Corona-contractenrecht: wees een beetje lief voor elkaar

Kun je af van afgesproken afname- of leveringsverplichtingen wegens de coronacrisis? Een relevante vraag, nu veel adverteerders hard snoeien

Onvoorziene omstandigheden

Tekst: Daniël Haije – partner & advocaat bij Hoogenraad & Haak

Onvoorziene omstandigheden

Kun je af van afgesproken afname- of leveringsverplichtingen wegens de coronacrisis? Een relevante vraag, nu veel adverteerders hard snoeien.

Menselijkerwijs zou je zeggen dat we in deze barre tijden een beetje rekening met elkaar moeten houden. En warempel: juridisch werkt het niet heel anders. De inhoud van een contract kan worden aangepast met een beroep op onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW), waartoe de coronacrisis gerekend moet worden. Contractspartijen moeten zich redelijk opstellen naar elkaar, en het wordt breed aangenomen dat zij een heronderhandelingsplicht hebben als de andere partij zich op onvoorziene omstandigheden beroept.

Als de partijen daar niet uitkomen, kan de rechter worden gevraagd om het contract aan te passen. Het uitgangspunt bij contractaanpassing op grond van onvoorziene omstandigheden moet volgens de meeste juristen zijn dat het nadeel 50/50 wordt verdeeld, nu beide partijen geen blaam treft. Let wel: wie een commercieel voordelig of onvoordelig contract heeft gesloten moet dat voordeel of nadeel bij aanpassing van het contract proportioneel behouden. En: een contract wordt alleen aangepast als het vasthouden aan de originele afspraken totaal onredelijk zou zijn.

Voorbeeld

Een adverteerder in de reisbranche betaalt een maandfee aan een bureau. De adverteerder, die zwaar getroffen is door de coronamaatregelen, wil tijdelijk geen reizen aanprijzen. Het is immers onzeker of die reizen überhaupt kunnen plaatsvinden. Het zou in dit geval redelijk kunnen zijn om tot een 50/50 verdeling van het nadeel te komen op grond van onvoorziene omstandigheden – bijvoorbeeld door een tijdelijke halvering van de maandfee (en dus niet: de maandfee tijdelijk helemaal niet betalen, zoals de adverteerder misschien zou willen).  

 

Advertentie
advertisement

Overmacht

Er wordt in de context van de coronacrisis veel gesproken over overmacht (art. 6:75 BW), maar die grondslag komt uitsluitend in beeld als een afgesproken prestatie onmogelijk is geworden door coronamaatregelen. Dat is niet vaak het geval. De andere partij kan het contract in geval van overmacht nog steeds ontbinden, maar heeft geen recht op schadevergoeding.

Voorbeeld

Een bureau heeft met een adverteerder afgesproken om op 1 april 2020 een proeverij te organiseren in een restaurant. Die prestatie is onmogelijk geworden, vanwege de verplichte horecasluiting. De adverteerder kan het bureau niet houden aan de verplichting het evenement op 1 april 2020 neer te zetten, en heeft ook geen recht op schadevergoeding vanwege de niet-nakoming door het bureau. De adverteerder kan het contract wel ontbinden, waardoor hij in bepaalde gevallen recht zal hebben op terugbetaling.

NB: Contractuele afspraken over onvoorziene omstandigheden en overmacht

Het kan zijn dat een contract bepalingen bevat over onvoorziene omstandigheden en/of overmacht. In dat geval moet door uitleg van de betreffende bepalingen worden vastgesteld (i) of de coronacrisis of de gevolgen daarvan vallen onder overmacht of een onvoorziene omstandigheid in de zin van het contract, en zo ja, (ii) wat daarvan de door partijen afgesproken gevolgen zijn. Afspraken tussen partijen zijn leidend.

The bottom line

Waar het uiteindelijk op neerkomt: de coronasituatie is ons allemaal overkomen. Niemand heeft er schuld aan. De coronacrisis mag natuurlijk niet worden gebruikt als schijnreden om onder terechte afspraken uit te komen. Maar als contracten werkelijk knellen als gevolg van coronamaatregelen, dan is het vaak een goed idee om samen in redelijkheid de gulden middenweg te vinden. En een beetje lief voor elkaar te zijn.

Lees meer over de gevolgen van het coronavrius in het coronadossier van Adformatie.

Plaats als eerste een reactie

Advertentie