Nederlanders zijn hun vertrouwen in de toekomst bijna volledig kwijtgeraakt. Slechts 11 procent denkt dat de volgende generatie het beter heeft dan zijzelf. Daarmee behoort het tot de meest pessimistische landen. Wereldwijd ligt dat percentage op 32 procent.
Dat blijkt uit de resultaten van de Edelman Trust Barometer 2026, waarvan de Nederlandse resultaten vandaag naar buiten zijn gebracht.
Nederland heeft nog altijd een relatief hoog vertrouwen in instituties. Met een indexscore van 58 behoort het tot de beter presterende westerse landen in het onderzoek en laat het ontwikkelde economieën zoals Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk achter zich.
Een relativering van de uitkomsten van het Edelman-onderzoek is overigens wel op zijn plaats. In China wordt traditioneel het hoogste vertrouwen gemeten, dit jaar met scores van 86 voor de overheid en 81 voor media. Veel Nederlanders zullen vermoedelijk toch liever in een land leven met persvrijheid en politieke pluraliteit.
Werkgever meest vertrouwde instituut
In Nederland verschilt vertrouwen in instituties sterk per categorie. Van alle instellingen genieten werkgevers het meeste vertrouwen. Maar liefst 86 procent van de Nederlandse werknemers zegt zijn werkgever te vertrouwen om het juiste te doen.
Het bedrijfsleven als geheel volgt met 65 procent. Overheid (53 procent), media (54 procent) en ngo’s (58 procent) blijven hangen in de neutrale zone van de Trust Barometer.
Opvallend is dat het vertrouwen van Nederlanders in bepaalde beroepsgroepen – ook een van de voorgelegde vragen - deze cijfers niet weerspiegelen. De ceo (score 47) wordt het minst vertrou
wd van alle beroepsgroepen, hogere ambtenaren doen het net iets minder slecht. Journalisten worden neutraal beoordeeld, terwijl docenten en wetenschappers bovenaan de lijst staan van vertrouwde beroepen.
Economische onzekerheid
Economische omstandigheden beïnvloeden het vertrouwen behoorlijk. Tussen Nederlanders met een hoog en laag inkomen bestaat een vertrouwenskloof van 21 punten. Lagere inkomensgroepen voelen zich vaak niet vertegenwoordigd door politieke en maatschappelijke instituties. Overheid, media en ngo’s scoren bij deze groep aanzienlijk minder goed. Slechts één instituut wordt competent en ethisch beoordeeld, en dat is het bedrijfsleven.
Volgens Edelman is economische onzekerheid een van de belangrijkste drijvende krachten achter de wereldwijde vertrouwenscrisis. Technologische veranderingen, geopolitieke spanningen en groeiende ongelijkheid versterken dat gevoel van onzekerheid.
Zo zegt bijna de helft van de Nederlandse werknemers zich zorgen te maken dat internationale handelsconflicten en importtarieven hun werkgever kunnen schaden. Ook de angst voor baanverlies door een mogelijke recessie neemt toe.
In 2020 maakte 34 procent van de werknemers zich zorgen over baanverlies door economische krimp. Inmiddels is dat gestegen naar 44 procent.
Samenleving trekt zich terug in eigen gelijk
Naast economische factoren wijst het onderzoek op een andere ontwikkeling: wat Edelman ‘insulariteit’ noemt. Daarmee wordt bedoeld dat mensen zich steeds meer terugtrekken in hun eigen informatiebronnen, waarden en overtuigingen.
In Nederland zegt 73 procent van de respondenten terughoudend of zelfs onwillig te zijn om iemand te vertrouwen die wezenlijk andere opvattingen heeft of andere informatiebronnen gebruikt. Dat percentage ligt vrijwel gelijk aan het mondiale gemiddelde.
De gevolgen zijn ook zichtbaar op de werkvloer. Zo zegt ruim een derde van de werknemers minder gemotiveerd te zijn om een leidinggevende te helpen wanneer die andere politieke overtuigingen heeft. Bijna drie op de tien werknemers zouden liever van afdeling wisselen dan rapporteren aan een manager met andere waarden.
Polarisatie blijft daarmee niet beperkt tot politiek of sociale media, maar sijpelt ook door in organisaties. Tegelijk laat het onderzoek zien dat bedrijven volgens veel Nederlanders een rol kunnen spelen in het herstellen van vertrouwen.
Zo vindt een aanzienlijk deel van de respondenten dat bedrijven bij maatschappelijke controverses een verbindende rol kunnen spelen door dialoog te stimuleren en verschillende perspectieven samen te brengen. Werkgevers worden daarbij gezien als mogelijke ‘trust brokers’: partijen die verschillende groepen met elkaar kunnen verbinden.

Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu