Unilever heeft een akkoord bereikt over de verkoop van een groot deel van zijn voedingsmiddelendivisie aan de Amerikaanse branchegenoot McCormick. Met de overname is een bedrag gemoeid van 44,8 miljard dollar, omgerekend circa 39 miljard euro. In tegenstelling tot eerdere vrees voor een vertrek uit Nederland, meldt McCormick dat het nieuwe fusiebedrijf juist een substantieel internationaal hoofdkantoor in Nederland zal vestigen.
Behoud van Wageningen en Rotterdam
De deal wordt vormgegeven als een ‘Reverse Morris Trust’, waarbij de voedingsactiviteiten van Unilever fuseren met McCormick. Hoewel de zeggenschap gedeeltelijk verschuift, blijft de operationele voetafdruk in Nederland groot. Volgens minister Heleen Herbert van Economische Zaken blijft onder meer het wereldwijde onderzoekscentrum van de voedingsmiddelentak in Wageningen behouden.
McCormick benadrukt dat het fusiebedrijf een ‘substantiële aanwezigheid’ in Nederland houdt. Dit wordt onderstreept door de ambitie om, naast de huidige notering aan de aandelenbeurs in New York, ook een Europese beursnotering aan te vragen. Hiermee blijft Nederland een strategisch knooppunt voor iconische merken als Knorr, Hellmann’s en Calvé.
Strategische koerswijziging
Voor Unilever-topman Fernando Fernandez betekent de verkoop dat het concern de handen vrij heeft voor een versnelde groei in de categorieën persoonlijke verzorging en schoonheidsproducten. Unilever en zijn aandeelhouders behouden naar verwachting een belang van 65 procent in het nieuwe fusiebedrijf. De structuur van de deal biedt volgens de onderneming aanzienlijke belastingvoordelen.
De afgelopen jaren stootte Unilever al vaker voedingsonderdelen af, waaronder de margarinetak en de ijsjesdivisie. De huidige transactie met McCormick, dat zelf een jaaromzet heeft van ongeveer 7 miljard dollar en merken als Cholula bezit, creëert een wereldwijde zwaargewicht in de sector voor specerijen en smaakmakers.
Toekomst onder Amerikaanse vlag
Hoewel de merken onder een nieuwe eigenaar komen te vallen, blijft de Nederlandse expertise op het gebied van voedselinnovatie centraal staan. Met een internationaal hoofdkantoor op Nederlandse bodem en het behoud van de onderzoekstak in Wageningen, lijkt de vrees voor een volledige uittocht van de voedingsdivisie weggenomen. Voor de marketingwereld betekent dit dat de aansturing van deze historische merken voor een belangrijk deel in Nederland verankerd blijft.

Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu