Premium

Hoe Byborre van textielstudio naar een techbedrijf groeit

Byborre is een inspiratiebron voor de Nike’s van deze wereld. Textile a a service is de volgende stap. Creative Achiever: Borre Akkersdijk.

Textielontwerper Borre Akkersdijk studeerde aan de Design Academy in Eindhoven, werkte een aantal jaar voor trendforecaster Lidewij Edelkoort in Parijs en richtte in 2015 Byborre op samen met Arnoud Haverlag. In hun ‘knit lab’ ontwikkelen ze textiel voor grote internationale merken, met innovatie en duurzaamheid als rode draad.

Advertentie
advertisement
Hoe was jij in je jeugd creatief?

‘Ik was van jongs af aan al veel met Lego bezig en ik tekende veel. Mij buurman zei een keer: “Ga iets doen wat je écht leuk vindt”. Want hij had dat zelf nooit kunnen doen. Dat heeft mij in de richting van de maakindustrie geduwd. En toen ik zeventien was vroeg mijn tante of ik een jongensschoen wilde ontwerpen. Ik nam dat heel serieus. De schoen werd in productie genomen. Dat was voor mij de trigger om naar een designschool te gaan. Ik deed eerst industrieel productontwerpen maar dat was te technisch.”

Het werd de Design Academy Eindhoven.

‘Ja, voor mij was dat een hele bijzondere plek, waar ik leerde dat de essentie van een goed product het basismateriaal is. En dat werd voor mij textiel. Ik vond mode al erg interessant, maar werd dus heel erg naar het materiaal getrokken. Ik heb ook nog een tussenjaar gedaan aan het Fashion Institute of Technology in New York. Daarna wist ik dat ik iets met textiel binnen het modedomein moest gaan doen.’

Hoe kwam je bij trendforecaster Lidewij Edelkoort terecht?

‘Ik was voor een textielbeurs in Parijs en belde aan bij Balanciaga met mijn portfolio onder de arm. Ik wilde daar per se stage lopen, want Nicolas Ghesquire zette daar in die tijd de boel op stelten. Hun reactie op mijn portfolio was: je werk is best wel goed, maar spreek je Frans? Ik ben helaas dyslectisch, dus niet erg goed in talen leren. De vriendin waar ik toen logeerde, liep stage bij Studio Edelkoort en bracht me mee naar de presentatie van het nieuwe trendboek. Tussendoor mocht ik ook daar aan Lidewij mijn portfolio laten zien. Het was niet helemaal duidelijk wat ze ervan vond, maar aan het eind besloot ze dat ik er stage mocht lopen.’

En hoe was het in Parijs?

‘Ik heb er drie jaar gewerkt en dat was heel hard werken. Ook omdat ik tussendoor nog moest afstuderen en al eigen projecten deed voor merken als Lacoste en Stella McCartney. Maar het was ook een super leerzame tijd. Wat we daar deden, was bedrijven inspireren. Want de meeste trendgevoelige industrieën hebben gewoon geen tijd om heel veel research te doen naar kleur, beeld, vorm. Dat deden wij voor ze. We maakten bijvoorbeeld supermooie kleurkaarten, die een merk gewoon letterlijk kon pakken en voor z’n collectie gebruiken. Zo werd het een soort van self-fulfilling prophecy. Maar we waren bijvoorbeeld ook al bezig met het feit dat series en streaming de next big thing zouden worden.’

Een bijzondere tijd.

‘Ja, ik leerde ontzéttend veel mensen kennen. Vlak na mijn afstuderen werd me bijvoorbeeld gevraagd of ik meteen mee kon naar Tokio. Daar aangekomen gingen we als eerste naar de verjaardag van Issey Miyake. Hij was mijn all time hero! Of ik kreeg te horen; je moet overmorgen naar Prato. Dan vloog ik er businessclass naartoe, met champagne. En in Parijs ging ik naar huisfeestjes van de ontwerpers van Jean Paul Gaultier.’

Waarom ging je er weg?

‘Weliswaar viel mijn eigen werk redelijk goed te combineren met dat van Studio Edelkoort, toch zeiden mijn collega’s: “Borre, je moet voordat je meer gaat verdienen voor jezelf beginnen, anders zit je hier straks vast”. Toen ben ik in 2012 naar Amsterdam gegaan om boven een oude koekjesfabriek een studio te beginnen.’

Waarom kreeg je meteen al zoveel aandacht?

‘Ik was heel goed in one offs voor bekende merken. En ik was voortdurend aan het innoveren. Ik koppelde technologie aan textiel en dat kreeg veel pers. Ik stond in de Wired en Fastcompany. Het was aan het begin van wearable tech. En daarom sprak ik ook op grote events. En voor de merken waarmee ik werkte, zoals Nike, kon ik snel leveren en was ik betaalbaar.’

Zorg voor een transparante modeketen, anders krijg je spotlight-marketing
Maar uiteindelijk ging je je focussen op breien, hoe gebeurde dat?

‘Ik was al sinds 2008 in het textielmuseum bezig voor Maarten Baas. Dus ik werkte al een tijdje met weefmachines. Voor mijn afstuderen wilde ik in eerste instantie een zitobject maken van een dikkere stof en werd toen naar een matrassenfabrikant gestuurd. Daar zag ik een machine breisels maken die aan de zijkanten werden afgehecht, zodat het vulgaren er niet uit kon. En toen vroeg ik me af; kun je dat niet ook in het midden doen?’

Was die gedachte functioneel of esthetisch?

