De interviewer geïnterviewd. Dat overkwam me in het gesprek met Lotte Willemsen. Lotte nam ruim de tijd om mij te leren kennen. Ongemakkelijk ruim de tijd, eerlijk gezegd. Ik kwam voor haar. Maar zij vroeg flink door en haalde ook nog eens twee keer de koffie in filmmuseum Eye, waar we afspraken. De eerste cappuccino was nog om door de vingers te zien, bij de tweede voelde ik me zwaar tekortschieten als interviewende gastheer.
Maar Lotte stond al bij de toog voor ik cap… kon zeggen en ze vond het geen enkel probleem. Sterker nog: ze zag het als onderdeel van haar ‘menszijn’. Ik weet niet zeker of ze het echt zo Happinez gezegd heeft, maar daar kwam het wel op neer. Jij doet veel moeite om in die interviews de mens achter de professional te leren kennen, zei ze. Maar ik wil ook weten met wie ik zelf in gesprek ga.
En ja, dan haal je ook even een kopje koffie voor de ander.
Lotte, moet u weten, doet als bijzonder hoogleraar en als lector onderzoek naar hoe wij als mens omgaan met onmenselijke entiteiten - zoals organisaties of AI-technologie - en onze neiging om deze onmensen te vermenselijken. (Waarbij ik nu waarschijnlijk het wereldrecord ‘mens’ in een zin heb gepakt.)
Wat betekent ‘menszijn’ eigenlijk, is de vraag die steeds pregnanter wordt, naarmate Chat en Claude en Gemini zich meer en meer als aardige, begripvolle buurman gaan gedragen.
Ik geef eerlijk toe, drie vier jaar geleden zou ik nog met een grote boog om die vraag zijn heengelopen. Te soft, te veel de geur van yogamatten, vriendinnenweekenden, reikimassage, klankschaaltherapie en pottenbakken zonder handen.
Maar Menspersoon Lotte heeft me de ogen geopend. Want het doet er natuurlijk steeds meer toe om de mens in jezelf te ontdekken naarmate het onderscheid tussen mens en machine, tussen ziel en algoritme, tussen nullen en enen en benul en genen steeds vager wordt. Wat onderscheidt de echte therapeut van de virtuele, de digitale partner van eentje met vlees en bloed (bah, vlees en bloed).
Misschien is het de leeftijd. Als erkend boomer, als kind van de geboortegolf, nou ja… als kind van de nageboortegolf van de jaren zestig, bereik je op zeker moment een staat van zijn waarin heel veel van het dagelijkse gewemel onbelangrijk wordt. Hoe ouder je wordt, hoe meer je de essentie der dingen ziet. Met enige verbazing kan ik soms terugkijken op hoe druk ik me heb gemaakt over… ja waarover niet eigenlijk? Over de dingen waar iedereen zich nog steeds dagelijks druk maakt. Mailtjes, stukjes, deadlinetjes, irritante collega’s, fotootjes bij stukjes op websitejes, afspraken die gepland, etentjes die gekookt, rompertjes die gewassen moesten, voetbalshirts die te klein worden, vieze keukenvloeren met pizzaresten in en onder de oven, plees die geschrobd, kinderen die naar school, vakanties die geboekt, scheidingen die geregeld… enfin.
Het hoort er allemaal bij, maar je zou in al die dagelijkse drukte bijna vergeten waar het echt over gaat.
Misschien, zo bedenk ik me nu, is de vraag naar wat ons mensen tot mens maakt wel een reactie op de schrikbarende toename van het aantal onmensen in de wereld. De ploerten, de plurken, de pestkoppen, de moraallozen, de rancuneuzen, het gajes, de penose, de bruinhemden van de FvD, de oorlogsmisdadigers, bommengooiers en de ondemocraten die dagelijks het nieuws beheersen.
En de onmacht die je daar als mens bij voelt.
Waarbij ik niet weet wat ik bedreigender vind voor de toekomst van het menszijn. Het roekeloze wapengekletter, gewoon omdat het kan, om jezelf te bewijzen of voor de lol, of het schaamteloze hoera bij het overlijden van een politieke tegenstander. Wat is erger, de impulsieve daad of het totale gebrek aan moreel besef?
Twee dingen maken mensen tot echte mensen, heb ik me al schrijvende bedacht. De belangstelling voor de ander, de behoefte en de wens om de ander te kennen. Compassie. Empathie, zo u wilt. Het onderscheidt ons in ieder geval van de onmensen op het wereldtoneel.
En nieuwsgierigheid. Naar de ander, maar ook naar nieuwe dingen. Een innerlijke behoefte om verder te kijken dan het bekende. Dat onderscheidt ons van het systeem en het algoritme.
Laten we ons daar maar aan vasthouden.
Rocco Mooij was jarenlang journalist en hoofdredacteur van diverse vaktitels. Sinds een aantal jaar adviseert hij bedrijven en topbestuurders over hun communicatiebeleid en mediastrategie.

Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu