Premium

Designer moet ego van zich afschudden

Als de Dutch Design Week één ding duidelijk maakt, is dat ontwerpers het stadium van enkel mooie producten maken voorbij zijn.

Helaas hebben we niet meer de rechten op de originele afbeelding
adformatie

Beeld: Interactieve straatverlichting, Daniele Buonvino (DDW/ABN Amro Hotspots &;Light & Sound&;)

Tekst: Daniëlle Arets en Alain Dujardin

Tijdens de Dutch Design Week wordt dit jaar onder andere het tweedaagse festival (DRIVE) georganiseerd. DRIVE zal laten zien hoe onderzoek binnen de creatieve industrie complexe uitdagingen als duurzaamheid aanpakt en bijdraagt aan maatschappelijke innovaties.

Maar de wereld is te complex geworden om innovatie over te laten aan een eigenzinnige ontwerper. Er zal moeten samengewerkt worden met andere disciplines.

Samenwerking tussen onderzoekers, gedragspsychologen, data crunchers, ontwerpers, schrijvers en businessstrategen leveren niet alleen nieuwe inzichten en kennis op, maar zorgen er volgens Sander Hermsen en Reint Jan Renes, auteurs van ‘Ontwerpen voor gedragsverandering’ ook voor dat ontwerpers effectiever worden en ‘beter in staat zijn conceptuele keuzes te onderbouwen en de effectiviteit van hun interventies aan te tonen’.

Spagaat

Maar cross-disciplinaire samenwerking is niet eenvoudig, zeker niet voor de ontwerper die door de academie is geleerd blind te varen op zijn eigenzinnigheid. In de nieuwe praktijk moet hij echter ook weten wanneer hij zijn skills moet inzetten, hij moet leren onderhandelen, strategisch kunnen opereren en weten wanneer zijn creatieve uitspattingen goed kunnen landen in de organisatie.

Hij praat bovendien steeds vaker mee over businessuitdagingen en moet ideeën stoelen op uit onderzoek verkregen inzichten en harde data. 

De ontwerper lijkt in een spagaat te belanden. In een multidisciplinaire werkelijkheid moet de designer zijn ego van zich afschudden. Het ‘idee’ kan namelijk van iedereen komen. De ontwerper is onderdeel van een groter geheel, en moet daarin met open vizier optrekken met andere disciplines. Samen werken wordt samenwerken.

Bovendien leunen bedrijven steeds minder alleen op de ontwerper voor innovatietrajecten, ze nemen liever zelf het heft in handen. Er wordt ‘agile’ gewerkt, meer en meer organisaties ‘scrummen’ zichzelf naar innovaties.

De ontwerper wordt ook in deze context onderdeel van een multidisciplinair team, waarin hij zich staande moet houden tegenover bedrijfskundigen, productmanagers, ontwikkelaars en veel meer. 

Demystificering

Veel ontwerpers en creatieve opleidingen volgen de ontwikkelingen met argusogen. Waarmee kunnen echte ontwerpers zich onderscheiden van deze bastaardkinderen? Wordt de ontwerper straks net zo’n vrij beroep als makelaar en kan iedere handige jongen of meisje aanspraak maken op de titel?

Designprofessor Timo de Rijk ziet de toekomst voor design echter rooskleurig tegemoet. ‘Het design­vak wordt gedemystificeerd. Het wordt iets dat iedereen kan maken en juist daarin schuilt de kracht.’ 

De Rijk fulmineerde afgelopen jaren al vaker tegen de gebrekkige relaties van designers met technici. Zijn ­kritiek richt zich op het feit dat ontwerpers de technische kennis te vaak ondergeschikt maken aan het conceptuele proces.

Dat komt volgens de designprofessor vooral omdat de designwereld  zich jarenlang veilig nestelde in het culturele domein. ‘Het hoogste doel leek altijd te zijn ervoor te zorgen dat het ontwerp in het Museum of Modern Art New York komt te staan.’

Timo de Rijk, die ook aan de Technische Universiteit Delft is verbonden, ziet dat daar getrainde ontwerpers zich richten op reproduceerbare ideeën; projecten die op grote schaal uitgevoerd en toegepast kunnen worden. Ideeën die bovendien altijd technisch haalbaar zijn.

‘De ontwerper moet zichzelf niet machtiger of rijker rekenen dan hij is. Hij is onderdeel van een heel groot systeem. De toegevoegde waarde van een ontwerper zit hem vooral in de manier waarop hij kan bijdragen aan een blijvende gedragsverandering en daarvoor moet hij goed kunnen samenwerken met anderen.’

De nieuwe ontwerper

Kortom, de designer die tot een paar jaar terug zijn naam blijvend wist te vestigen met een nieuwe stoel, moet nu in samenwerking met anderen aan de slag met complexe thema’s, waarbij hij vaak ook nog eens de concurrentie moet aangaan met amateurdesigners. 