‘Functioneel. Ik dacht, zo kun je de patroononderdelen van een kledingstuk erin verwerken en in één keer uit de machine halen. Dan hoef je de kleding achteraf dus niet te vullen. Maar ik ontdekte ook een esthetiek die ik niet eerder had gezien. En toen ik erop afstudeerde zei men dat ik wel iets bijzonders in handen had.’

Hoe werken jullie tegenwoordig samen met merken?

‘We ontwikkelen textiel voor bedrijven op zo’n manier dat ze elk soort stof kunnen maken – basislagen, outer layers, interieurstoffen, automotive banken – en dat ze digitaal volledige vrijheid krijgen om hun eigen esthetiek en DNA erin te verwerken, zoals bijvoorbeeld hun eigen logo. Of ze kunnen een kunstenaar een patroon laten maken. En dan is het dus in één keer fit for purpose en fit for brand.’

Onze laatste vier hires zijn sofware developers
Hoe is dat duurzaam?

‘Eén van de dingen is dat we hele kleine samples kunnen maken, omdat alles daarop is ingericht. Traditionele fabrieken kunnen alleen tig meters draaien voor één sample. En merken willen al gauw tien, twintig samples zien. En dat meerdere seizoenen per jaar. Dus we besparen heel veel stof. Verder zorgen we ervoor dat alle ingrediënten die we gebruiken, van garens tot machines, zo verantwoordelijk mogelijk zijn. En als een merk een unieke stof écht voor zichzelf maakt, dan gaat ‘ie veel langer mee. Louis Vuitton verandert zijn leer met logootjes ook niet elke seizoen.’

Jullie intellectueel eigendom zit in de software?

‘Zeker. Onze laatste vier hires zijn sofware developers. We zijn van een textiel innovatiestudio naar een techbedrijf aan het groeien. Maar wel altijd binnen de kaders van wat de machines kunnen.’

Wordt de hele industrie straks digitaal?

‘100 procent. Onze partners, de machineleveranciers, zeggen nu ook allemaal dat ze een digitaal platform aan het bouwen zijn. Het heeft dus zeker een ripple-effect. We moeten daarom wel voorop blijven lopen.’

Gaan de Zara’s en H&M’s een beetje mee in deze duurzaamheidstrend?

‘Als je hun producten bekijkt in de winkels, zijn die waarschijnlijk nog niet eens zo slecht gemaakt. Fast fashion en onze wegwerpcultuur vormen het probleem. Een gemiddeld kledingproduct wordt zes keer gedragen. Als je je realiseert dat veel kleding niet uitverkoopt en 40 procent van de kleding de winkels niet eens haalt, dan is er een enorme overproductie. En dat begint bij de ruwe materialen. Sustainability in deze sector gaat over een transparante keten, van begin tot eind. Je moet op elk onderdeel je best doen, anders krijg je spotlight-marketing; dan zet je een T-shirt van biokatoen in de spotlight en vraag je er applaus voor. Dat is wat de Zara’s en H&M’s doen.’

We zetten de keten op z'n kop
Hoe werk jij samen met medeoprichter en ceo Arnoud Haverlag?

‘Arnoud denkt in patronen, systemen en schema’s. En hij heeft veel meer een achtergrond in tech, dus kan de werelden van textiel en tech mooi samenbrengen. Ik ben iemand die of héél erg inzoomt, óf met een helicopterview tien, vijftien jaar vooruitkijkt. Arnoud heeft daarin het middenstuk gepakt; hoe moeten we nú geld verdienen, de komende jaren stappen zetten, funding krijgen, et cetera.’

Jullie hebben net funding opgehaald. Is dat belangrijk om niet te worden ingehaald?

‘Daar waren onze investeerders in het begin ook bang voor, maar nu steeds minder. De Adidassen en Nike’s gebruiken ons al heel lang als inspiratiebron. Dat zegt wel iets. En ons werk kopiëren, gaat ook niet zomaar. Daarbij zetten we de keten zo op z’n kop, dat we vooral merken moeten overtuigen om met ons samen te werken.’

Wat is jouw belangrijkste innovatieles?

‘Je moet mensen de vrijheid van expertise geven. Bij grote bedrijven werkt iedereen binnen silo’s. Wij zetten alle expertises altijd samen aan tafel, zodat je je expertise kunt delen met iemand aan de andere kant van de keten. Daarmee lossen we voortdurend problemen op. Het gaat dus over de dialoog tussen de expertises.’

Hoe ga je dat bewaken als het bedrijf harder groeit?

‘Ik denk veel na over het bouwen van een cultuur. Culture eats strategy for breakfast, zeggen ze toch? En die cultuur is onder andere dat iedereen even belangrijk is en dat iedereen moet weten waar we ons op focussen als bedrijf.’

Wat is jullie punt op de horizon?

‘De volgende stap is om het TaaS-model te bewijzen; textile as a service. Daarmee kunnen we een hele generatie nieuwe makers minder en betere textiel laten ontwikkelen. Ook zijn we aan het kijken hoe we de digitalisering van textiel nog op een andere manier kunnen inzetten in een wereld waar fysiek en digitaal samenkomen, zoals bijvoorbeeld de metaverse.’

Dan moet je je platform alleen nog aan blockchain koppelen, dan ben je klaar voor de toekomst.

‘Dat zijn zeker de gesprekken die hier gevoerd worden.’

Over de serie

IN DE SERIE CREATIVE ACHIEVERS gaat Wouter Boon op zoek naar de geheimen van creatief succes. Luister naar het volledige interview met Borre Akkersdijk via creative-achievers.com of een van de andere bekende podcastplatforms.

premium

Word lid voor € 1,-

Om dit artikel te kunnen lezen, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan en betaal € 1,- voor de 1e maand.

Ja, ik wil lid worden

Plaats als eerste een reactie

Advertentie