Door Gijs Moonen- Deze week publiceerde de Vereniging van Onderzoeksjournalisten een onderzoek dat voor iedereen in ons vak verplichte kost zou moeten zijn. Bijna twee op de drie bevraagde onderzoeksjournalisten zeggen tegenwerking te ervaren van woordvoerders en communicatieafdelingen. Ze moeten vragen vooraf aanleveren, krijgen geen toegang tot medewerkers of deskundigen, wachten lang op antwoorden of krijgen uiteindelijk een nietszeggend statement.
Bijna tegelijkertijd sprak het communicatievak tijdens het Praktijkcongres Succesvol Persbeleid (alweer de 31ste editie, waarvoor hulde aan Marie-Louise Geenen) over de relatie tussen journalist en woordvoerder. Over samenwerken tijdens crises, over vertrouwen, over de positie van slachtoffers en nabestaanden en zelfs over de vraag wat AI met woordvoering gaat doen.
Die twee gebeurtenissen naast elkaar zeggen wel iets over waar ons vak staat. We praten veel over vertrouwen, maar zijn ondertussen misschien vooral steeds beter geworden in het organiseren van wantrouwen. En dat is best een pijnlijke conclusie.
Het VVOJ-onderzoek is misschien niet representatief voor de hele journalistiek. Maar wie over de grens kijkt, kan de uitkomsten moeilijk afdoen als gemopper van onderzoeksjournalisten. Al jaren verschijnen internationale onderzoeken die dezelfde ontwikkeling laten zien. In het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, maar ook binnen wetenschap en gezondheidszorg: rechtstreeks contact met medewerkers en deskundigen wordt lastiger en communicatieafdelingen worden vaker ervaren als poortwachter.
Dat organisaties voorzichtig zijn geworden, begrijp ik en daar werk ik vast en zeker ook aan mee. Reputaties zijn kwetsbaar, bestuurders liggen onder een vergrootglas en van communicatieprofessionals wordt verwacht dat we risico's zoveel mogelijk beheersen.
En dat hebben we volop gedaan. We professionaliseerden issuemanagement, trainden woordvoerders en bouwden procedures voor gevoelige onderwerpen. Juristen kijken mee, antwoorden worden afgestemd en medewerkers praten niet zomaar met een journalist. Het wordt steeds klinischer.
Tegelijkertijd groeien communicatieafdelingen, terwijl redacties het met minder mensen moeten doen. Aan beide kanten neemt de druk toe.
Bij elkaar opgeteld gaat de deur steeds verder dicht voor journalisten.
Gijs Moonen
Als we alle onderzoeken erbij pakken, zien we dat de voorzichtigheid - of eigenlijk de drang naar controle en regie - inmiddels aan het omslaan is in geslotenheid. En als we eerlijk zijn, bevestigt de praktijk dit ook. We vragen ons bij gevoelige onderwerpen niet altijd meer af hoe we een journalist zo goed mogelijk kunnen helpen. We vragen ons vooral af hoe de organisatie zo min mogelijk risico loopt.
Voor iedere keuze is er een goede reden. Waarom die bestuurder niet beschikbaar is. Waarom legal nog even meekijkt. Waarom we alleen schriftelijk reageren. Maar bij elkaar opgeteld gaat de deur steeds verder dicht.
En journalisten reageren daarop. Ze zoeken andere bronnen, worden kritischer en vertrouwen onze uitleg minder. Waarop wij weer denken: zie je wel, die journalist is niet te vertrouwen.
Als dit een liefdesrelatie was, zouden vrienden ons inmiddels waarschijnlijk voorzichtig adviseren eens goed met elkaar te gaan praten. Beide partijen zien in het gedrag van de ander vooral het bewijs van hun eigen gelijk. En zo houden we de neerwaartse spiraal samen in stand.
Het heeft iets van een relatie waarin de een nog denkt dat alles koek en ei is, terwijl de ander al met één been buiten staat
Gijs Moonen
Internationaal onderzoek naar de relatie tussen pr-professionals en journalisten laat misschien nog wel beter dan het VVOJ-onderzoek zien hoe groot die kloof is. In een wat oudere Duitse studie omschreef ongeveer driekwart van de pr-professionals de relatie met journalisten als vertrouwensvol. Onder journalisten was dat nog geen 40 procent.
Het heeft iets van een relatie waarin de een nog denkt dat alles koek en ei is, terwijl de ander al met één been buiten staat. Een ongemakkelijke constatering voor een vak dat het zo graag over relaties heeft. Misschien denken wij dat we die relatie goed onderhouden, terwijl de ander vooral ervaart dat wij steeds aan het afwegen zijn of de deur opengaat.
Interessant is daarom wat er nu in het Verenigd Koninkrijk gebeurt. Daar wordt de verslechterde verhouding tussen publieke organisaties en journalistiek inmiddels ook politiek erkend. In het recente Local Media Action Plan constateert de Britse overheid dat lokale media steeds moeilijker toegang krijgen tot publieke instellingen. Meer dan de helft van de lokale nieuwsredacteuren zegt dat het moeilijker is geworden publieke organisaties te verslaan dan vijf jaar geleden. Driekwart ervaart minder bereidheid van gemeentelijke persvoorlichters en medewerkers om journalisten te helpen.
De Britten willen publieke organisaties en journalistiek daarom weer structureel met elkaar in gesprek brengen. Maar het meest interessante vind ik een uitgangspunt uit de officiële richtlijnen voor Britse overheidscommunicatie. Daarin staat dat media officers objectief en onpartijdig moeten handelen en, in essentie, het publiek helpen door journalisten te helpen begrijpen wat de overheid doet.
Die gedachte zouden we ook hier wat vaker mogen toepassen. Het brengt de functie van woordvoering terug tot waar die volgens mij ooit begon: toegang mogelijk maken.
En ja, ik weet ook wel dat journalisten niet altijd gelijk hebben en dat we niet van organisaties kunnen verwachten dat ze alles openbaar maken. Maar misschien zijn we in onze drang om reputaties te beschermen uit het oog verloren dat reputatie óók wordt bepaald door de relatie met media. Door het vertrouwen dat je bereikbaar bent, informatie deelt waar dat kan en toegang biedt tot de mensen die het verhaal kunnen vertellen.
Gijs Moonen is medeoprichter en eigenaar van Ovide Agency
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu