Het private deel van de Nederlandse nieuws- en opiniesector is in de afgelopen decennia steeds verder geconsolideerd. Waar rond de eeuwwisseling nog tientallen titels verdeeld waren over een breed veld van uitgevers, is het landschap inmiddels geconcentreerd rond een klein aantal dominante mediabedrijven, met name DPG Media en Mediahuis, beide in Belgische handen.
Met de overname van RTL door DPG Media wordt deze concentratie opnieuw versterkt. Maar er verandert hiermee nog iets wezenlijks, namelijk de economische basis voor journalistiek binnen deze bedrijven. Die werd rond de eeuwwisseling nog gevormd door twee pijlers van ongeveer gelijke omvang: lezers- en advertentie-inkomsten vanuit nieuwsmedia zelf.
25 jaar later zijn de advertentie-inkomsten uit nieuwsmedia met circa 80 procent gedaald en de inkomsten uit abonnementen niet noemenswaardig gegroeid. Dan is de inflatie nog niet eens meegerekend. De economische basis onder het nieuws is hiermee niet alleen smaller geworden, maar door alle overnames is ook de structuur ervan veranderd. Nieuwsmedia zijn niet meer in handen van dagbladuitgevers, maar grote mediaconglomeraten. En dat kan gevolgen hebben voor besluitvorming rond journalistiek.
Om de ontwikkeling in die economische basis te laten zien, zijn de bruto advertentie-bestedingen binnen nieuws- en opinie over een periode van bijna 25 jaar geanalyseerd. Advertentiebudgetten zijn geen directe maat voor journalistieke invloed, maar kunnen wél een indicator vormen van economische zwaartepunten in het medialandschap.
Een unieke databron met beperkingen
De analyse is gebaseerd op data van Nielsen, dat al decennialang advertentieplaatsingen van landelijke adverteerders in Nederland registreert. De database bevat gedetailleerde informatie over titels, mediumtypen, adverteerders en bestedingen op basis van tariefkaarten, waarbij kortingen en individuele prijsafspraken niet worden meegenomen (bruto bestedingen).
Een belangrijke beperking is dat eigendoms-informatie in deze database wordt overschreven zodra titels van eigenaar wisselen. Historische eigendomsstructuren zijn daardoor niet direct terug te halen. Om dat te reconstrueren is aanvullende informatie gebruikt uit onder andere De Kroniek van de Nederlandse Dagblad- en Opiniepers (Jan van der Plasse, 2005), Mediamonitor-rapporten van het Commissariaat voor de Media, jaarverslagen van NDP Nieuwsmedia en publicaties van andere mediaonderzoekers.
Daarnaast bevat de dataset van Nielsen registraties op titel- en mediumtype niveau (De Volkskrant en www.volkskrant.nl zijn hierin verschillende entiteiten, net als Vrij Nederland en www.vn.nl) waar journalistieke hoofdredacties overschrijdend werken. Om dit te ondervangen is het rapportageniveau ‘merken’ toegevoegd, waarin online- en printtitels die tot hetzelfde merk behoren worden gecombineerd. Bij de dagbladen zijn ook de dagbladmagazines hieronder het hoofdmerk opgenomen.
Met deze aanvullingen biedt de dataset een zeldzaam langjarig perspectief op de veranderingen in de basis van het nieuws- en opiniesegment in print en online.
Ontwikkelingen in eigendom: van spreiding naar concentratie (2000–2024)
2000: een geconcentreerde maar meer pluriforme basis
Rond de eeuwwisseling telt de Nielsen-registratie 33 nieuws- en opiniemerken. Hieronder scharen we landelijke en regionale dagbladen, gratis dagbladen, dagbladmagazines, opiniebladen en vanaf 2011 ook online nieuws & opinie. De 33 merken zijn aan het begin van de eeuw verdeeld over 16 uitgevers. Drie partijen domineren het landschap: PCM Uitgevers, De Telegraaf Media Groep en Wegener. Samen zijn zij goed voor ongeveer 83 procent van de advertentiebestedingen binnen het segment nieuws en opinie.
