Rob Jetten en het ongelijk

Bij het lezen van de haattweets over Jetten ziet Rocco Mooij de kloof steeds dieper worden. De vraag is of namen en shamen de weg is.

ANP Bart Maat

Ik groeide op in sombere tijden. Het regende meestal. De economie sukkelde. De Koude Oorlog was op zijn koudst. De Amerikanen sleutelden aan wapens gruwelijker dan de atoombom. Wat de Russen deden, wist je niet. Bijna al mijn schoolvrienden hadden een thuisachterstand. Vader al een tijdje dood of naar elders met een jong ding, moeder chronisch ziek, incest met een oom, op zijn minst een gehandicapte zus.
En dan moest punk nog komen.

De vader van mijn beste vriend dronk. Vertrouwd gezicht; meneer Sieboldt aan tafel met een pijpje Amstel. Rond een uur of vier kwam – komisch duo -  de fles jenever ernaast.  Sieboldt was dan al lang verdwaald in zijn eigen schemerwereld. Een wereld waarin de krant, uitgespreid op het tafelzeil voor hem, het kwadrant van de waarheid was. Ik weet niet wat ik daarmee bedoel, maar het klinkt wel goed doordacht.


In De Telegraaf vond hij bevestiging van zijn – met de wijsheid van nu – vooruitwijzende denkbeelden. De krant en het Amstelbier trampolineerden hem steeds verder weg van het redelijke. Met elke slok werden zijn vijanden gevaarlijker en vergleed zijn toon van verongelijkt, naar bitter, naar haat. Duistere hoofdrollen waren weggelegd voor de socialist Joop den Uyl die, in nauwe samenwerking met ‘Hilversum’ en het ‘Surinaamse volk’, in het geniep bezig was de oude vertrouwde wereld van meneer Sieboldt te verwoesten. Aan welke gelukkige wereld de alcoholist Herman Sieboldt in zijn verregende buitenwijk nu precies vast wilde houden, is me nooit duidelijk geworden.

Advertentie
advertisement

Op zijn zestigste werd het gekanker stoffelijk. De artsen waren genoodzaakt samen met de tumor ook meneer Sieboldts maag weg te halen; een forse ingreep die hem overigens niet van zijn gewoonten bevrijdde. Twee jaar later was hij dood.
Zijn weduwe fleurde op en werd heel gelukkig oud.
Ook met Nederland ging het daarna een stuk beter. Welvaart werd beter verdeeld en iedereen kreeg een auto voor de deur. De Nederlander van nu is een van de gelukkigste mensen op aarde.

Over homoseksualiteit heeft meneer Sieboldt zich nooit negatief uitgelaten. Surinamers waren luie flikkers, dat wel. Maar dat was overdrachtelijk bedoeld. Sieboldts jongste zoon moest toen nog uit de kast komen. Wellicht dat dit vermoeden zijn vaders tirades censureerde. 

Toch moest ik aan Sieboldt denken toen ik de morsige haattweets zag die Rob Jetten dagelijks in zijn timeline voorbij ziet komen. Wie grasduint langs de dreven van Jettens haters ziet veel verdord gras en verwelkte flora. Uit meren en sloten borrelt kwalijk gas. En overal wappert fier de Nederlandse driekleur. Onder het plaveisel het moeras, dacht ik, met dank aan A. F. Th.
In onnavolgbaar Nederlands knopen twitteraars met omineuze namen als @jetteniseenlulmetvingers homoseksualiteit aan links, de grachtengordel, de politiek, de media, de asielzoeker, winkeldiefstal, verkrachtingen, het Marokkanenprobleem, 5G-masten en het COVID-complot.


Het is bekend, het is afschuwelijk, en het is schrikbarend veel groter dan ik dacht. Hier tekent zich een scenario af zoals je dat in Amerikaanse Netflixseries ziet. Altright in Nederland. De kloof wordt dieper en breder.
Onder aanvoering van de Nederlandse Breitbart Joost Niemöller -  met wie ik nog heb gestudeerd en die toen ook al geen gelukkige indruk maakte – tiert het nepnieuws als onkruid.
En net als bij onkruid is de eerste reactie: verdelgen.  Weg met de groene aanslag.
De vraag is of dat ons verder helpt. De vraag is of namen en shamen de weg is. Afwijzen versterkt het groepsgevoel. Negeren wakker onvrede aan.

Het gezin Sieboldt leefde met een grote boog om vader heen. ’s Avonds als het krat leeg en de fles op was, hielpen zijn zoons hem naar bed. In de buitenwijk klonk een bittere zucht. Weer was Sieboldt niet gehoord. Weer was hij niet serieus genomen.
Morgen zou hij nog harder kankeren.

Plaats als eerste een reactie

Advertentie