Overslaan en naar de inhoud gaan

Meta eiste toestemming over communicatie van BZK met Tweede Kamer en media

Het techbedrijf wilde dat de staatssecretaris niets naar buiten zou brengen over de onderhandelingen.
Alexandra van Huffelen, die als staatssecretaris Digitalisering met Meta moest onderhandelen
Alexandra van Huffelen, die als staatssecretaris Digitalisering met Meta moest onderhandelen
©  ANP, Iris van den Broek

Meta wilde dat de rijksoverheid niet zonder toestemming zou communiceren over de onderhandelingen tussen het bedrijf en het ministerie van Binnenlandse Zaken, ook niet richting de Tweede Kamer en media. Dat blijkt uit documenten die na een beroep op de Wet open overheid zijn vrijgegeven en waarover iBestuur schrijft.

Op 31 mei 2024 stuurde Meta een conceptverklaring waarin staat dat voor mededelingen over de onderhandelingen, ook aan het parlement en de media, vooraf schriftelijke toestemming van het bedrijf nodig zou zijn. Later gaf Meta aan dat dit punt niet-onderhandelbaar is. Toenmalig staatssecretaris Digitalisering Alexandra van Huffelen schrijft aan de Tweede Kamer:

‘Als klap op de vuurpijl heeft Meta mij vorige week verzocht een geheimhoudingsverklaring te tekenen waarin onder meer is opgenomen dat ik geen enkele publieke mededeling mag doen over de verhouding en onderhandelingen met Meta, expliciet ook niet aan uw Kamer, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Meta. Dit is door Meta omschreven als een niet onderhandelbaar punt. Dit vind ik niet acceptabel in een democratische rechtsstaat.’

Advies om te stoppen

De eis van Meta kwam op een moment dat de verhouding tussen het Rijk en Meta al onder druk stond. De Autoriteit Persoonsgegevens adviseerde in het voorjaar van 2024 om Facebookpagina’s van de overheid niet langer te gebruiken zolang privacyrisico’s niet waren weggenomen.

Dat advies volgde op een eerder onderzoek van Binnenlandse Zaken, waaruit zeven hoge risico’s naar voren kwamen, onder meer rond trackingcookies en doorgifte van gegevens buiten de Europese Unie.

Mede op basis daarvan bereidde het ministerie van Binnenlandse Zaken een vertrek voor. Facebookpagina’s van onder meer het ministerie zelf, Koninkrijksrelaties en Werken voor Nederland moesten van Van Huffelen (Digitalisering, D66) uiterlijk 1 juli 2024 verdwijnen.

De directie Communicatie en de Voorlichtingsraad zagen een vertrek echter niet zitten. Zij wezen op de gevolgen voor de wettelijke informatieplicht van de overheid en de communicatiemogelijkheden van de rijksoverheid.

Uit een analyse bleek weliswaar dat de impact van het stoppen met Facebook voor kerndepartementen niet zo groot was, maar voor grote problemen zou zorgen bij uitvoeringsinstanties. Voor de politie zou stoppen met Facebook ‘bijna ondenkbaar’ zijn vanwege opsporingsberichten en werving, en het ministerie van Buitenlandse Zaken vreesde problemen met crisiscommunicatie richting Nederlanders in het buitenland.

Grote tegenstelling

De tegenstelling tussen Communicatie en de juristen binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken bleef groot. De directie Communicatie stelde drie scenario’s op: afschalen en diversifiëren, onmiddellijk stoppen of doorgaan. Maar de juristen zagen maar een uitkomst. ‘Juridisch gezien is er geen ruimte om bepaalde Facebook Pages te handhaven’, staat in een nota van 2 december 2024.

Voortzetting, ook tijdelijk, kon volgens hen alleen op basis van een politiek besluit. Daarbij werd expliciet gewaarschuwd dat de Autoriteit Persoonsgegevens mogelijk zal handhaven.

Opmerkelijk is ook een interne notitie die meldde staat dat de Voorlichtingsraad de uitkomsten van het privacyonderzoek voorlopig ‘klein gehouden’ heeft. Daarmee wordt bedoeld dat geconstateerde problemen werden beperkt tot Facebookpagina’s van Binnenlandse Zaken, hoewel duidelijk is dat ook andere ministeries maatregelen zouden moeten nemen. De Tweede Kamer moest hierover dan door BZK worden geïnformeerd. Waarom voor die beperkte benadering is gekozen, blijkt niet uit het document.

Geen maatregelen

Uiteindelijk werd er door het nieuwe kabinet een besluit genomen, op 15 oktober 2026. Staatssecretaris Eric van der Burg (Binnenlandse Zaken) bevestigde aan de Tweede Kamer dat de onderhandelingen met Meta eind 2024 zonder het gewenste resultaat zijn afgebroken. Het bedrijf heeft de gevraagde maatregelen niet genomen.

Dan maar geen Facebookpagina’s meer voor de overheid? Dat is volgens Van der Burg geen optie, vanwege ‘het belang van de communicatie naar bepaalde doelgroepen en communicatieopgaven waarvoor geen alternatief bestaat’. 

De Voorlichtingsraad krijgt de opdracht het kabinet breder te adviseren over sociale media. Een einddatum voor het gebruik van Facebook ontbreekt.

Advertentie

Reacties:

Om een reactie achter te laten is een account vereist.

Inloggen Abonneer nu

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Advertentie
Advertentie

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Word lid van Adformatie

Om dit topic te kunnen volgen, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan met een persoonlijk of teamabonnement.

Al lid? Log hier in

Word lid van Adformatie

Om dit artikel te kunnen liken, moet je lid zijn van Adformatie. 15.000 vakgenoten gingen jou al voor! Meld je ook aan met een persoonlijk of teamabonnement.

Al abonnee? Log hier in