Overslaan en naar de inhoud gaan

Van wie zijn woorden?

Essay waarin Jan Sonneveld op zoek gaat naar de waarachtigheid van woorden in een tijd waarin de AI-chatbot ze moeiteloos voor je verzint.
Jan Sonneveld
Jan Sonneveld
© Ditta van Gent

Door Jan Sonneveld - ‘Een boomerdiscussie’ noemt minister Rianne Letschert de vraag of haar speechschrijvers en woordvoerders AI mochten gebruiken (dit weekend in De Volkskrant). Een vraag die ze trouwens zelf opwierp in het gesprek. Dat maakt haar antwoord wat flauw. Ik vermoed dat ze vooral af wilde van de vraag hoeveel AI er in haar eigen woorden opduikt.

De vraag of je het ‘mag’ gebruiken is natuurlijk ook helemaal niet interessant. Ik vind het interessanter om na te denken over de vraag welke invloed AI op je heeft, als je (als leider of adviseur) echt contact wilt maken? Wat betekent het voor je zoektocht naar waarachtige (of authentieke, geloofwaardige) woorden?

Slop

Het lukt me online gelukkig steeds beter om echte, persoonlijke teksten te onderscheiden van AI-slop. Korte zinnen, witregels, koppeltekens, een paar drieslagen of tegenstellingen achter elkaar… AI herkent onze pogingen om overtuigend te schrijven feilloos en kopieert ze vervolgens naar hartelust. Het resultaat: dertien-in-een-dozijn-teksten, die van de weeromstuit kil en onpersoonlijk gaan aanvoelen. Al lezend merk je: deze tekst is vooral bedoeld om mij iets te laten voelen.

Oraal

Deze ontwikkeling doet me denken aan het werk van Walter J. Ong SJ (1912-2003). Deze cultuurhistoricus onderzocht hoe culturen veranderden door de overgang van spraak (oraliteit) naar schrift (geletterdheid). Ong wilde weten wat er gebeurde er met onze woorden, toen we het schrift uitvonden.

Zijn conclusies zijn fascinerend. Hij laat namelijk zien dat de uitvinding van het schrift onze communicatie fundamenteel veranderde. In het tijdperk zonder schrift, vertelden ‘we’ elkaar verhalen. Die waren bedoeld om ons iets te laten voelen en die ervaring te laten herinneren. Dat was de belangrijkste functie van taal. Toen ‘we’ daarbij ook het schrift gingen gebruiken, veranderde die functie. Kennis en ervaring konden we nu vastleggen buiten onszelf. We hoefden het dus niet meer zelf te onthouden.

Mijn voorzichtige theorie is dat AI wel eens volgende grote stap in dit proces zou kunnen zijn. Eerst bedachten én onthielden we alles zelf. Dankzij het schrift hoefden we het niet meer zelf te onthouden. En nu is er de chatbot, die ons in principe ook het bedenken van de woorden uit handen kan nemen.

Waarschijnlijkheid

Daarbij maakt AI dankbaar gebruik van een erfenis uit de eerste (orale) tijdperk dat Ong beschrijft. Die erfenis is de klassieke retorica: de leer van de mondelinge overtuigingskracht. Een erfenis die AI heel effectief lijkt te gebruiken. Lijkt, ja. Want schijn bedriegt.

De basis onder de retorica is dat de drie belangrijkste elementen (ethos, pathos en logos) uit jezelf komen. En dat is bij AI niet het geval. Hoe goed en snel de chatbot je ook teksten voorschotelt, er zit altijd eenzelfde manier van werken achter. Het algoritme verwerkt en vergelijkt razendsnel enorme hoeveelheden data. Kansberekening is de methode: hoe en wat je ook prompt, het resultaat is niet meer dan een voorspelling. Wat de chatbot je voorschotelt is niet wat wenselijk of waarachtig is, maar wat de rekenmachine zelf waarschijnlijk acht.

Retorica

De kracht van AI is dus logos: het kan razendsnel rekenen en simuleert daarmee een rationeel denkproces. Het geeft je de schijn van een beredeneerd argument. En ook bij pathos lijkt AI een handige schrijver. Het herkent emotie in andere teksten en imiteert die vervolgens, op basis van waarschijnlijkheid. Ook hier: het geeft de schijn van beleving.

Maar waar de chatbot definitief door de mand valt, is op het gebied van ethos. Het heeft geen karakter, geen waarden, geen reputatie, geen levensverhaal en geen eigen overtuigingen of een persoonlijk belang. Het kan zich niet inleven en niet reflecteren. Het kan dus ook geen karakter belichamen en ergens voor staan. Wat de chatbot je voorschotelt, is communicatie zonder echte verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid

En daar wringt de schoen. Wie als leider of spreker geloofwaardig wil zijn, moet verantwoordelijkheid kunnen nemen voor haar of zijn eigen woorden. Dichter, essayist, boer en milieuactivist Wendell Berry schrijft hier raak over in zijn essay Standing by words. Hij ziet in de laatste decennia steeds vaker woorden waarmee juist geen verantwoordelijkheid wordt genomen.

Die bewuste of onbewuste drang om verantwoordelijkheid te vermijden is menselijk. Verantwoordelijkheid nemen betekent ook dat je verantwoordelijk moet kunnen afleggen: openlijk reflecteren op wat je vindt, denkt, voelt en zegt. En dat is soms gewoon spannend en ook hard werken. Er komt heel wat zoeken, stotteren en stil zijn bij kijken. Maar het is wel de enige weg naar waarachtigheid (al mag je het van mij ook authenticiteit of geloofwaardigheid noemen).

Jetten

En daar wringt voor mij de schoen met AI-gebruikende politici (en andere leiders). Premier Jetten gaf toe dat hij AI gebruikt voor zijn berichten op social media, 'net als driekwart van de Nederlanders'. De ondertoon is wat schouderophalend, net als de opmerking van minister Letschert over de boomerdiscussie. Alsof ze willen zeggen: ik neem toch wel degelijk verantwoordelijkheid voor mijn woorden? Wat maakt het dan uit hoe die woorden tot stand komen? Maar is dat échte verantwoordelijkheid?

Staatssecretaris Derk Boswijk ontweek dit dilemma niet, toen hij kritisch werd bevraagd over AI-gebruik in zijn speeches. Volgens een analyse met AI-tool Pangram zou Boswijk zijn speech bij Keti Koti voor 95% met hulp van AI geschreven hebben. Je zag Boswijk voor de camera van Nieuwsuur zoeken naar woorden. Ook hij wil verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen woorden, maar ook vertrouwen op zijn speechschrijvers, woordvoerders en andere adviseurs. En terecht.

Toetsenbord

Uit gesprekken met vakgenoten durf ik te zeggen dat speechschrijvers op ministeries hier heel zorgvuldig mee omgaan? Hoe zorgvuldig dan, is de logische vervolgvraag? Hier kan ik alleen maar voor mezelf spreken. Ja, ook ik werk voor ministeries en bewindspersonen. Ja, ook ik gebruik AI in mijn werk. Als ik trainingen geef, vraag ik ChatGPT of Claude om creatieve werkvormen of praktische verwerkingsopdrachten. Ook vraag ik om feedback op de afwisseling van mijn trainingsprogramma. Dit levert vaak goede voorstellen op, die mijn trainingen merkbaar beter maken.

Bij speeches en andere teksten ben ik veel voorzichtiger. Ik laat de chatbot alleen feedback geven op stelling en stijl (en dan alleen teksten waarvan ik zeker weet dat ze niet vertrouwelijk zijn). Alle aanpassen doe ik vervolgens zelf.
Chat blijft dus van mijn toetsenbord af. Schrijven is denken met het hoofd van de lezer, luidt een gezegde. En in het geval van een speechschrijver: denken met het hoofd van de spreker.

Ethos

Natuurlijk kun je hier je schouders over ophalen: je doet dus hetzelfde als een chatbot, alleen dan langzamer? Nee. Want een speechschrijver of sprekerscoach (of woordvoerder, communicatie- of bestuursadviseur) is een mens: met eigen emoties, eigen denkkracht en een eigen karakter. Met een eigen ethos dus, dat samenwerkt met het ethos van de spreker. Iemand die ter verantwoording geroepen kan worden en een gesprek kan voeren over een tekst, op basis van eigen waarden en normen.

Dat kan een chatbot nooit op dezelfde manier. Zelf schrijven dwingt je om zelf te denken, te voelen en te reflecteren. Daarom wil ik zelf verantwoordelijkheid blijven voor wat ik voor en met anderen schrijf. Er staat namelijk niet alleen iets voor de spreker op het spel, maar ook voor mij.

Achterhoedegevecht?

Maar ook dit kan klinken als een achterhoedegevecht. Ik geef regelmatig gastcollege aan een hogeschool. Alle studenten gebruiken AI en doen dat bijna dagelijks. De een vraagt Chat bij elke studieopdracht om een samenvatting van de vraag. Een ander vraagt Chat om elk opstel of essay beter te structureren.

Dat is allemaal heel begrijpelijk, want het maakt je schoolwerk een stuk makkelijker. Maar er schuilt ook een gevaar in: je besteedt namelijk een deel van je eigen denken uit. De woorden zijn niet meer voor 100% van jou. Je verliest er dus iets van je eigen verantwoordelijkheid mee. Want wat als je lastige vragen krijgen over je tekst? Heb je dan nog een antwoord?

Hoe dan wel?

Al deze ervaringen zijn een lange opmaat naar de essentiële vraag: hoe blijf je als leider, spreker of schrijver waarachtig in het vinden van woorden, in tijden van AI? Volgens mij kunnen zowel de orale cultuur (die Walter J. Ong beschrijft) als het begrip verantwoordelijkheid (die Wendell Berry bepleit) ons een handje helpen.

1) Een beetje van Ong…
Ten eerste mogen we iets van die orale cultuur (die Walter Ong beschrijft) terugveroveren op de razendsnelle rekenmachine. Hoe? De docenten op de hogeschool waar ik te gast ben, doen het al. Voor een studieopdracht om een speech te schrijven, moeten de studenten inmiddels op een vast moment in een vast lokaal aanwezig zijn. Ze schrijven de speech in een beschermde online omgeving, zodat ze geen AI kunnen gebruiken. Maar dan begint het pas: vervolgens ‘verdedigen’ ze hun speech in een adviesgesprek met de ‘spreker’ (een docent). Op basis van dit gesprek mogen ze AI vragen om concrete voorstellen ter verbetering van hun speech. De prompt en de resultaten leveren ze in bij hun opdracht. Het eindcijfer voor de opdracht krijgen ze op basis van dit hele proces. En de kern van het leerproces zit in het gesprek met de docent: in het mondeling en niet in het schriftelijke. Zo zijn er meer scholen en opleidingen die bewust minder schriftelijk en meer mondeling zijn gaan toetsen. Want als woorden uit een mond komen (en je toon, lichaamstaal en manier van spreken kunt zien en horen) kunnen we iemands waarachtigheid en betrouwbaarheid pas echt goed inschatten. Iets korter door de bocht: minder schrijven en meer praten. Minder stellen en meer vragen.