Geen wonder dat veel ontwerpopleidingen zich zijn gaan buigen over ‘De Nieuwe Ontwerppraktijk’, zoals een van de modules bij de Hogeschool voor de Kunsten heet.

Hoofddocent Erwin Slegers: ‘We kunnen niet meer achterover leunen. Onze studenten gaan een compleet nieuwe toekomst tegemoet. Ze moeten daarom al in de opleiding leren zich te verhouden tot al die nieuwe disciplines. We laten ze vanaf dag één met een bedrijf samenwerken. De koppeling met de actualiteit en de creatieve industrie is cruciaal.’

Ook Design Academy Eindhoven buigt zich over de vraag hoe de opleiding relevant kan blijven en schrijft in haar nieuwe missie dat juist design bij uitstek in staat is om de transitie vorm te geven.

Directeur Thomas ­Widdershoven ziet de opleiding ook steeds meer als een laboratorium waar studenten en docenten experimenteren en met elkaar nadenken over de betekenis van hedendaagse ontwikkelingen in het designvak.

‘Design wordt continu geherdefinieerd. Zeker in tijden waarin we steeds meer het immateriële gaan ontwerpen moeten we ons blijven afvragen waar designers het verschil maken.’ 

De Hogeschool van Amsterdam zet er zelfs een internationaal toonaangevende eenjarige digital design masteropleiding voor op, waarbinnen talentvolle digital designers uit de hele wereld worden gekneed tot spelers van wereldformaat. 

Tijdens de Dutch Design Week laat Widdershoven al deze ontwikkelingen ook zien met de expositie in het Van Abbe Museum in Eindhoven. Nu ontwerpers zich meer en meer op de onzichtbare, virtuele wereld richten, toont de expositie een onderzoek naar de betekenis, waarde en de toekomst van dingen.

Bovendien heeft Widdershoven er nadrukkelijk voor gekozen deze expositie te co-cureren met zijn eigen instituut. Alle docenten is gevraagd een object mee te nemen voor de expositie. Ook het maken van tentoonstellingen wordt steeds meer teamwork. 

Teams in de spotlights

De nieuwe generatie designers ontwikkelt zich al vroegtijdig als ‘omni-creatief’: ze denken zowel in vorm als in code. Met een open en nieuwsgierige houding weten ze feilloos te switchen tussen rationeel denken en emotioneel raken met design, en zijn ook in staat hun idee om te zetten in een business case.

Ze werken samen in multidisciplinair teams, geloven in hun eigen ideeën, maar zetten hun ego net zo eenvoudig opzij. Designers zullen steeds beter leren waar ze hun unieke kwaliteiten kunnen inzetten, en na enige training zullen de spieren zo opgerekt zijn, dat de spagaat slechts een koud kunstje is. 

Toch is er nog een belangrijke hobbel te nemen als het gaat om het agenderen van deze nieuwe ontwerppraktijk. De conceptuele manier van denken en werken verkoopt nog altijd goed, zeker bij de media.

Designprofessor De Rijk verwoordt het als volgt: ‘Veel conceptuele ontwerpen krijgen meer aandacht dan een ontwerpteam dat het gewicht van een krat cola met 5 gram vermindert. Dat zul je ook tijdens deze Dutch Design Week weer zien. Ik denk dat het tijd wordt dat we daar in de media verandering in gaan brengen en gaan focussen op wie echt het verschil maakt.’

Dat echte verschil wordt dus steeds meer gemaakt door teams waarin de ontwerper slechts een van de vele smaakmakers is. Daar ligt een belangrijke rol voor de academies. Zij moeten zich omvormen tot opleidingen die ontwerpers klaarstomen die zich in de nieuwe, multidisciplinaire werkelijkheid staande kunnen houden. Authentieke oorspronkelijke makers, die hun eigenzinnigheid inzetten voor een team effort. 

De designspagaat moet dus al op de academie worden aangeleerd. De eerste stappen zijn door academies al gezet. Nu is nog het zaak om de spieren van de media ‘op te rekken’, zodat al die gouden ideeën ook worden toegeschreven aan de juiste mensen.

Danielle Arets is associate lector Strategische Creativiteit Design Academy Eindhoven,  hoofd van het Design Debates-programma en eigenaar van debatlab.
Alain Dujardin is creatief directeur en partner bij Greenberry, gastdocent digital design en jurylid van HKU Awards. 

Dit artikel staat in Adformatie 21 (16 oktober 2015)

 

premium

Word lid van Adformatie

Om dit artikel te kunnen lezen, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan met een persoonlijk of teamabonnement.

Ja, ik wil een persoonlijk abonnement Ja, ik wil een teamabonnement
Advertentie