Premium

Aad Kuijper over debuutroman Anno: ‘Talent is een zegen en een vloek tegelijk’

Gevierd reclameman Aad Kuijper schreef Anno, gebaseerd op het leven van zijn oom. ‘Een mooi verhaal, en die vragen erom verteld te worden'

Aad Kuijper
Bas de Graaf

Mijn naam is Anno Jonkers, en ik ben, geloof ik, 93 jaar oud. Nu zou je denken: wat een vreemde naam, maar in de eeuw waarin ik geboren ben was Anno een heel gewone jongensnaam.’

Zo begint de debuutroman ‘Anno’ van reclameman Aad Kuijper, eigenaar van Alfred en winnaar van vele nationale en internationale reclameprijzen. Filmscripts had hij al geschreven, uiteraard ook voor zijn eigen reclamefilms. Nu is er een boek, een roman. Op de cover van het boek staat niet Aad maar Adriaan Kuijper. ‘Want dat is mijn volledige naam. Alleen dat weet niemand, behalve familie en vrienden. Ik vind het ook een mooiere schrijversnaam.’

Advertentie

Eigen thema's

Het gaat niet om een carrièremove van Kuijper, maar hij is nu wel geïnfecteerd met het schrijversvirus. ‘Ik heb nooit grote schrijversambities gehad, maar dit was een mooi verhaal, en die vragen erom om verteld te worden.’

Anno is gebaseerd op het leven van Kuijpers oom, een broer van zijn vader. ‘Er zitten dingen in het leven die mij fascineerden en het betekent dat je eigen thema’s terugkomen in het verhaal, al ben je je daar niet eens van bewust voordat je gaat schrijven.’

Kuijper woont als klein jongetje in Beverwijk en één keer in het jaar kwam een oom uit Italië op bezoek. Een broer van mijn vader en gewezen priester. De broers zijn opgegroeid in extreme armoede, maar Anno kan goed studeren. Hij gaat naar het grootseminarie in Leuven, studeert daar af als advocaat en dokter in het kerkelijk recht. Maakt vervolgens de stap naar Rome en wordt daar professor-doctor in het kerkelijk recht. Anno is een briljante geest.

Op een dag komt Anno terug in Nederland en wordt hij verliefd op een vrouw. Hij wordt onmiddellijk geëxcommuniceerd. In feite ben je dan een paria, want als franciscaner monnik heb je ooit een gelofte afgelegd van kuisheid, gehoorzaamheid en armoede. Met zijn liefde vlucht Anno naar Italië en vestigt zich in Milaan waar hij fortuin maakt.


 

Talent wil altijd door, anders, beter. Daar zit geen eind aan

Mythische oom

Kuijper: ‘Anno was voor mij een soort mythische oom. Hij kwam in zijn Maserati uit Milaan, terwijl wij in een Dafje reden. Het fascineerde me vooral dat hij overal graag gezien was, maar nergens thuis. Hij was het middelpunt en toch was hij er niet. Onaanraakbaar. Je wist nooit wat er in hem omging. Ik ben in de roman op zoek gegaan wat nu iemand maakt tot zo’n mens. Iemand die altijd met één voet ergens in staat en met één voet buiten staat. Dat herken ik uit mijn eigen leven. Dan heb ik het gevoel dat ik dan veel steviger sta. Ik heb ook nooit met twee benen in de reclame kunnen staan. Ik ben niet graag het onderwerp van het feestje. Zelfs in ons bureau heb ik dat. Mensen bij Alfred zullen het herkennen : van Aad weet je nooit of hij er is. En als hij er is dan is hij altijd met zijn hoofd ergens anders. Je woont in een bubbel en dat is heel fijn. Daar zijn mensen die ik goed ken.’
 
Anno’s geschiedenis heeft Kuijper verdicht. ‘Het moet een plot hebben, want op zich was het gegeven nog geen verhaal. Pas al schrijvende kwam ik tot een plot. Je moet je nooit voort laten trekken door ambitie, maar voort laten duwen door het proces.’

Kwetsbaarder

Kuijper schreef Anno in een behoorlijk tempo. Binnen een jaar was het klaar. Was het schrijfproces makkelijk? ‘Ja op zich wel. Bij mij werkte het zo dat ik alles laat komen en dan pas structuur ga aanbrengen. Het schrijven op zich ging heel makkelijk, maar daarna kwam de fase dat ik moest gaan schrappen en dingen meer of minder een gewicht moest geven. Het craften. Dat heb ik wel moeten leren. Daarbij heb ik natuurlijk hulp gekregen van een redactrice van uitgever Thomas Rap. Die ging doorvragen op dingen. Dat was fantastisch, omdat ik daar ook weer van leerde.’

Het is natuurlijk helemaal niet vanzelfsprekend dat je roman wordt uitgebracht. Vriend Jaap Toorenaar had het manuscript bij zijn eigen uitgever Thomas Rap naar binnen kunnen loodsen. ‘Ik heb begrepen dat er nu 90.000 mensen bezig zijn om hun manuscript er door te krijgen bij een uitgever. Heb geluk gehad dat Jaap me een plekje op de stapel heeft kunnen bezorgen. En men leest alleen maar één pagina. Dat is de enige garantie die je hebt. Na een week belde de hoofdredacteur die zei dat ze met vier man Anno aan het lezen waren. Of ik langs wilde komen en wilde tekenen.

Dat was heel anders dan de afwijzingsbrief die ik van een andere club kreeg. Daarin stond dat ze me een cursus schrijven aanraadden. Heel pijnlijk natuurlijk. Maar het geldt voor iedere creatieve inspanning: niet iedereen vindt alles leuk wat je doet. Met een boek is dat weer anders, omdat niemand me gevraagd heeft om het te schrijven. Ik hoop dat ik het mooi verteld heb. Je staat in dienst van het verhaal. Dat is heel anders dan de reclame. Ik hou in de reclame ook van een verhaal vertellen, maar op een gegeven moment weet je wel hoe dat moet. Dit is veel inspannender en kwetsbaarder.’

Alles verliezen, door alles te willen

Pas toen het boek klaar was, wist Kuijper waar het nou echt over ging. ‘De uitgever vroeg me of ik in één zin het verhaal kon vertellen. Toen moest ik echt nog diep nadenken. De essentie is: het gaat over alles verliezen, door alles te willen. Dat komt terug in het verhaal van die twee broers. De hoofdpersoon en de ander die eigenlijk veel pech heeft gehad in zijn leven. Dat was mijn vader. Tegen mij zei hij altijd dat het geluk in het leven zit in acceptatie. Je moet proberen om tevreden te zijn. Er is niets moeilijker dan dat. Want het kan altijd beter. Als jongetje kon ik daar niets mee. Maar dat komt ook omdat ik meer lijk op die Anno-figuur die de vloek en zegen van talent heeft. Het is een zegen omdat het bijzondere dingen voortbrengt, maar ook een vloek omdat talent het tegenovergestelde is van acceptatie. Talent wil altijd door, anders, beter. Daar zit geen eind aan. Hoe meer je je talent achterna rent, hoe meer je je kunt afvragen of dat wel de juiste kant op is.’

Anno
Anno De Bezige Bij

Niet imponeren

Het leukste van het proces vond Kuijper naar huis fietsen in grote haast, het gevoel dat je romanfiguren op je wachten. ‘Die praatten tegen me: schiet je een beetje op? Wat gaan we doen vandaag? Het is een fascinerend moment dat het verhaal zo komt dat het bijna een aparte wereld wordt. Ik denk dat het heel verslavend is. Want in je hoofd heb je een eigen wereld die je naar je hand kunt zetten.’  

Je moet bij een verhaal schrijven ook leren dat je niet moet imponeren, zegt hij. ‘Niet denken: ik zal ze wel even laten zien hoe briljant ik kan schrijven. Dat moet je loslaten. Die gewichtigdoenerij in boeken vind ik zelf heel vervelend. Ik wil het verhaal lezen en kom daar niet langs. Schrijven is het in feite niets anders dan het moeten vertellen.’

Ik weet zeker dat er een hoop mensen in het vak rondlopen die denken: ik ga het boek in ieder geval lezen om te zien dat hij niet kan schrijven

Verfilming

Kuijpers stiekeme droom is om Anno uiteindelijk te verfilmen, het liefst samen met vriend en regisseur Hans Jonkers. Hij schrijft daarom nu aan het script van Anno. ‘Het is een extreem filmisch verhaal, omdat er heel veel bijzondere scenes in zitten en het zich op zo veel plaatsen afspeelt.’ Lachend: ‘Goedkoop wordt de film niet als we op locatie moeten filmen, zoals in die Romeinse paleizen.’

Er komt geen grote reclamecampagne voor Anno, maar voor de promotie van het boek kan Kuijper wel rekenen op wat collega’s uit de branche. ‘De stad hangt vol abri’s. Een vriendendienst van JCDecaux. Als ik langs die abri’s rijdt, ziet het er wel heel onbescheiden uit.’

Anno boek
Anno boek De Bezige Bij

Kluun-fenomeen

De uitgever vond dat er op de achterkant van het boek vermeld moest worden dat Kuijper in de reclame werkt en bekende dingen heeft gedaan. ‘Ik heb daar zelf heel lang over getwijfeld. Maar ze zeiden dat er iets in moest zitten waar mensen je van zouden kunnen herkennen als je als debutant überhaupt gelezen wilt worden. Anderzijds dacht ik: als ze weten dat ik een reclameman ben, dan krijg je het Kluun-fenomeen. ‘Komt een vrouw bij de dokter’ vond ik een geweldig boek, maar het is destijds echt zo de grond in geschreven. Want het ging om een reclameman die denkt dat ie wel even een roman kan schrijven. Zo onterecht. Dat zal ik ook wel krijgen. Ik weet zeker dat er een hoop mensen in het vak rondlopen die denken: ik ga het boek in ieder geval lezen om te zien dat hij niet kan schrijven. Maar dan kopen ze het in ieder geval.’

Volgende stap is een tweede roman. En die gaat over de broer, Kuijpers vader dus. ‘Ook dat is een verhaal dat er om vraagt verteld te worden. Een tegenpool van de erudiete en ongenaakbare Anno. Mijn vader was een enorm optimistische druktemaker, met heel veel pech in zijn leven. Tegelijkertijd vond hij zichzelf juist een geluksvogel. Hoe je daar in staat, dat wordt het thema.’
 
Dat tweede boek zal nog wel even op zich laten wachten? ‘Nee hoor, ik ben het al aan het schrijven.’

premium

Registreer en probeer 1 maand gratis

Om dit artikel te kunnen lezen heb je een Premium account nodig. Registreer nu en probeer de eerste maand gratis.

Probeer 1 maand gratis Abonneer direct

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt uitsluitend gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is alleen zichtbaar voor de redactie.
Advertentie