Het verzetsmonument van Exloo; soft, de juiste kracht

Bij merken en bedrijven moet de geest uit de fles. Ze moeten vaker met hun hart bellen en hun menselijke gezicht laten zien. ‘Een goede herder geeft zijn kudde veel ruimte.’ Wu Wei bij een pingo met marketingfilosoof Goos Geursen.

Helaas hebben we niet meer de rechten op de originele afbeelding
adformatie

We staan met Goos Geursen voor het verzetsmonument bij Exloo. Een zwart, groot, houten kruis met de namen van vijf verzetstrijders: J.C. Borgdorff, D.N. Breukelaar, R.G. Radersma, J. Wagenaar en A. Wedzinga. Afzonderlijk van elkaar in Groningen opgepakt en gezamenlijk op deze plek op 19 september 1944 neergeschoten. We laten de geboortejaartallen op ons inwerken, en rekenen uit hoe oud ze waren toen ze op deze plek werden gefusilleerd. Oorlogsmonumenten dwingen je om stil te zijn, al helemaal als ze midden in de natuur staan, zoals dit monument, ver weg van het jachtige ritme van de stad.

Zo zou je ook tegen de crisis moeten aankijken. Een monument is een plek om bij stil te staan en dat zouden we ook bij de crisis moeten doen. De crisis is een rechtstreeks gevolg van ons verzet tegen kwetsbaarheid, en wordt gevoed door hebzucht. En die hebzucht wordt weer gevoed door angst voor schaarste. We denken dat de oplossing voor dat gevoel schuilt in het bewerkstelligen van financiële zekerheid. We denken: als ik nou maar zo en zo veel geld weet te vergaren, dan kan me niks meer gebeuren, dan ben ik gelukkig. We associëren welvaart met veiligheid. Door de crisis komen we erachter dat onze angst voor schaarste niet alleen een bodemloze put is – want als je één miljoen hebt, wil je er twee en heb je er twee, dan wil je er drie enzovoort – maar ook dat het economisch juist misgaat door onze pogingen om de put te dempen.‘

Goos: ‘Zeg je nou dat we de crisis moeten zien als monument voor de zinloosheid van ons verzet?’

Zoiets, ja. Misschien dat we dan de grote les leren die in die crisis schuilt. De crisis is een kans te leren leven met kwetsbaarheid. Dat is trouwens niet alleen een belangrijke les voor mensen, maar ook voor merken. Ik vraag me oprecht af waar de mythe vandaan komt dat merken onkwetsbaar moeten zijn, dat marketing moet gaan om het creëren van perfecte droomwerelden.

Goos: ‘Eigenlijk gaat het bij kwetsbaarheid over menselijkheid. Menselijk zijn betekent écht jezelf zijn en alle kanten van je- zelf laten zien, dus ook je tegenstellingen en tekortkomingen. Je zegt niet voor niks: “Wees jezelf.” Maar merken lijken niet te geloven in die menselijkheid. Ze spelen liever eenzijdige superhelden, doen liever alsof ze perfect zijn en laten helemaal geen nare schaduwkantjes zien. Het cynische hieraan is dat dit maskerende gedrag mensen juist wegjaagt van merken. Mensen hebben die schaduwkanten namelijk wel, en dat maakt merken niet alleen onmenselijk, maar ook ongeloofwaardig. Mensen herkennen zich niet echt in merken. Merken zouden het lef moeten hebben om meer mens te worden.’

Dat is eigenlijk heel gek, want merken worden per definitie gemaakt door mensen. Het zijn dus eigenlijk mensen die het merk onmenselijk maken. Wat ik vaak meemaak is dat zodra mensen met een merk aan de slag gaan, er een soort afstand ontstaat. Ze nemen afscheid van hun eigen menselijkheid. Merkdocumenten zijn bijna altijd abstracte, artificiële formuleringen die niks te maken hebben met de mensen die dat merk maken. Alle menselijkheid wordt uit het merkproces gesneden.

We wandelen door Boswachterij Exloo met Goos Geursen. Als strateeg werkte hij onder meer jarenlang bij het bekendste reclamebureau van Nederland FHV/BBDO. In 2001 begon hij als zelfstandig adviseur, trainer en coach, met name op het gebied van interne veranderingsprocessen en communicatie. Ook schreef hij verschillende boeken over emoties en reclame, conceptontwikkeling, en maatschappelijke veranderingen en nieuwe inzichten in management, communicatie en marketing. En niet onbelangrijk: Goos was de leermeester van Kees toen die begin jaren negentig van de vorige eeuw bij FHV werkte, en die verhouding leraar-leermeester heeft de Goos-Keesrelatie nooit helemaal verlaten. Kees is die dag dan ook een tikkeltje opgelaten en zenuwachtig. Hij gedraagt zich als een wandelend bewijs van menselijkheid en kwetsbaarheid, en het lijkt of Goos dit opvalt als hij het gesprek bij het verzetsmonument hervat.

Goos: ‘Mensen maken pas echt contact met anderen als ze zichzelf zijn. Als ze hun ware aard tonen, met al hun sterkten en zwakten. Wanneer ze zich dus in alle hevigheid durven open te stellen en hun kwetsbaarheid durven te tonen. Voor merken is dat niet anders. Merken beginnen in te zien dat menselijkheid essentieel is om een echt en diep contact met mensen te maken. Menselijkheid maakt een merk sterk. Omdat menselijkheid gaat om het opgeven van kunstmatigheid, is het een broertje of zusje van authenticiteit. Het vraagt volledige openheid en eerlijkheid van merken om menselijk te kunnen zijn. Merken moeten de kunst verstaan om zichzelf open te maken.’

Dat lukt ze pas op het moment dat het misgaat, als de zaken slecht genoeg gaan. De ware aard krijgt pas een kans als de pijn groot genoeg is. Ik heb dat zelf meegemaakt bij een opdrachtgever. Dat was een bedrijf, een merk met een krachtige heritage. De oorspronkelijke oprichters hadden het bedrijf verlaten en het huidige management van het bedrijf wist niet meer wie ze waren. Echt niet. Die waren de band met hun eigen verleden kwijtgeraakt. Ze waren verdwaald in een door hen zelf gecreëerde nepwereld. Ze zaten in een complete identiteitscrisis; ze hadden van hun karakter een karikatuur gemaakt. En dat merkten ze niet alleen zelf, maar ook de consument had dat door. Die herkende het merk niet meer. Met alle negatieve gevolgen van dien. Je kunt zeggen dat er sprake was van een noodgeval.
Goos: ‘Zonder een noodkreet van een bedrijf zelf kun je het niet helpen veranderen. De hulpvraag dient uit het bedrijf zelf te komen en die moet urgent genoeg zijn.’

Het was zo mooi om die mensen te helpen bij het terugvinden van wie ze ook alweer waren en waar ze vandaan kwamen. Doordat zij zich kwetsbaar op durfden te stellen, hebben ze de weg naar hun eigen begeestering teruggevonden.’

Goos: ‘De kracht van kwetsbaarheid, het is een prachtige paradox. Juist door je kwetsbaar op te stellen maak je enorme krachten los. Het is eeuwig zonde dat kwetsbaarheid in het bedrijfsleven overgoten blijft met taboe.’

Het is echt een gemiste kans. Ik durf nog wel een stapje verder te gaan. Merken zouden eigenlijk doelbewust en structureel kwets- baarheid moeten nastreven. Dat is iets wat ze kunnen leren van het boeddhisme. Zenboeddhisten vieren de imperfectie. Ze zeggen dat het transformerend werkt als je je bewust bent van je imperfecte zelf. In het Mahayana-boeddhisme bestaat de wijsheid van kwetsbaarheid en die heet Jinpa. Ik begin hierover omdat Jinpa sterk overeenkomt met wat ik in je laatste boek las, Help, de leuning beweegt. Jij hebt het over jezelf tonen, jezelf laten zoals je in wezen bent. Met alles wat je menselijk maakt. De kracht van die volledige openheid, die volledige transparantie, dat is Jinpa. De vraag is hoe je bedrijven kunt helpen opener en transparanter te zijn.

Goos: ‘Ik moet even denken aan je verhaal over dat merk met een identiteitscrisis van daarnet. Dat merk had oorspronkelijk wel een sterke ziel en bezieling, maar de mensen konden er zelf kennelijk niet meer bij. Of je nou praat over dat diepste wezen van je organisatie of van jezelf, als ondernemer en mens, wanneer je dat contact hebt, weet je waarom je ook alweer doet wat je doet. En dat zit dicht bij liefde, bij compassie, bij bezieling en passie. Er was bij dat merk dus wel een bron, maar die was gedempt. Er zat een kurk op de fles die eraf moest. Om bedrijven open en transparant te maken, moet de geest uit de fles.’

Als de fles opengaat, ben je bij de bron?

Goos: ‘Dan heb je dat motortje, het vuurtje waardoor dingen uit zichzelf gaan. Dingen waaraan je als bedrijf of organisatie continu kunt refereren. Dat is de enige écht stabiele factor, want het is geen bedacht iets. Het vormt een stabiele kern, een hart. Ik geef bedrijven dan ook altijd als advies: bel geregeld met dat hart. Dan gaat het automatisch over hoe dat voelt in plaats van dat je bezig bent met afstandelijk denken en abstracte woorden, sterker nog, dan heb je helemaal geen woorden meer nodig.’
8
Dan gaat het vanzelf.

Goos: ‘Precies. Ik geloof in het Chinese begrip Wu Wei. Dat kun je het best vertalen als ‘actief niks doen’. Afwachten wat er is en dan reageren. Veel mensen verwarren dat met lethargisch bij de pakken neerzitten, maar dat heeft niks met Wu Wei te maken. De bedoeling van Wu Wei is dat je de natuur haar werk laat doen, dus dat je die zelf laat spreken. Vanuit het zelf gaan de dingen vanzelf.’

Kwetsbaarheid gaat daarmee dus ook over ‘van nature’?

Goos: ‘Alleen dingen die je vanuit jezelf doet, gaan vanzelf. Dan zijn ze vanzelfsprekend, en kun je prima omgaan met alle veranderingen en ontwikkelingen die je als mens doormaakt.’

Daar gaat het dus mis bij merken. Die opereren niet vanuit identiteit, maar vanuit imago. Ze zijn niet natuurlijk, maar bedacht. En die identiteit moet je daarom steeds weer veranderen als de situatie verandert, terwijl een identiteit automatisch met verandering mee ontwikkelt.

Goos: ‘Om merken te helpen met het ontdekken van hun identiteit heb je trouwens geen consultants nodig, maar coaches.’

Oh? Wat is het verschil?

Goos: ‘Bedrijven bestaan bij de gratie van groei, dat is de conventie. Dat is op zich prima, maar groei wordt altijd alleen gezien als kwantitatieve groei, niet als kwalitatieve innerlijke groei. En daar zit het verschil. Consultants focussen op kwantitatieve groei, dus op omvang en winstgevendheid. Coaches zoeken die groei meer in de innerlijke zin van het woord, dus meer in de binnenkant van bedrijven. De primaire taak van een coach is dan ook niet het geven van advies, maar het bieden van inzicht, het scheppen van voorwaarden, het banen van paden. Het gaat niet om het faciliteren van verandering, maar om het faciliteren van ontdekking. Coaches maken bedrijven niet groter, maar wijzer.’

Hoe je dat, dat wijzer maken?

Goos: ‘Door mensen via het informele circuit te mobiliseren, dwars door alle afdelingen heen. Door formele eindconclusies en algemene formuleringen te mijden. Het proces is het doel. Dan krijg je gegons en groei die niet meer te stoppen zijn. Ik probeer bedrijven in hun creativiteit te brengen en ze daar te houden, want alleen daaruit kunnen nieuwe dingen ontstaan. Het klinkt misschien heel hard, maar ik gun veel bedrijven daarom een nog veel grotere crisis dan ze nu hebben. Want dan pas heb je kans dat er nieuwe creativiteit ontstaat. Creativiteit en vernietiging gaan samen. Als het oude niet wordt vernietigd, ontstaan er geen nieuwe dingen. Kijk naar bosbranden: je hebt de vernietiging van grote bomen nodig om nieuwe plant- jes te laten groeien.’

We lopen het bos uit en komen op een open vlakte, en daar, heel gek, ligt een enorme krater van ongeveer vijf meter diep, zomaar vier voetbalvelden groot.

Goos: ‘Wat is dit? Is hier gisteren een megameteoriet ingeslagen?’

Mag ik even reisleider spelen? Dit is een kuil ontstaan in de laatste ijstijd, toen gletsjers ons land eigenlijk niet hebben bereikt. Het is dan ook geen gletsjerkuil, maar een pingo waar jullie naar kijken. Die term stamt af van de Eskimo’s. Pingo’s ontstonden in de laatste ijstijd door grondwater dat aan de oppervlakte bevroor en kon uitgroeien tot tientallen meters hoge ijsbergen. Wat er gebeurde, was dat de grond werd ingedrukt en opzijgeschoven, zodat na het smelten van het ijs een kuil overbleef met een rand eromheen.

Goos: ‘Het ijs zat dus eigenlijk opgesloten.’

Opgesloten, ja. Managers die een merk aansturen, zitten ook opgesloten in hun rol, in het merk of in het bedrijf waarvoor ze werken. Net zoals het merk moeten ze perfect zijn. Fouten maken, zwaktes hebben: het kan en mag allemaal niet, terwijl diezelfde manager als persoon zeer zeker niet perfect is.

Goos: ‘Het wordt de hoogste tijd dat het bedrijfsleven kwetsbaar leiderschap gaat omarmen. Kwetsbare leiders begrijpen dat mensen meer leren van fouten, dan van successen. Succes verblindt en fouten verschaffen inzicht. Het maken van fouten is dus iets wat je niet zo veel mogelijk moet ontlopen, maar juist moet opzoeken.’

Dus moeten managers...

Goos: ‘Je moet managers leren dat het effectiever is de controle los te laten. Ik ben meer taoïstisch dan boeddhistisch, en een bekend taoïstisch spreekwoord luidt: een goede herder die zijn kudde wil controleren moet die een grazige weide geven. Geef mensen dus zo veel mogelijk ruimte, ook voor het maken van fouten. De manager zorgt voor de randvoorwaarden waarbin- nen mensen zichzelf kunnen leiden. Hij of zij maakt mogelijk, meer niet. Ik spreek ook liever niet over een leider, maar over een begeleider.’

Alle marketingplannen en rapporten onmiddellijk verscheuren. Het is een illusie te denken dat die paperassen controle en zekerheid verschaffen. Marketing gaat alleen maar over de meetbaarheid en maakbaarheid der dingen, maar dat is een illusie. De toekomst voorspellen, het verleden verklaren – hou op met die marketingfundamentalistische prietpraat, het is ook voor bedrijven veel effectiever om met volle aandacht in het nu te verblijven en daarin juist te handelen. Dat is het enige moment waarop de dingen gebeuren, óók zakelijk. Dat betekent voor merken dat ze op intuïtie leren vertrouwen in plaats van op informatie, dat ze de kracht van kwetsbaarheid leren ontdekken en ontwikkelen.

Goos: ‘Dat kunnen alleen kwetsbare leiders. Kwetsbare leiders beseffen dat controle dodelijk is voor creativiteit, en dat creativiteit de levensader van elk bedrijf is.’

Zonder creativiteit geen innovatie.

Goos: ‘We zijn creativiteit enorm gaan devalueren. Kijk naar de rol van kunstenaars in de maatschappij. Ze hebben hun centrale rol al jaren geleden verloren. Als ze geluk hebben, krijgen ze een handjevol subsidie en mogen ze op bestelling even expressief doen, maar daarna weer hup, terug in hun hok. Net zoals het overal in het bedrijfsleven en binnen de overheid normal is geworden om creativiteit tijdelijk in te huren. Organisaties “lenen” een tijdje een reclamebureau, designbureau of creatieve geest, maar is het klaar, dan moet dat bureau of die persoon gauw weer weg, anders wordt het lastig. Want jongens, we moeten wel orde bewaren en overzicht behouden.’

Het is koud geweest de afgelopen nacht, ook om twaalf uur ’s middags vriest het nog dat het kraakt en is de rijp nog niet van de bomen. En dat geeft mooie plaatjes. Maar de camera van Kees weigert die vast te leggen, en dat irriteert. De natuur geeft haar schoonheid even niet aan een fotografische afdruk prijs.

Kunstmatigheid, orde en overzicht, het perfecte, het onmenselijk, waar komt dat toch allemaal vandaan?

Goos: ‘Dat vindt zijn oorsprong in de renaissance. Preciezer: in het renaissancistische credo “ik denk, dus ik ben”. Vanaf de renaissance was denken ineens het hoogste goed dat er was. En dat heeft een scheiding tussen lichaam en geest losgemaakt. De wetenschap kreeg het lichaam, de kerk de ziel. En die twee zijn alsmaar verder uit elkaar gedreven. Dualisme werd vanaf dat moment de norm.’

Mensen zijn hun gevoel kwijtgeraakt en het denken centraal gaan stellen.

Goos: ‘Antwoorden zoek je niet in jezelf, maar buiten jezelf. Buiten is fijn en veilig, want daar zijn de dingen maakbaar, is de realiteit controleerbaar en is de perfectie haalbaar.’

Alles om de buitenkant te bevredigen.

Goos: ‘Wij mensen zijn nou eenmaal zo geprogrammeerd dat wij slechts tevreden zijn met absolute bestendigheid, met absolute controleerbaarheid. En dat krijgen we nou nét niet voor elkaar.’

En daarmee zijn we weer terug bij het verzetsmonument. Boswachterij Exloo ligt op de Drentse Hondsrug. Het is een glooiend gebied waarin naald- en loofbos, open heide en stuifzanden elkaar harmonisch afwisselen. En dat geeft prachtige vergezichten. Maar de camera van Kees blijft weigeren. Dan maar verder zonder die vastgelegde rijp. Maar het blijft hem van zijn wandelkaart afleiden, waardoor we een paar keer verkeerd lopen. Kees, zijn wandelkaart openvouwend: ‘Sorry jongens, maar ik denk dat we een zijpad terug moeten.’

Goos: ‘Laat die kaart toch lekker. De wandeling is de weg, de weg is de wandeling. We komen er wel. Er bestaat geen verkeerd. Je komt altijd uit waar je uiteindelijk wilt uitkomen.’

Zonder ontsporen geen ontwaken. Het is een van de mooiste lessen die ik in het boeddhisme heb geleerd. Problemen moet je als kansen benaderen. Je moet er de grootst mogelijke dankbaarheid voor tonen.

Goos: ‘Managers en marketeers hebben ook alle reden nederig te zijn. Merken bestaan namelijk alleen bij de gratie van consumenten.’

Kun je die nederigheid even duiden?

Goos: ‘Marketing gaat niet over macht, maar over kracht. En wij zijn macht en kracht door elkaar gaan halen. Kijk naar de Engelse taal. Power betekent zowel macht als kracht, ook daar kennen ze het verschil niet.’

Gaat u verder met uw college.

Goos: ‘Kracht gaat over begrijpen, kwetsbaarheid en binnenkant. Macht gaat over beheersen, onkwetsbaarheid en buiten- kant. Merken en marketeers hebben helemaal geen macht over consumenten. Het is een illusie te denken dat merken bepalen wat mensen denken en doen.’

Ik las in een van je boeken dat je daarom het woord concept hebt ingeruild voor context.

Goos: ‘Wat ik daarmee bedoel te zeggen, is dat je geen standaardboodschap in mensen kunt planten. Er zit altijd een interpretatie van mensen tussen zenden en ontvangen. Je kunt mensen dus hooguit iets voorleggen, waarna ze zelf bepalen of ze er een boodschap aan hebben. Vandaar dat merken omstandigheden moeten creëren waarin mensen zelf kunnen bepalen of zij iets met het merk kunnen of willen. Dat is een context. Merken moeten mogelijkheden leveren, niks meer en niks minder. Ze zijn niet meer dan een grondstofleverancier. Ik experimenteer hier ook wel eens mee als ik presentaties of speeches geef. Ik begin dan zonder vastomlijnd plan of verhaal. Ik vertel de zaal wie ik ben, wat me interesseert, waar ik wat van weet, en ik laat hen vervolgens kiezen waarover ze het willen hebben. Ik improviseer. Ik ben op die manier heel nadrukkelijk de aangever. Ik creëer een context. Het is daarmee heel expliciet niet mijn verhaal, maar ons verhaal dat ter plekke ontstaat. Dat is wat merken ook zouden moeten doen: consumenten niet vertellen wat je te vertellen hebt, maar hun vragen wat ze over je willen horen.’

Dat is nogal anders.

Goos: ‘Ik ga nog verder hoor. Ik heb zelfs het fenomeen positionering losgelaten. Het is helemaal niet effectief om voor één bepaald iets te staan. Toch blijven bedrijven dat krampachtig volhouden. Ze willen beheersbaarheid en eenvoud, die ze vervolgens in hogere waarden zoeken. Dus hebben ze een scherpe waarheid over zichzelf nodig die ze op mensen willen afvuren. Maar een propositie, dat is helemaal niet meer aan de orde. We zitten in een levend systeem; de wereld om ons heen is complex en dynamisch en kent tal van stakeholders, doelgroepen, segmenten, sferen en ga zo door. Ga daarom veel kanten van jezelf zoeken die je interessant vindt en laat je van al die kanten zien. Je hebt dus niet langer een propositie, maar misschien wel een miljoen proposities afhankelijk van het aantal mensen dat je bedient. Elke relatie is een propositie. Daarom kun je een merk ook niet definiëren. Het ontstaat in een relatie. Een eenduidig gevoel over een merk bestaat niet. Mensen controleren merken, niet andersom. En dat maakt merken ultiem kwetsbaar. Misschien moeten we dat begrip merk zelfs maar even helemaal parkeren. Het is een griezelig begrip ook. Immers, wanneer ik twaalf marketeers aan tafel zet en vraag of ze allemaal een omschrijving willen geven van wat een merk is, krijg ik twaalf totaal verschillende antwoorden. Het is een personality, zegt de een, maar iemand anders zegt: het is een bundel waarden. Nee, roept weer iemand: het is een verhaal. En die zegt: nee hoor, kijk maar op de verpakking, het is een logo. Het begrip merk is zo’n mentale constructie geworden, dat het niet meer te vangen is. En dat geldt voor veel begrippen.’

Veelzijdige merken zijn dus veel krachtiger dan eenduidige merken.

Goos: ‘Merkstrategie gaat voor mij over kunnen meebewegen met het gedrag van consumenten, niet over het bepalen van hun gedrag.’

Niks is blijvend, niks is permanent. Veranderlijkheid en vergankelijkheid zijn ontzettend belangrijk binnen het boeddhisme. Ze vertegenwoordigen de ware natuur der dingen, het is onvermijdelijk. Alles verandert altijd. Iedereen doet zijn best om geluk te vinden en dit vervolgens te bestendigen, maar dat lukt niemand. Ook geluk is aan veranderlijkheid en vergankelijkheid onderhevig. Geluk is nooit eeuwig, nooit permanent, en het controleren ervan is dus ook een illusie. Zolang mensen zich tegen veranderlijkheid en vergankelijkheid verzetten, lijden ze. Eigenlijk draait alles binnen het boeddhisme om het omgaan met deze realiteit. Boeddhisme kun je zien als het managen van veranderlijkheid en vergankelijkheid, als de kunst van het loslaten. Daar schuilt het échte geluk.

We zijn weer terug in het bos en lopen langzaam terug richting Drouwen. En dan ineens, zomaar midden in het bos, net zo onverwacht als het verzetsmonument, staat op een zevensprong, in het midden van nergens eigenlijk, een bundel richtingsbor- den die naar het omringende niets lijken te verwijzen.

Goos: ‘Zelfs midden in een bos mogen we niet dwalen. Zelfs in the middle of nowhere draait het om controle.’

Jij bent meer van de dwalende bedrijfscultuur.

Goos: ‘Laat mensen liever dwalen en verdwalen. Moedig het maken van fouten aan in plaats van het vermijden van fouten. Ik zie een fout of een dwaling niet als fout of dwaling, maar als een leermoment. Als een kans om dingen beter en anders te doen. Ik geloof dat een cultuur van proberen en leren veel effectiever is dan een cultuur van straffen en belonen. Wij accepteren wel dat fouten maken – dus vallen en opstaan – de énige manier is om als mens te groeien. Leren loutert. Falen hoort onlosmakelijk bij het leven. Je doet dingen net zo lang verkeerd totdat je weet hoe je ze goed moet doen. Je kunt niets in één keer. We accepteren dat mensen niet vrij zijn van zonden, dat staat zelfs in de Bijbel. Toch verwachten we van bedrijven dat ze heilig zijn.’

Maar dat wordt dus allemaal anders. We gaan de kracht die in kwetsbaarheid schuilt accepteren. Perfectie was een deugd, kwetsbaarheid was een zonde. Nu wordt kwetsbaarheid de deugd en perfectie de zonde. Want perfectie staat voor onecht en onbetrouwbaar. Je ziet een draai van 180 graden. Merken worden langzaam menselijk, worden merken waarin mensen zich kunnen herkennen. Herkennen gaat aspireren vervangen.

We staan bij Buinen op de heuvel. We zien in de verte het dorp Drouwen en ja, het huis van Kees. Om daar te komen moeten we eerst door het stroomdal van de Hunze. Eerst dalen, daarna klimmen, drie kilometer door vrieskou, oostenwind recht in ons gezicht.

Goos: ‘Kom op, jongens. Op weg naar de Drentse droge worst en puntjeskaas.’

En daar hoort toch echt wel een glaasje Zuidam Zeer Oude Genever bij.

Goos: ‘Je weet toch wat ze zeggen over de Drent? Dat is een gedrocht dat is gewrocht uit turf, jenever en achterdocht.’

Laat die Drentse achterdocht maar komen.

Advertentie
advertisement

Plaats als eerste een reactie

Advertentie