Oorlog in Oekraïne dwingt bedrijfsleven kleur te bekennen

Merken kunnen op twee manieren reageren op Poetins agressie: pragmatisch of principieel. Hoe sta je aan de goede kant van de geschiedenis?

Kleur bekennen
Shutterstock

Het drama in Oekraïne komt bij iedereen de huiskamer binnen. Vladimir Poetins verwoestende aanval is een omwenteling als de Val van de Muur in 1989, maar dan in spiegelbeeld - niet hoopvol, maar angstaanjagend. Het bedrijfsleven worstelt met de vraag, hoe te reageren. Wie de reacties sinds de inval twee weken geleden onder de loep neemt, zag de eerste reacties met een aantal klassieke ingrediënten. De toonzetting is bezorgdheid. Er werd afstand genomen van de aanval en zorg uitgesproken over de veiligheid en het psychisch welbevinden van medewerkers en de Oekraïense bevolking.

Logischerwijs werd de samenwerking met Russische organisaties stopgezet en er werd geld gedoneerd aan humanitaire hulporganisaties. En natuurlijk is op sociale media steun betuigd aan de slachtoffers met hashtags als #standforukraine. Zoals we in het begin van de coronacrisis klapten voor de zorg, klappen we nu voor Kiev. En iedereen stort op giro 555 – symboolpolitiek of niet. Tegelijkertijd is de oorlog in Oekraïne nu al een humanitaire ramp, waar bedrijven grofweg op twee manieren kunnen reageren: pragmatisch of principieel.

Advertentie
advertisement

Schade berokkenen

De pragmatische route is gebaseerd op vrijheid. Zo lang mogelijk apolitiek blijven is het devies. Individuele bedrijven kunnen zelf hun eigen afwegingen maken, veelal op basis van economische motieven. Zo zetten bedrijven als ING en Philips hun activiteiten voort, met als argument dat de lokale bevolking niet de dupe mag worden. Een eventueel vertrek zou duizenden mensen hun baan kosten. Als je Russische werknemers hebt die tegen Poetin zijn, en die dan ook nog eens worden ontslagen, berokken je ook schade aan gewone Russen en dat is niet ethisch.

Door alle maatregelen en het terugtrekken van bedrijven, staan er in Rusland honderdduizenden banen op de tocht. En in deze lijn zou een boycot van Rusland ook leiden tot meer afstand van alle Russen die de afgelopen dagen hun leven hebben gewaagd door te demonstreren tegen Poetin. Zo voeren Nederlandse boeren en tuinders aan dat er juist tijdens een oorlog behoefte is aan voedselvoorziening en stelt Philips dat haar zorgtechnologie ziekenhuizen helpt om de gezondheidszorg in het land te moderniseren.

Toekijken? Geen optie?

Het is de oorlog van Poetin, niet die van alle Russen. Zo draagt een deel van het Nederlandse bedrijfsleven bij aan de welvaart in het land, wat goed is voor Russische gezinnen. Dat critici stellen dat je hiermee Poetin in het zadel houdt of, om het militair uit te drukken, met de vijand heult en de oorlog financiert, weegt daar niet tegenop. Hoe ongemakkelijk het ook voelt. De pragmatici stellen dat er immers ook A-merken zijn die de ogen sluiten voor de dwangarbeid door Oeigoeren in China en het WK-voetbal in Quatar sponsoren. En we staan ook al jaren met de rug naar de problemen in oorlogslanden als Afghanistan, Congo, Jemen en Syrië. Verontwaardiging is veelal selectief, er wordt gemeten met twee maten. De ene ramp raakt ons meer dan de andere. Er zijn verplichtingen naar aandeelhouders en je hebt nu eenmaal aan wettelijke verplichtingen te voldoen.

De principiële route is een volledige boycot, niet op basis van economische motieven maar met het oog op de bescherming van vrije, democratische waarden. Het is de scherpe stellingname: alle westerse bedrijven die in Rusland blijven, zijn medeplichtig aan het regime van Poetin. Wat moet, dat moet, is de mantra. Doel is de agressor met harde sancties te isoleren, wat het ook kost. Zo hebben veel Nederlandse scheepsbouwers hun banden met Russische clientèle verbroken, met honderden miljoenen schade als gevolg. Maar het is niet anders - drijvende kastelen bouwen voor oligarchen is niet echt bon ton in deze tijd. Bedrijven kunnen het zich simpelweg niet veroorloven om te investeren in een land dat een agressieve oorlog voert. Wie de oorlog financiert, heeft bloed aan de handen. Je kunt niet meer uitleggen dat je in Rusland zaken doet. Toekijken is geen optie.

Hoe sta je aan de goede kant van de geschiedenis? Wie gisteren dacht dat Oekraïne ver weg was, heeft vandaag een probleem. Hoe verder de oorlog escaleert, hoe luider de samenleving verlangt dat ook het Nederlandse bedrijfsleven alle banden met Rusland verbreekt. Poetins militaire invasie heeft het land veranderd in een financiële paria. Feitelijk is er geen keuze. Alles wat we kunnen, moeten we doen, is het devies. Nood breekt wet. Tegen de achtergrond van de oorlog aan Oekraïne kan het bedrijfsleven niet langer apolitiek blijven.

 

Paul Stamsnijder is founding partner van de Reputatiegroep

Plaats als eerste een reactie

Ook een reactie plaatsen? Wordt lid van Adformatie!

Wordt lid van Adformatie → Login →
Advertentie