Het was een Troonrede zoals je kon verwachten, maar tegelijkertijd een waaruit opvallende urgentie sprak. ‘Het was een soort cri de cœur van het kabinet en de koning aan Nederland’, zegt Jan Sonneveld, speechschrijver en spreekcoach. ‘Ik zie de Troonrede een beetje als een thermometer: hoe geven we woorden aan waar het land nu staat? Als we daar nu deze woorden voor gebruiken, dan vind ik dat ergens wel verontrustend.’
Jan Sonneveld heeft in zijn loopbaan de nodige toespraken voor ministers, staatssecretarissen en burgemeesters geschreven. Adformatie benaderde hem voor een eerste analyse, kort na het uitspreken van de Troonrede door koning Willem-Alexander.
Deze toespraak was voor een groot deel geruststellend voorspelbaar, stelt Sonneveld, zoals Prinsjesdag zelf ook uit een aantal bekende rituelen bestaat. ‘De tekst vormt samen met de rijtoer en alles eromheen de traditie van democratisch bestuur. Er is weer een begroting, de staat functioneert en de regering legt haar prioriteiten voor het komende jaar neer. De Troonrede is daar een beetje de climax van.’
De tekst zelf zal ‘nooit een gloedvolle speech voor een groot publiek’ worden. Dat was ook dit keer niet anders.
Sonneveld: ‘In het midden zit een heel lang inhoudelijk blok met eigenlijk de traditionele boodschappenlijst van beleidsissues. Het begint met stikstof, bouwen, migratie en asiel en vervolgens komt eigenlijk alles voorbij. Iedereen in een kabinet wil zijn eigen onderwerpen erin hebben. Het middenstuk is wat je van een klassieke Troonrede verwacht.’
‘Dit is een soort noodkreet die als een rode draad door de Troonrede loopt. Dat heb ik nog niet eerder zo gehoord’
Jan Sonneveld
Maar buiten dat klassieke middenstuk was de toespraak volgens Sonneveld bijzonder van aard. ‘Wat mij meteen opviel, was de heel sterke nadruk op democratie. Vooral ook op wat democratie precies is en wat die van ons vraagt. De koning doet aan het begin al een appel op ons allemaal om elkaar wat te gunnen en het politieke debat en publieke gesprek niet constant op de spits te drijven. Aan het eind komt dat terug met die prachtige zin: “Democratie is de noodzaak om af en toe te buigen voor de mening van anderen.”’
Die woorden bleven bij Sonneveld hangen. ‘Ik zat er na afloop nog even op te kauwen en dacht: dit is een soort noodkreet die als een rode draad door de Troonrede loopt. Dat heb ik nog niet eerder zo gehoord. In eerdere Troonredes zijn natuurlijk ook oproepen gedaan om rond bepaalde onderwerpen samen te werken, maar die waren van een andere orde dan deze oproep aan Nederland en natuurlijk vooral aan de oppositie: jongens, hou elkaar heel en hou Nederland heel.’
‘Je hoort een regering die het niet makkelijk heeft’
Jan Sonneveld
Voor een minderheidskabinet is het volgens Sonneveld ook een ‘soort roep om zuurstof’. ‘De boodschap klinkt door dat het kabinet niet alles kan oplossen en zeker niet direct. Daarmee wordt ook gevraagd om geduld: gun ons even de tijd om dingen voor de langere termijn op te lossen. Je hoort een regering die het niet makkelijk heeft.’
Die stevige oproep zorgt er volgens Sonneveld voor dat deze Troonrede meer één verhaal is dan die van de afgelopen jaren. ‘Dat pleidooi voor democratie, redelijkheid en samenwerking houdt het bij elkaar.’
Tegelijkertijd bleef bij Sonneveld een ongemakkelijk gevoel achter. ‘Dat de democratie kapot kan gaan, voelt niet meer als een ver-wegscenario. Dat is natuurlijk een boodschap met enorme urgentie. Als je de onrust in de samenleving ziet en daar deze Troonrede naast legt, wordt het bijna een ultieme oproep: hou elkaar heel en hou Nederland heel.’
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu