Hoe zit het eigenlijk met de male gaze op de werkvloer in reclameland? Kiona de Vries (Calamity Jane) dook erin. Ze sprak jonge creatieven aan de vooravond van een glansrijke carrière, doorgewinterde reclamevrouwen en creatieven die gillend het pand hebben verlaten.
Na mijn vorige interview met Yascha Puts en Kiki Knoops bleef er één vraag knagen. Want hoewel vrouwelijke creatieven steeds zichtbaarder worden in advertising, blijft het boven in de industrie nog akelig stil. Op junior- en mediorniveau zag dit duo genoeg vrouwelijk talent. Maar in de top? Nauwelijks. Ze hadden zelfs nog nooit de ervaring gehad om voor een vrouwelijke creative director te werken. Dat is toch raar.
In mijn vorige column ging het ook over het feit dat wij vrouwen nog steeds harder moeten schreeuwen om gehoord te worden. Tijd om iemand te vragen die die top heeft bereikt: Kika Douglas, cco bij LePub, met een carrière van JWT Spanje via Portland, New York en Californië naar Amsterdam. Douglas bewijst in haar leidinggevende functie dat het ook anders kan. Hoe overleef je aan de top zonder de luidste stem in de kamer te zijn? Een gesprek over moed, de male gaze* en de kunst van ruimte maken voor een ander.
Hoe ben je in dit vak terechtgekomen, en hoe zag jouw weg naar cco eruit?
‘Helemaal niet volgens plan. Ik heb neuropsychologie gestudeerd. Het menselijk gedrag fascineerde mij, wat mensen beweegt en waarom ze doen wat ze doen. Maar ergens onderweg besefte ik dat ik creativiteit in mijn leven nodig had. Achteraf gezien niet geheel onlogisch: mijn grootvader was schrijver, mijn vader was uitvinder en mijn werk werd op de een of andere manier het snijvlak van die twee werelden; mensen begrijpen, verhalen vertellen, en bedenken wat cultuur zou kunnen worden.’
Toch is het niet die achtergrond waar ze zelf het eerst naar wijst als het over leiderschap gaat. Dat is haar rol als moeder. ‘Dat heeft mijn leiderschap meer gevormd dan welk bureau dan ook. Met twee zoons leer je onderhandelen voordat ze kunnen praten, en luisteren naar wat er niet gezegd wordt. Ze leren je geduld hebben en ze herinneren me er elke dag aan dat een deadline nooit zo dringend is als het klinkt.’
Op de vraag naar de mentoren die haar pad hebben gekruist, volgt geen waslijst met namen, maar een principe. Kika noemt zichzelf bevoorrecht met de mensen die onderweg deuren voor haar openden, haar uitdaagden en in haar geloofden, vrouwen én mannen. ‘Ik hou er niet van om mensen tot hun geslacht te herleiden. De tijd van hokjesdenken is achterhaald, gelukkig vinden veel mensen met mij dit ook.’
Eén les van haar moeder is haar altijd bijgebleven: ‘Spreek je uit als iets niet goed voelt. Wees niet bang.’ Advies dat haar, zo geeft ze toe, meer dan eens in de problemen heeft gebracht. ‘Toen ik jonger was, sprak ik met veel overtuiging, maar was ik daarin niet altijd tactisch. Met de jaren heb ik geleerd dat je moeilijke onderwerpen ook op een vriendelijke manier kunt vertellen. Je hoeft niet te kiezen tussen iemand de waarheid vertellen en compassie tonen. Dat staat naast elkaar. En ik denk dat het bespreekbaar maken van waarheden in onze industrie zeldzaam aan het worden is.’
Heb je hard moeten knokken om te komen waar je nu staat?
‘Absoluut, al vecht ik tegenwoordig anders. Ik heb geleerd dat voor jezelf opkomen niet betekent dat je hard moet worden. Je kunt het oneens zijn zonder mensen te vernederen. Je kunt vraagtekens zetten bij ideeën zonder de persoon aan te vallen. Je kunt mensen ongemakkelijk laten voelen door de juiste vragen te stellen, niet omdat je de discussie wilt winnen. Soms is de dapperste persoon in de ruimte simpelweg degene die zegt wat iedereen stiekem al denkt. En daar zullen veel mensen je juist dankbaar voor zijn.’
Heb je de male gaze zelf weleens aan den lijve ondervonden op de werkvloer?
‘Natuurlijk. Zoals de meeste vrouwen heb ik momenten meegemaakt waarop ik onderschat, onderbroken, weggewuifd of kleiner gemaakt werd. Maar die momenten hebben nooit bepaald wie ik ben. Ik heb waardevolle mensen ontmoet die me hebben geholpen groeien, en anderen die probeerden me kleiner te maken. Daar heb ik van geleerd.’
Ervaar je de male gaze nog dagelijks op de werkvloer of aan klantzijde?
‘Soms. Gelukkig veel minder dan vroeger. Tegenwoordig houd ik me minder bezig met de dynamiek binnen de directiekamers en maak ik me meer druk om wat zich in de wereld afspeelt. We laten een hele generatie opgroeien met platforms die vrijwel uitsluitend door mannen zijn ontworpen. Algoritmes vormen zelfvertrouwen, identiteit, relaties en eigenwaarde nog voordat die jonge hersentjes volledig ontwikkeld zijn. Ik vraag me vaak af of de wereld er anders uit zou zien als er meer moeders aan die ontwerptafels hadden gezeten. Ik vermoed van wel.’
Waarom zijn er volgens jou nog altijd zo weinig vrouwelijke creative directors?
‘We hebben enorme vooruitgang geboekt en toch moeten vrouwen zich vaak nog twee keer bewijzen voordat ze dezelfde ruimte krijgen om leiding te geven. Vaak wordt zelfvertrouwen bij vrouwen geïnterpreteerd als agressief. Ik ben lastig genoemd, emotioneel, te eigenwijs. Ik denk dat bijna elke vrouw die het tot een directiefunctie heeft geschopt, deze opmerkingen naar haar hoofd geslingerd heeft gekregen. Ik kan me goed voorstellen dat vrouwen dan afhaken. De ironie is dat ik juist heel coöperatief ben: ik hoor oprecht graag perspectieven die anders zijn dan de mijne. Maar samenwerken betekent niet dat je je mond moet houden. Als ik denk dat iets oneerlijk is, of dat we de verkeerde beslissing nemen, dan zeg ik dat.’
Dat patroon, afgestraft worden om mondigheid, heeft ze ook aan den lijve ondervonden, en niet subtiel. ‘Vóór de #MeToo-periode meldde ik ongepast gedrag van een leidinggevende. Kort daarna verdween mijn naam van een belangrijk project dat op het punt stond gepubliceerd te worden. Precies dat soort zichtbaarheid is waar een carrière naar een directiefunctie op wordt gebouwd, en waar het dus het hardst pijn doet als die wordt afgepakt. Een goede vriendin maakte iets vergelijkbaars mee bij een ander bureau. Pas met #MeToo werd zichtbaar hoe breed dat patroon was. Miljoenen vrouwen herkenden zich ineens in elkaars ervaringen en realiseerden zich: dit overkomt niet alleen mij. Die collectieve herkenning en moed veranderden het gesprek bijna van de ene op de andere dag. Het was niet alleen woede. Het was ook opluchting.’
Ben je je ooit anders gaan gedragen om gehoord te worden?
‘Eigenlijk gebeurde het tegenovergestelde. Een groot deel van mijn leven had ik het gevoel dat ik er niet helemaal bij hoorde. Pas rond mijn dertigste hield ik op met m'n best doen om erbij te passen. Vanaf dat moment ging ik juist leunen op de dingen die me anders maakten. Ik werd vriendelijker, warmer, opener, ik luisterde beter en durfde eerlijker te zijn. Anders zijn hoefde ik niet meer goed te maken. Het werd juist mijn grootste kracht.’
Domineert de male gaze het huidige industrie-aanbod nog?
‘Er is nu ruimte voor veel perspectieven, en dat is prachtig. We vertellen rijkere verhalen omdat er eindelijk meer stemmen worden gehoord. Maar representatie is geen eindstreep die je één keer haalt en dan kunt afvinken. Balans komt niet vanzelf, je moet het blijven willen, in wie je aanneemt, wie je een podium geeft, welke verhalen je kiest te vertellen. Zonder die bewuste keuzes zak je zo weer terug.’
Wat zie je nu bij jonge vrouwelijke creatieven dat jij eerder nooit zag?
‘Hun zelfvertrouwen. Hun scherpte. Dat ze niet meer sorry zeggen als ze het woord nemen. Ze stellen betere vragen dan mijn generatie deed. Af en toe zie ik een jonge vrouw in een vergadering heel even haar ogen neerslaan vlak voordat ze een idee deelt. Die aarzeling herken ik meteen. Als ik het zie, maak ik ruimte voor haar: ik vraag wat zij ervan vindt, en ik zeg tegen de anderen dat we haar moeten laten uitpraten. Soms is leiderschap niet het beste antwoord hebben. Soms is het ervoor zorgen dat de stilste stem gehoord wordt.’
Als je één overtuiging over leiderschap in deze industrie mocht slopen, welke zou dat zijn?
‘Ik zou afrekenen met het idee dat wie het hardst praat, ook het interessantst is. Sommige van de wijste mensen met wie ik heb gewerkt, zeiden juist het minst. Ik heb geleerd dat leiderschap niets met decibels te maken heeft. Het draait om de ruimte die je anderen geeft om te laten zien wat ze zelf niet voor mogelijk hielden.’
Als ik Kika zo hoor, zie ik precies de female gaze terug in haar leiderschap: kwetsbaar durven zijn, goed opletten wat er om je heen gebeurt en aandacht geven aan wie iets minder hard roept. Precies dát is het antwoord op mijn vorige column. Niet harder schreeuwen. Meer ruimte maken. Een stapje opzij, zodat de ander gehoord wordt.
*Disclaimer: male gaze en female gaze zijn perspectieven, geen geslachten. Het gaat mij dan ook niet om mannen tegenover vrouwen, maar om het perspectief zelf.
Kiona de Vries is mede-oprichter van reclamebureau Calamity Jane.
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu