Onderzoek: Gen Z zal meer dan wie dan ook kunnen profiteren van crisis

Onderzoek Snapchat: Geen langdurige impact van coronacrisis op toekomst Gen Z - in tegendeel.

De vraag naar vaardigheden en eigenschappen die jongeren bezitten wordt alleen maar groter door de pandemie.

Ondanks de uitdagingen waar jongeren nu mee te maken hebben, staat Generatie Z (geboren tussen 1995 en 2010) er beter voor dan gedacht. Dat blijkt uit onderzoek van Oxford Economics in samenwerking met Snapchat. De vraag naar vaardigheden en eigenschappen die jongeren bezitten wordt alleen maar groter door de pandemie, aldus de studie.

Het onderzoek, uitgevoerd in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Australië, toont aan dat Gen Z zal profiteren van de veranderingen in de manier waarop we wonen, werken en communiceren door de coronacrisis, mits regeringen, scholen en universiteiten veen inhaalslag maken.

Advertentie
advertisement

De onderzoekers keken naar recente ontwikkelingen als de sterke toename van digitale communicatie, werken op afstand en het toenemende gebruik van e-commerce en andere online diensten en hun effect op de arbeidsmarkt. Ze voorspellen dat tegen het jaar 2030 voor driekwart van de banen geavanceerde digitale vaardigheden nodig zullen zijn. Als eerste generatie die vanaf de geboorte is opgegroeid met technologie, zal Gen Z - die in de analyse van Oxford Economics alle andere leeftijdsgroepen versloeg op het gebied van digitale vaardigheden - meer dan welke andere generatie dan ook kunnen profiteren van deze groeiende behoefte aan digitale vaardigheden. 

Augmented Reality

Een baan in Augmented Reality (AR), een markt die naar verwachting in 2023 tien keer zoveel waard zal zijn, is volgens het onderzoek een een goed voorbeeld van het soort beroep dat deze mix van technische vaardigheden en creativiteit vereist. Vandaag de dag wordt AR vooral gebruikt voor entertainment, maar experts voorspellen dat deze snel groeiende technologie de komende jaren zal worden gebruikt in heel veel industrieën - van marketing en onderwijs tot de bouw en landbouw - om processen te stroomlijnen, menselijke fouten te verminderen en training te ondersteunen.

Oxford Economics voorspelt dat Gen Z’s aandeel in het inkomen voor de totale economie tussen 2019 en 2030 stijgt van 3% naar 20%. Hun gemiddelde salaris stijgt in dezelfde periode met bijna 250%. Het inkomen van Gen Z zal groeien van 440 miljard dollar op dit moment tot meer dan 3,5 biljoen dollar, wat tegen 2030 het equivalent is van 11% van de totale gezinsuitgaven in de zes economieën.

(Tekst loopt door onder de foto.)

Gen Z

Klaarstomen voor veranderende digitale economie

'In de nabije toekomst zullen werknemers het werk moeten doen dat computers niet kunnen. Het is niet zozeer dat robots onze banen zullen afpakken, maar wij moeten er voor zorgen dat we de volgende generatie opleiden om te denken en te werken op manieren die computers niet kunnen', stelt Henry Worthington, directeur van Oxford Economics. 'Ons onderzoek toont aan dat we bij jonge mensen minder nadruk moeten leggen op het vergaren van kennis en meer moeten focussen op een veelzijdige opleiding die zich richt op de toepassing van deze kennis, creativiteit en kritisch denken.'

Claire Valoti, VP International bij Snap Inc. voegt daaraan toe: 'Jonge mensen hebben voor enorme uitdagingen gestaan tijdens de pandemie. Maar hun vooruitzichten zijn niet slecht, zeker als we jonge mensen adequaat kunnen klaarstomen voor een snel veranderende digitale economie. Technologieën als Augmented Reality kunnen in de toekomst een rol gaan spelen in veel verschillende aspecten van de samenleving en zullen de vraag naar nieuwe creatieve en technische digitale vaardigheden het komende decennium vergroten. AR-ondernemers hechten veel waarde aan de zogeheten ‘soft skills’ die Gen Z bezit, waaronder creativiteit, wendbaarheid en leergierigheid.'

Inhaalslag

Het veelbelovende beeld komt met wel een waarschuwing, stellen de wetenschappers. Als Generatie Z de verschuiving naar een meer digitale economie ten volle wil benutten, moeten de regering, scholen en universiteiten volgens deskundigen een inhaalslag maken. Niet alleen moet de maandenlang verstoorde leertijd worden ingehaald, er is ook fundamentele onderwijsvernieuwing nodig. Net als bij eerdere recessies wordt nu verwacht dat de economische schok na COVID-19 zal leiden tot een nieuwe automatiseringsgolf, die deze keer vooral invloed zal hebben op hoger opgeleide beroepen. De analyse toont aan dat dit betekent dat er in de toekomst veel meer vraag zal zijn naar technische knowhow en zogenaamde ‘cognitieve vaardigheden’ als creativiteit en kritisch denken.

Vier stappen

Om ervoor te zorgen dat we jonge mensen ondersteunen en ze helpen om hun unieke vaardigheden optimaal te benutten na de pandemie, roept Oxford Economics op tot het nemen van de volgende vier  stappen door het bedrijfsleven, de overheid en het onderwijs:

1. De scholingskloof dichten: de pandemie heeft het leerproces van jongeren ernstig verstoord. Dat kan een negatieve invloed hebben op de economische vooruitzichten van Generatie Z, waardoor ze de kansen die de nieuwe digitale economie biedt misschien niet optimaal kunnen benutten.

Om een eventuele achterstand in te halen kan het een goed idee zijn om kennis bij te spijkeren in kleine groepen, met name voor jongeren uit kansarme huishoudens waar niet altijd alle middelen voor thuisstudie beschikbaar zijn.

2. Onderwijs herinrichten: Formeel onderwijs is nog steeds gericht op het vergaren van kennis in plaats van het ontwikkelen van de vaardigheden die nodig zijn om die kennis te interpreteren. De huidige wereldwijde onderwijssystemen doen niet genoeg om creatief en flexibel denken te stimuleren, dat nu juist nodig is voor banen in het komende decennium.

Het onderwijs zou meer gericht moeten zijn op probleemoplossend leren en minder op het regelmatig toetsen van feitelijke kennis. Dit zou een effectieve manier zijn om dit soort vaardigheden te ontwikkelen ontwikkeling.

3. Technologie gebruiken voor omscholing: COVID-19 heeft de overgang naar een meer digitale economie versneld en heeft veel industrieën blijvend veranderd. Bijscholing moet toegankelijk zijn voor allerlei groepen in de samenleving, zodat niemand achterblijft.

Overheden moeten bij het opleiden van werknemers met banen die meer digitale vaardigheden vereisen kijken naar hoe relatief nieuwe technologieën als augmented reality een uitkomst kunnen bieden, vooral in situaties waar maar beperkte fysieke middelen beschikbaar zijn.

4. Blijf levenslang doorleren: gegevens uit de OESO-enquête suggereren dat iets minder dan de helft van de volwassenen zich bezighoudt met doorleren. Maar om ons te kunnen blijven aanpassen aan veranderingen en vaardigheidstekorten, zal doorleren alleen nog maar belangrijker worden voor alle werkende mensen.

Om dit te stimuleren moeten bedrijven kandidaten niet vragen naar hun diploma als bewijs van de opleiding die ze hebben gevolgd, maar om bewijs van hun toewijding om te leren buiten de conventionele systemen om.

Plaats als eerste een reactie

Advertentie