme zonder vrijgevigheid is niet mogelijk. Het is dan ook niet voor niets de eerste van De Zes Perfectie: de belangrijkste boeddhistische deugden.

Het grote belang dat wordt toegekend aan generositeit, komt voort uit de hoofdrol die het altruïsme - het tegenovergestelde van egoïsme - speelt in het boeddhisme. Bij altruïsme staat niet het eigenbelang maar het grotere geheel centraal. Het draait niet om het individu maar om de groep. De motor van altruïstisch gedrag is de overtuiging dat alle levende wezens hun lijden willen beëindigen en van elkaar afhankelijk zijn om dit te bewerkstelligen, de wens om elkaar hierbij te helpen, en te intentie hier naar te handelen. De Boeddha was daarom luid en duidelijk over goedgeefsheid. Die is essentieel. Zonder is geluk gewoonweg niet mogelijk.

Er is een prachtige uitspraak die aan de Boeddha wordt toegeschreven, die het principe samenvat: ‘Wie de kracht van generositeit erkent, zal zijn maaltijden delen’. Generositeit gaat onlosmakelijk over geven. Het is niet voor niets goedgeefsheid. Je zou kunnen zeggen dat generositeit een (altruïstische) vorm van zijn is. Je bent als boeddhist per definitie een gul persoon. Geven is de (altruïstische) vorm van doen die hieruit voortvloeit. Je geeft jezelf als het ware aan anderen. Je deelt je geluk met anderen. Onvoorwaardelijk.

De boeddhistische beoefening van ‘Dana’ is daarom allesbehalve vrijblijvend, en draait om de erkenning dat geven en nemen feitelijk gezien 2 kanten van dezelfde medaille zijn. Zonder geven geen nemen. Zonder nemen geen geven.

Anders gezegd: geven is omgekeerd krijgen. Krijgen is omgekeerd geven. Dit principe is overigens wat anders dan wederkerigheid. Het gaat hier om wederzijdse afhankelijkheid. Het gaat er niet om dat geven resulteert in krijgen. Het gaat er niet om dat wie iets geeft aan een ander, daar iets voor terug krijgt van die ander. Nee. Ze zijn hetzelfde. Ze bestaan bij gratie van elkaar. Veel mensen denken dat je alleen van krijgen blij wordt. Maar geven veroorzaakt minstens net zoveel goed gevoel.

Wetenschappelijk onderzoek onderschrijft dit. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat geven een onmiskenbaar positief effect heeft op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van mensen. Vrijgevigheid maakt stofjes in de hersens aan - o.a. dopamine en serotine – waar mensen zich euforisch van kunnen voelen. The helper’s high. Een natural high.

Het bedrijfsleven is traditioneel volledig op nemen ingericht. De nadruk in onze markteconomie ligt immers op behaalde financiële resultaten. Om datgene wat door bedrijven is verkrégen door de verkoop van hun producten. De producten, die je zou kunnen omschrijven als dat wat bedrijven aan hun consumenten te geven hebben, zijn slechts middel. De zin van een bedrijf is niet het leven van haar consumenten verrijken, maar de bankrekening van haar aandeelhouders.

Eigenlijk die focus op het nemen van bedrijven enorm kortzichtig. Iedere transactie begint namelijk feitelijk gezien altijd met geven. De betaling - dat wat een bedrijf neemt - is dat wat consumenten overhebben voor wat ze door bedrijven is geboden. Het geld is dus áltijd een gevolg van. Pas als er door bedrijven is gegeven, kan er door bedrijven worden genomen. Geld is een resultaat en geen doel op zich. Het enige échte doel is het aanbieden van geweldige producten.

Met de opkomst van de betekeniseconomie begint dit besef bij bedrijven te groeien. Gestaag. Het is niet voor niets dat een tijdje terug de trend Generation G(enerosity) lanceerde met bijbehorend motto: ‘giving is the new taking’. In de betekeniseconomie is ‘van betekenis zijn’ de ultieme manier om waarde te creëren. Wie als bedrijf écht iets wil betekenen voor zijn klanten zal oprécht om/aan hen moeten geven en 100% klant georiënteerd moeten denken en doen. Radicaal. Totaal.

Alles moet gericht zijn op het nut en de zin die consumenten aan het bedrijf kunnen ontlenen. Niet producten maar klanten vertegenwoordigen immers de reële waarde van bedrijven, en dus zal de bedrijfsvoering niet gericht moeten zijn op transacties maar op transformaties. Het verschil wat dit impliceert voor de bedrijfsvoering laat zich mooi duiden in de Engelse taal. De focus van bedrijven verschuiven van ‘profit’ naar ‘merit’, en van ‘value’ naar ‘virtue’. Het gaat niet langer om het onderscheid tussen A en B merken. Het gaat over het onderscheid tussen G(ulle) en B merken.

Plaats als eerste een reactie

Ook een reactie plaatsen? Word lid van Adformatie!

Word lid van Adformatie → Login →
Advertentie