Premier Rob Jetten vindt het ‘echt onzin’ dat zijn veelvuldige gebruik van AI voor socialemediaberichten zijn geloofwaardigheid zou aantasten. Driekwart van de Nederlanders gebruikt inmiddels dagelijks AI, zegt hij. Ook politici mogen dus gewoon gebruikmaken van de hulpmiddelen die de rest van Nederland gebruikt.
Dat klinkt redelijk. En juist daarom is het een gevaarlijk argument.
Want de vraag is helemaal niet of een premier AI mág gebruiken. Natuurlijk mag dat. De vraag is wat er gebeurt met geloofwaardigheid wanneer een politicus zijn woorden steeds vaker laat formuleren door een systeem dat zelf geen overtuiging, herinnering of verantwoordelijkheid kent.
Een premier is geen gemiddelde Nederlander. Zijn communicatie is geen willekeurige kantoormail die na verzending weer uit beeld verdwijnt. Wanneer Rob Jetten iets zegt over bestaanszekerheid, oorlog of klimaat, wordt niet alleen de inhoud gewogen. Mensen willen ook weten: meent hij dit? Is dit zijn gedachte? Is dit het moment waarop hij zelf naar woorden heeft gezocht?
Dat wordt ingewikkelder wanneer AI zelfs wordt ingezet rond een beladen plek als Kamp Westerbork.
Jetten zegt dat je altijd vooraf goed moet bedenken wat je wilt zeggen en vervolgens moet controleren wat je uiteindelijk plaatst. Dat klinkt als een keurige procedure. Maar geloofwaardigheid zit niet alleen in het controleren van een eindtekst. Geloofwaardigheid zit ook in het proces waaruit die tekst voortkomt.
Een tekst kan feitelijk correct zijn en toch onpersoonlijk voelen. Een zin kan politiek perfect zijn, grammaticaal foutloos en communicatief effectief, maar ondertussen de indruk wekken dat niemand hem echt heeft uitgesproken.
Dat is precies het risico van generatieve AI in politieke communicatie: niet dat AI liegt, maar dat het steeds beter wordt in het produceren van taal die klinkt alsof iemand iets werkelijk vindt.
Daarmee dreigt een merkwaardig soort leegte. De politicus blijft verantwoordelijk voor de boodschap, maar de machine levert een deel van de stem. En hoe meer partijen dezelfde technologie gebruiken, hoe groter de kans dat politieke communicatie verandert in een wedstrijd tussen gladde, voorspelbare formuleringen.
Jetten heeft gelijk dat AI inmiddels onderdeel is van het dagelijks werk. Maar juist daarom is het te simpel om het gebruik ervan af te doen als iets waar we ons niet druk over hoeven te maken.
Een premier verkoopt geen product. Hij vertegenwoordigt een samenleving. Zijn woorden hebben niet alleen een informatiewaarde, maar ook een menselijke waarde.
AI kan helpen om die woorden beter te formuleren. Het kan samenvatten, structureren, aanscherpen en controleren.
Maar zodra de machine ook het denkwerk, de toon en de persoonlijke afweging begint over te nemen, ontstaat een ongemakkelijke vraag: wie spreekt er dan eigenlijk nog?
Dat is geen nostalgische angst voor technologie. Het is een heel ouderwetse eis aan leiders: meen wat je zegt.
En misschien is dát wel het ene stukje werk dat we voorlopig beter niet aan AI kunnen uitbesteden.
Als je wilt, kan ik hem ook nog iets scherper en meer ‘columnachtig’ maken, met een hardere uitsmijter en wat meer ironie.
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu