VVOJ-peiling legt een oude zere plek bloot: de communicatieafdeling als extra slagboom tussen journalist en bron.
Woordvoerders en communicatieafdelingen zijn voor onderzoeksjournalisten de belangrijkste bron van tegenwerking. Dat blijkt uit een peiling van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Nieuw is de klacht allerminst: de verhouding tussen pers en PR schuurt al decennia.
Van de 147 onderzoeksjournalisten uit Nederland en Vlaanderen die aan de peiling meededen, noemen er 94 woordvoerders of communicatieafdelingen als hen wordt gevraagd naar tegenwerking in het werk. Eerder publiceerde de VVOJ al over een ander deel van dezelfde peiling: bijna de helft van de deelnemers kreeg de afgelopen twee jaar te maken met juridische dreiging.
Omheenwerken
De kritiek op woordvoerders gaat verder dan traag antwoorden. Journalisten beschrijven communicatieafdelingen die voorwaarden stellen aan interviews, direct contact met bronnen beperken en bestuurders afschermen.
‘Woordvoerders van gemeenten willen steeds vaker eerst weten welke vragen je gaat stellen, voor ze bepalen of er een interview met bijvoorbeeld een wethouder kan plaatsvinden’, schrijft een van de deelnemers. ‘Als je aangeeft dat dit zo niet werkt, dan weigeren ze vaak het interview. Zo moet je steeds vaker om de gemeente heen werken.’
Een ander krijgt op een verzoek om op locatie mee te lopen ‘gewoon het standaard riedeltje’ terug: te druk met mediaverzoeken, weinig meerwaarde. Een journalist van een regionaal dagblad vertelt dat wethouders hem na kritische publicaties elk interview weigeren en dat woordvoerders ‘op hoge toon’ bellen als hun iets niet zint. ‘Ik ervaar dit alles als mentaal belastend.’
Bergen verzetten
Er is ook nuance. Een deelnemer die klaagt over een overbezorgde woordvoerder die hem de pas afsneed bij een bron, voegt er meteen aan toe: ‘Maar daartegenover staan de vele woordvoerders die bergen voor je verzetten.’
De VVOJ benadrukt zelf dat de peiling niet representatief is voor de hele beroepsgroep en presenteert de uitkomsten daarom als aantallen, niet als percentages. Toch is het voor de vereniging reden genoeg om de rol van woordvoering verder te bespreken. Woordvoerders kunnen journalisten snel aan informatie en de juiste mensen helpen, stelt de VVOJ, maar een flinke groep ervaart ze juist als een extra toegangspoort tussen journalist en bron.
Een oude zere plek
Wie de verhouding tussen beide beroepsgroepen een beetje volgt, kijkt niet op van de uitkomsten. In een eerder onderzoek van de VVOJ, over 2022, zei al drie op de vier onderzoeksjournalisten tegenwerking te ervaren van overheden of bedrijven.
In 2018 vroegen congresorganisator Cornerstone en de NVJ bijna zeshonderd journalisten naar hun relatie met woordvoerders. Slechts 14 procent vond woordvoerders te vertrouwen. Bijna twee derde (62 procent) had het gevoel dat woordvoerders ‘extra traag’ reageren om de angel uit het nieuws te halen.
Op de vraag naar de grootste ergernis stond onbereikbaarheid op één, gevolgd door verhullende en nietszeggende antwoorden. Een respondent noemde woordvoerders ‘angstige propagandamachines’. Een ander ergerde zich eraan ‘dat ze er überhaupt zijn’.
Het wantrouwen is wederzijds. Woordvoerders vinden journalisten vooringenomen, slecht voorbereid en slordig met wederhoor, bleek uit dezelfde onderzoeksreeks. In de Nationale Woordvoeringsbarometer die Spokespeople Academy dit voorjaar publiceerde, zegt 62 procent van de ondervraagde woordvoerders dat journalisten minder objectief zijn dan vroeger.
Pure angst
Zembla-journalist Ton van der Ham maakte de relatie eind 2021 tot zijn onderzoeksproject als fellow aan het Reuters Institute in Oxford. Ervaring had hij genoeg: in 2018 liet een woordvoerder van het UMC Utrecht hem arresteren. In 2022 zette hij nog een WhatsApp-gesprek met een woordvoerder van Vion online, om het debat aan te zwengelen.
In zijn bundel Voorbij het wantrouwen sprak Van der Ham met acht (oud-)woordvoerders van onder meer ministeries, de Rijksvoorlichtingsdienst, Rabobank en het UMC Utrecht.
‘Als voorlichters journalisten niet vertrouwen, krijgt het publiek niet de verhalen die het verdient’, schrijft Van der Ham. Hij ziet de krampachtigheid bij bestuurders en bedrijven toenemen. Ingo Heijnen van Hill+Knowlton vertelt in het boek dat er bij zijn klanten angst ontstaat, ‘pure angst’, zodra Zembla belt.
Van der Ham houdt ook zijn eigen beroepsgroep een spiegel voor. In Oxford kreeg hij van instituutsdirecteur Rasmus Kleis Nielsen te horen dat het interview een verworvenheid is, geen recht. ‘There are no legal rights for journalists to interview people.’
Marketers
Bij de presentatie van het boek, eind maart 2023 in Nieuwspoort, ging het er stevig aan toe. ‘Rot op met je vertrouwen’, zei Bas Haan (NRC). Woordvoerders hebben volgens hem simpelweg de plicht om informatie te geven. Voorlichters op ministeries belt hij niet meer: ‘Het zijn marketeers geworden.’
De kiem van dit alles lag volgens Haan bij de oekaze van premier Wim Kok, die bepaalde dat ambtenaren alleen met instemming van hun minister Kamerleden en journalisten te woord staan. Buiten Den Haag had Haan naar eigen zeggen zelden problemen met woordvoerders.
Julia Wouters, oud-woordvoerder van Lodewijk Asscher, draaide het om. Journalisten zijn volgens haar ‘kritische journalistiek gaan verwarren met cynische journalistiek’. Wie bij voorbaat wordt neergezet als iemand die de boel wil belazeren, brengt slecht nieuws liever zelf eerder naar buiten, begreep ze.
Opvallend is dat de klachten in de VVOJ-peiling juist vaak over gemeenten gaan, niet over Den Haag. De defensieve reflex lijkt zich te hebben verspreid tot in het stadhuis, waar de wethouder steeds vaker achter een communicatieafdeling verdwijnt.
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu