Strategisch denken deel 1

De term strategie is afkomstig uit de oorlogsvoering en kent zodoende een bloedige geschiedenis. Toch zijn er vele voorbeelden van strategisch denken aanwezig die ons interessante inzichten bieden voor onze eigen strategie. Strategisch denken gaat namelijk over het realiseren van doelen. Over het planmatig inzetten van middelen. Over terugblikken en vooruitkijken. Over omgaan met problemen en verandering. Over analyse en inzicht.

Helaas hebben we niet meer de rechten op de originele afbeelding
adformatie

In deel 1 van strategisch denken gaan we op zoek naar het inzicht van Julius Caesar.

De definitie van strategie

Strategy is the employment of the battle to gain the end of the War: it must therefore give an aim to the whole military action, which must be in accordance with the object of the War

… in other words…

Strategy forms the plan of the War; and to this end it links together the series of acts which are lead to the final decision, that is to say, it makes the plans for the separate campaigns and regulates the combats to be fought in each.
Carl von Clausewitz, Vom Kriege 1780-1831

De Pruisische generaal Carl von Clausewitz gaf in zijn boek Vom Kriege (1832) de eerste heldere omschrijving van het begrip strategie: ‘Strategie vormt het oorlogsplan en verbindt als zodanig de verschillende activiteiten die leiden tot het uiteindelijke doel.’ 

Het begrip strategie kent een zeer lange geschiedenis. Rond 500 voor Christus refereerde de legendarische Chinese krijgsheer Sun Tzu al aan het begrip strategie. Het was namelijk aan zijn strategie te danken dat hij de vijand altijd een stap voor was en zodoende de oorlog in zijn voordeel wist te beslissen. Volgens Sun Tzu was het voor iedereen zichtbaar met welke tactiek hij zijn vijand wist te verslaan. Wat echter voor niemand zichtbaar was, was de strategie die leidde tot deze overwinning. 

Het woord strategie is ontstaan vanuit het Griekse woord strategos (militair leider of ‘generaal’) dat weer afstamt van de woorden stratos (‘leger’) en agos (‘leiden’). Strategie werd dan ook gezien als ‘de kunst van de generaal’. Afkomstig uit de Griekse oorlogstaal betekent strategie letterlijk vertaald ‘het plannen van de vernietiging van de vijand door het effectief inzetten van middelen’ (Bracker 1980). Of in de woorden van Clausewitz ‘het gebruik van gevechten met als doel de oorlog te winnen.’ Chandler omschrijft strategie als ‘het vaststellen van de lange termijn doelstellingen van de organisatie, en het ontplooien van activiteiten en toewijzen van middelen welke noodzakelijk zijn om deze doelstellingen te realiseren’. Samengevat is strategie: 
‘Het realiseren van doelen door het planmatig inzetten van middelen.’

Strategie of tactiek
In de militaire theorie wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen strategie en tactiek. Waar de strategie het oorlogsplan vormt dat de verschillende activiteiten verbindt (de beleidsbeslissingen), houdt de tactiek zich bezig met de daadwerkelijke uitvoering van deze activiteiten (de concrete gevechtshandelingen). Een interessante parallel kunnen we trekken met de marketingcommunicatiestrategie. De verhouding tussen strategie en tactiek komt namelijk grotendeels overeen met de verhouding tussen positionering en propositie. Strategie en positionering zijn beide gericht op een hoger doel, waar tactiek en propositie de concrete, actiematige invulling zijn om dit doel te realiseren. Strategie kan zodoende richting geven aan verschillende tactieken waar de positionering richting kan geven aan verschillende proposities, afhankelijk van doelgroep, kanaal, tijdstip en overige relevante factoren. Een tweede parallel kan worden getrokken met de begrippen effectiviteit en efficiëntie. Effectiviteit is het doen van de juiste dingen (strategisch en doelgericht) waar efficiëntie staat voor dingen op de juist manier doen (tactisch en middelengericht). Ook hier is sprake van een duidelijke hiërarchie, je kunt namelijk nooit efficiënt zijn als je niet effectief bent.

Verder kijken dan het fysieke gevecht
In de geschiedenis zijn er vele grote oorlogen gevoerd die waren gebaseerd op verschillende strategieën. Napoleon geloofde in een zogenoemde ‘strategie van annihilatie’. Deze strategie had als enig doel de tegenstander volledig te vernietigen. Een andere Franse veldheer, generaal Antoine-Henri Jomini, was van mening dat de overwinning juist kon worden bereikt door het bezetten van het territorium van de tegenstander. Dzjengis Khan daarentegen was er van overtuigd dat de overwinning werd bereikt zodra het moreel van de tegenstander was gebroken. Terreur en plundering waren een veel gebruikt middel om dit doel te realiseren. Clausewitz geloofde ook dat de overwinning werd bereikt zodra de wil van de tegenstander om verder te vechten was vernietigd. Clauswitz ging op zoek naar datgene dat de wil om verder te vechten zou breken en keek daarbij veel verder dan het fysieke gevecht. 

Het inzicht van Julius Caesar
Ook Julius Caesar keek veel verder dan alleen het fysieke gevecht. Juist zijn inzicht in de problemen waarmee legers in die tijd werden geconfronteerd en zijn effectieve oplossingen hiervoor maakten hem legendarisch. De beroemde uitspraak veni, vidi, vici gaf al aan dat Caesar beschikte over een ongekend inzicht en overzicht. Het enorme succes dat hij realiseerde bij de uitbreiding van het Romeinse rijk was bijvoorbeeld grotendeels te dank aan de strikte doch faire discipline van zijn legionairs, die bekendstonden om hun enorme toewijding. In tegenstelling tot zijn voorgangers promoveerde hij zijn legionairs namelijk niet op basis van afkomst, maar op basis van bekwaamheid. Niet alleen verbeterde dit het moraal binnen zijn leger - de bewondering en toewijding van zijn manschappen was ongeëvenaard - het zorgde er tevens voor dat Caesar op elke positie de beste man had waardoor zijn leger nog sterker werd. Deze unieke combinatie van toewijding, expertise, kracht en slimheid resulteerde in een leger dat praktisch onverslaanbaar was. 

Daarnaast stond het leger van Caesar bekend om haar enorme snelheid. En snelheid was essentieel in de klassieke oorlogsvoering, waar positiespel een essentiële rol speelde (vandaar ook de samenhang tussen de begrippen strategie en positionering). Dankzij deze snelheid kon zijn leger in korte enorme afstanden overbruggen, snel hergroeperen, de meest voordelige posities op het strijdveld innemen en indien gewenst onverwacht toeslaan. 

Het leger van Caesar bestond tenslotte niet alleen uit een eersteklas infanterie, cavalerie en artillerie, maar had tevens een uniek genieonderdeel dat bekend stond om zijn ongekende ingenieurskwaliteiten. Daarmee ontwikkelde Caesar een leger dat niet alleen sterker was dan de tegenstander, maar ook slimmer. Toen Caesar gedurende zijn Gallische veldslagen stuitte op een stad welke was gebouwd op een hoog plateau en vanwege de steilheid van de berg moeilijk aan te vallen was, zag hij in dat zijn genie het verschil kon maken. Totale vernietiging was moeilijk zo niet onmogelijk evenals het bezetten van het territorium van de tegenstander. Zodoende werd de genie ingeschakeld met als doel de wil van de tegenstander te breken. Zijn genie groef een tunnel in de berg met als doel de watertoevoer naar de stad om te leiden naar zijn eigen leger. Zonder water was de wil snel gebroken en gaf de stad zich uiteindelijk over. 

In gaan we op zoek naar het inzicht van Dzjengis Khan.

Advertentie
advertisement
Advertentie