De ferme taal van Grapperhaus is in zijn flauwe verklaring volledig verdwenen

De minister van Justitie is opvallend mild nu het om hemzelf gaat. Maar zijn we dat niet allemaal?

Grapperhaus tijdens een persconferentie over het 'asociale' gedrag van jongeren

Weinig maakt Nederlanders zo makkelijk boos als het vermoeden van een voorkeursbehandeling. Achter de dijken, op de vlakte van de polder, zijn we allemaal gelijk en zo willen we ook dat een ander behandeld wordt. Op twee momenten tijdens deze coronacrisis werd deze volksaard manifest.

De eerste keer was na de antiracismebetoging op De Dam. Een grove inschattingsfout over de opkomst, een onvoorbereide politie, dat werd Amsterdamse burgemeester Femke Halsema niet zozeer aangerekend. Vooral het zinnetje tegen AT5 dat deze demonstratie ‘te belangrijk’ was om te ontbinden zette kwaad bloed.

Want waar groepjes jongeren met honderden euro’s werden beboet, waar horecaondernemers geen grote groepen mogen ontvangen op straffe van sluiting, daar bleek de demonstratie op de Dam van een hogere orde voor de Amsterdamse burgemeester. En een hogere orde die iets wel mag, vinden we onacceptabel, zolang het anderen betreft.

Afstand nemen als het uitkomt

Het tweede moment van volkswoede richt zich nu op Ferd Grapperhaus, de minister van Justitie die – o ironie - tijdens de Dam-crisis zijn handen nog zo slim van Femke Halsema aftrok. In een uitgelekte app-wisseling bleek hij eerst vol begrip voor Halsema’s keuzes, maar toen de Telegraaf ‘los ging’ en de volle omvang van het tribunaal op sociale media duidelijk werd, nam Grapperhaus afstand. Tegen de NOS zei hij die avond dat de drukte op de Dam ‘alle perken te buiten ging’.

Nu ligt de minister van Justitie zelf onder vuur. Uit beelden van zijn bruiloft blijkt dat de feestvoerders zich weinig van de verplichte anderhalve meter afstand hebben aangetrokken.

Advertentie
advertisement

Het helpt Grapperhaus niet dat hij jongeren in een corona-persconferentie eind maart de maat nam vanwege hun ‘slordige, laconieke en daarmee asociale manier’ van omgaan met maatregelen. ‘Het kost levens.’ Een paar dagen erna zei hij dat ‘je een aso bent als je nu een huisfeest geeft’, die beelden worden nu weer grif gedeeld.

Van ferm naar flauw

Grapperhaus heeft inmiddels een wat flauwe verklaring naar buiten gebracht. Hij betuigt er spijt over ‘momenten’ dat er geen anderhalve meter afstand werd gehouden tijdens zijn bruiloft. Meer woorden gebruikt hij om te vertellen welke maatregelen hij voor de afstandsregels heeft genomen.

Kwalijk is dat Grapperhaus zichzelf andere normen oplegt dan ‘de aso’s’ die hij verweet te spelen met de levens van anderen. Zijn spijt is er niet vanwege de risico’s van het gedrag, maar omdat ‘juist een minister’ ‘altijd het goede voorbeeld’ moet geven.

De ferme taal die Grapperhaus zo gloedvol gebruikt als het om anderen gaat, blijft achterwege nu hij het over zichzelf heeft. In die zin verschilt hij niet van het meute die nu op sociale media om zijn – uiteraard spreekwoordelijke - scalp schreeuwt.

Ook die mensen hopen dat, als ze morgen betrapt worden op te hard rijden, op een grove fout op hun werk of op leugen voor eigen bestwil, er iemand over het hart strijkt. Iedereen verdient dezelfde straf; maar onszelf gunnen we een behandeling met coulance.

Als we onszelf toch eens als maat der dingen zouden nemen, dat zou veel ophef schelen.

Plaats als eerste een reactie

Advertentie