2) …en een beetje van Berry
Maar welke vragen dan? Dat brengt me bij het begrip verantwoordelijkheid, waar Wendell Berry nogal streng over schrijft. Ik denk dat dit nodig is om op de woorden van leiders te kunnen blijven vertrouwen. Want als AI werkt op basis van de data die we er zelf in stoppen (en wij werken weer met wat AI ons teruggeeft), dan kun je in een vicieuze cirkel van karakterloze taal terechtkomen. Zonder dat iemand daar bewust voor heet gekozen. Het is gewoon gebeurd en we geven ‘het systeem’ de schuld. Daarmee pleit ik (opnieuw) niet voor het mijden van AI (al denk ik dat heel veel mensen goed zonder zouden kunnen, al was het maar vanwege het enorme water- en stroomverbruik van datacenters). Ik pleit voor het stellen van meer kritische, reflecterende vragen: wat betekent het precies om verantwoordelijkheid te nemen voor bepaalde woorden? Van wie zijn deze woorden ten diepste en waarom? Als leider moet je erop kunnen vertrouwen dat je adviseurs en schrijvers niet blind varen op hun snelle rekenmachine. Vraag dus door. En als adviseur en schrijver moet je je leider kunnen blijven bevragen op wat er voor haar/hem ten diepste op het spel staat. Levert dit oppervlakkige antwoorden op? Vraag dan door. Dus misschien is dit wel de heilige graal in tijden van AI: ‘waarom’ blijven vragen, tot je bij een antwoord komt waar je als leider ook echt verantwoordelijkheid voor wilt nemen. Ook als het gesprek eerst stil valt en de woorden haperen. Want meestal ontstaat juist in die momenten de waarachtigheid.

Taal en tijd

Een van de principes uit mijn boek Sprekend Leiderschap is dat woorden de tijd maken. De tijd(geest) heeft altijd invloed op de manier waarop je spreekt en schrijft. En leiders beïnvloeden de tijd(geest) op hun beurt met hun woorden.

Juist daarom geloof ik dat de invloed van oppervlakkige AI-taal niet op zichzelf staat. De chatbot is geen uitvinding die gedaan is een vacuüm, maar past in een langere communicatietrend. Ik ben geneigd een rechte lijn te trekken van de ‘30 second soundbite’ op tv, via de eerste talkshows naar de vlugge online filmpjes en obligate AI-marketingtaal van nu.

Met andere woorden: communicatie is in de afgelopen decennia steeds meer het vakgebied geworden dat zich richt op het (meetbare) effect in ons snelle, onderbewuste brein en minder op gelijkwaardig contact. Effectiviteit is belangrijker geworden dan waarachtigheid.

Met een sombere blik op de tijdgeest zou je kunnen zeggen dat een oppervlakkige tijd automatisch leidt tot oppervlakkige taal. Zo existentieel somber ben ik niet, al denk ik wel dat AI het risico op nietszeggendheid vergroot. Maar ik citeer wel graag de grote Augustinus: 'Zoals wij zijn, zijn de tijden.' 
En ik zet er een andere grote denker naast, ook omdat ik het niet kan laten om Václav Havel te citeren: 'De enige echte manier om onze wereld te redden, is door een diep menselijk besef van verantwoordelijkheid.'

NB: Dankzij nuttige feedback van ChatGPT en Claude heb ik een aantal argumenten aangescherpt of weggelaten. Ook wees de chatbot me op drieslagen of korte zinnetjes, die zouden lijken op AI-tekst. Noem het verzet of karakter, maar heb ik ze laten staan. Ze komen tenslotte uit mijn eigen toetsenbord.

Jan Sonneveld (BySpeech) is een ervaren speechschrijver, sprekerscoach en strategisch adviseur voor leiders,  van ministers tot managers, van ceo’s tot wethouders. Hij won tweemaal de internationale Cicero Speechwriting Award en schreef het boek Sprekend leiderschap (Uitgeverij Balans).


Met een nieuwe Google-functie bepaal je nu zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van Adformatie.

Voeg Adformatie als voorkeursbron toe aan Google
Advertentie

Reacties:

Om een reactie achter te laten is een account vereist.

Inloggen Abonneer nu

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Advertentie
Expert
Gastblog Adformatie
Advertentie

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Word lid van Adformatie

Om dit topic te kunnen volgen, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan met een persoonlijk of teamabonnement.

Al lid? Log hier in

Word lid van Adformatie

Om dit artikel te kunnen liken, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan met een persoonlijk of teamabonnement.

Al abonnee? Log hier in