Hoewel dit al wijst op concentratie, is er nog sprake van een zekere spreiding waarbij meerdere uitgevers substantiële posities hebben en opinietijdschriften zich grotendeels buiten deze grote concerns bevinden.
2000–2010: consolidatie en experiment
In het eerste decennium vindt verdere consolidatie plaats, onder meer door samenvoegingen van regionale titels. Tegelijkertijd ontstaat er dynamiek aan de randen van de markt met de opkomst van gratis dagbladen zoals Metro en Sp!ts en later ook nieuwe initiatieven zoals DAG en De Pers.
De opkomst van gratis dagbladen rond 2000 laat zien dat advertentiegedreven modellen tijdelijk voor disruptie kunnen zorgen. Op hun hoogtepunt waren deze titels goed voor circa 15 procent van de advertentiebestedingen in dit segment en daarmee medeverantwoordelijk voor de groei. De meeste van deze initiatieven verdwenen echter weer, wat onderstreept hoe lastig het is om duurzame alternatieven te bouwen op alleen het advertentiemodel.
Ook zijn er de eerste experimenten met online publicaties.
2010–2020: Belgische dominantie
De belangrijkste structurele verschuiving vindt plaats in de periode tussen 2010 en 2020. Het Belgische De Persgroep neemt PCM over en verwerft daarmee een groot deel van de landelijke titels. Later volgt ook de overname van Wegener, uitgever van regionale titels.
Parallel daaraan groeit Mediahuis, dat onder meer NRC en De Telegraaf Media Groep, Mediagroep Limburg en NDC Media inlijft.
Het resultaat is dat een groot deel van het Nederlandse nieuwslandschap in handen komt van twee internationale mediaconcerns.
Tegelijkertijd worden vanaf 2011 ook online titels zichtbaar in de advertentieregistraties van Nielsen, wat leidt tot een sterke toename van het aantal nieuws- en opinie merken. Deze groei moet echter genuanceerd worden, aangezien de registratie van online advertentiebestedingen door Nielsen minder consistent is, waardoor trendanalyses beperkt vergelijkbaar zijn.
De groei in online merken vertaalt zich minder duidelijk in een verschuiving van economische macht, vanwege vaak beperkt bereik van individuele platformen. Dat circa 80 procent van de online advertentiebestedingen naar internationale platforms wegvloeit, speelt daarbij ook een belangrijke rol.
2020–2024: verdere verdichting en verzelfstandiging opinietitels
In de meest recente periode zet de concentratie verder door. Door integratie van regionale titels en verdere schaalvergroting domineren DPG Media en Mediahuis samen de advertentiebestedingen binnen nieuws en opinie, met een aandeel van circa 90 procent binnen dit segment.
Andere spelers, zoals FD Mediagroep, BDU en enkele kleinere uitgevers van titels als Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad, verdelen de resterende markt en richten zich op specifieke doelgroepen.
Binnen het segment opinietijdschriften is het qua aantallen merken op het eerste gezicht stabiel gebleven, maar schijn bedriegt. Met vier opinietitels De Groene Amsterdammer, HP/De Tijd, EW (Elsevier) en Vrij Nederland als stabiele kern, zijn er ook titels gekomen en gegaan (zoals Pitch, LQ, Contrast) en gebleven (Maarten en De Optimist).
Tussen 2020 en 2024 zijn zowel HP/De Tijd en Vrij Nederland verzelfstandigd. Niet uit luxe, zo blijkt uit verschillende berichten op onder meer Villamedia.
Verschuiving economische basis: centralisatie en mediaconglomeraten
De kern van deze analyse is niet dat mediaconcentratie nieuw is – die was er al rond 2000 – maar dat de structuur ervan fundamenteel is veranderd. Waar eerder drie tot vier grote spelers het merendeel van de markt verdeelden, is dat nu geconcentreerd bij twee dominante concerns. Deze ontwikkeling wordt zichtbaar in advertentiebestedingen. In 2000 lag 83 procent van de advertentiebestedingen bij drie spelers; in 2024 is dat meer dan 90 procent bij twee partijen.
De markt is dus niet alleen geconcentreerd, maar ook sterker gecentraliseerd. Daarmee verschuift niet alleen eigendom, maar ook de economische basis onder het journalistieke landschap.
Van nieuwsbedrijven naar mediaconglomeraten
Een tweede belangrijke ontwikkeling is de veranderende rol van nieuws binnen deze bedrijven.
Rond 2000 waren uitgevers van nieuws en opinietitels primair gericht op nieuwsproductie. Tegenwoordig zijn DPG Media en Mediahuis brede mediabedrijven, waarin nieuws een onderdeel is van een grotere portfolio.
Bij Mediahuis komt circa 73 procent van de bruto advertentie-inkomsten nog uit nieuwsmerken, bij DPG Media ligt dat aandeel inmiddels op 61 procent. De rest komt bij beide bedrijven tot 2025 vooral uit radio. Met de toevoeging van RTL zal het relatieve belang van nieuws binnen de advertentie-inkomsten van DPG Media substantieel afnemen tot ongeveer een derde.
Dit markeert een fundamentele verschuiving: nieuws is niet langer de kern, maar een onderdeel van een breder commercieel ecosysteem.
Conclusie: concentratie in een nieuwe fase
Wat deze analyse laat zien, is dat mediaconcentratie in Nederland geen recente ontwikkeling is, maar wel een nieuwe fase heeft bereikt. Het aantal dominante spelers is verder teruggelopen en de economische basis is sterker geconcentreerd geraakt. En nieuws is onderdeel geworden van bredere mediaconglomeraten.
De vraag is wat dit doet met de plek die nieuws en journalistiek inneemt binnen deze grotere structuren en wat dat betekent voor de toekomst van een pluriform en duurzaam nieuwslandschap, waarvoor private nieuwsmedia een belangrijke pijler vormen.
Tot slot
Door advertentiebestedingen als invalshoek te nemen, ontstaat een aanvullend perspectief op mediaconcentratie: niet alleen wie eigenaar is, maar ook waar de economische zwaartepunten liggen.
Natuurlijk zijn de grote bedrijven voor inkomsten uit journalistiek niet uitsluitend afhankelijk van advertenties. Sterker nog, voor inkomsten uit nieuws is de lezersmarkt veel bepalender. Maar in die lezersmarkt is de reële groei er ook al uit en dit wordt zichtbaarder met teruglopende aantallen nieuwsmediagebruikers en betalingsbereidheid die onder druk staat bij met name jongere generaties. Het ligt daarom in de lijn der verwachting dat de verschuiving in de economische basis van journalistiek structureel van aard is.
Vanuit bedrijfseconomisch perspectief zijn de overnames en concentratie-bewegingen goed verklaarbaar. Advertentie-inkomsten staan onder druk door de verschuiving naar digitale omgevingen, waar internationale platforms een substantieel deel van de opbrengsten naar zich toe trekken. Verbreding naar andere activiteiten is in dat licht een logische strategische keuze. Tegelijkertijd verschuift daarmee de inkomstenmix en dus de economische basis waarop journalistiek rust.
En die economische basis is niet neutraal. Zij bepaalt niet alleen de financiële ruimte voor journalistiek, maar beïnvloedt ook welke vormen van journalistiek op de lange termijn houdbaar zijn, welke prioriteiten worden gesteld en hoeveel ruimte er is voor innovatie. En innovatie is geen luxe met de huidige dalende trends in nieuwsgebruik, maar een voorwaarde om het Nederlandse nieuwslandschap kwalitatief en duurzaam te houden.
Karin Schut is zelfstandig mediaonderzoeker en -adviseur. Zij richt zich op vraagstukken rond media- en nieuwsgebruik en de toekomst van het media- en nieuwslandschap.

Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu