Beleidsmakers, bedrijven en gewone burgers op een sympathieke, maar overtuigende manier inzicht geven in de (on)logica van klimaatgedrag. Dat is kortweg de strekking van ‘Alleen als jij het doet’, het boek dat Reint Jan Renes samen met Helga van Leur schreef. Het moest niet het zoveelste zware boek over klimaat worden. Spark some joy, dat is wel het idee.’ Hoog tijd voor een Mooij gesprek
‘Maak kennis met Montere Mo. Montere Mo is het monster dat gelooft in oplossingen. In slimme mensen. In innovatie, doorbraken en wondermiddelen. Hij is opgewekt, hoopvol en vaak heerlijk aanstekelijk. Waar Snelle Jelle zegt: doe wat makkelijk is, Comfort Charlie fluistert: hou vast aan wat vertrouwd is, en Jan & Alleman vraagt: wat doen anderen? Daar zegt Montere Mo: Maak je geen zorgen, dit lossen we wel op.’
Bovenstaande passage komt niet uit een kinderboek over zachtaardige beestjes onder je bed, ook niet uit een lespakket van Moeder Aarde, speciaal samengesteld voor argeloze brugklassers, nee het is een citaat uit ‘Alleen als jij het ook doet’, het jongste boek van Reint Jan Renes, dat hij samen schreef met ‘weervrouw’ Helga van Leur. Een populair wetenschappelijk boek is het, bedoeld om mensen die het goed voor hebben met het klimaat - en wie heeft dat nou niet? - een klein duwtje in de goede richting te geven. De toon is positief, begripvol. Doel is ons stervelingen in te laten zien waarom we doen wat we doen en vooral waarom we niet doen wat we best wel zouden willen doen. Het boek maakt inzichtelijk welke psychologische reflexen ons goede klimaatgedrag in de weg staan en hoe ons gedrag versterkt of gestuurd wordt door het systeem: door mechanismen in de buitenwereld, zoals de dagelijkse verleidingen uit de reclame of keuzes die al voor ons gemaakt zijn, lang voordat we er zelf over na kunnen denken.
Vijf ‘monsters’ onderscheiden de auteurs. Metgezellen zijn het, zo lezen we in ‘Alleen als jij het ook doet’.
‘Ze helpen ons keuzes te maken zonder voortdurend alles te hoeven afwegen. Tegelijkertijd sturen ze ons soms weg van wat we belangrijk vinden. Om ze beter te leren zien, hebben we ze een naam gegeven: Snelle Jelle, Comfort Charlie, Jan & Alleman, Montere Mo en Van Goede Wil. Ze staan voor herkenbare neigingen: de drang om te versimpelen als het ingewikkeld wordt. Het verlangen vast te houden aan wat comfortabel voelt. De reflex om eerst te kijken wat anderen doen. De geruststellende gedachte dat het later wel goedkomt. Het besef dat iets niet alleen makkelijk, maar vooral goed moet voelen.’
Renes heeft zich de monsters al aardig eigen gemaakt, zo blijkt herhaaldelijk tijdens het gesprek. ‘Dat is de Comfort Charlie in mij’, zegt hij een paar keer. Of: ‘hier spreekt Jan en Alleman.’
Hij heeft er flink tegen aangehikt, tegen die monstertypologie, bekent Renes. ‘Toen ik het schreef, dacht ik, wat gaan mijn collega-wetenschappers hiervan vinden? Alleen al het feit dat ik het heb teruggebracht tot vijf monsters. Gaan we dat echt doen?’
Omdat het te populair was?
‘Ja, dat dacht ik. Monsters. Dat is wel heel simpel gedacht. Het is niet zoiets als Inside Out, die Pixar-film over hoe emoties werken in het hoofd van dat meisje. Maar aan de andere kant, heel veel mensen zijn door die film veel beter gaan begrijpen hoe dat werkt in ons brein. Dus als het kwaliteit heeft, waarom niet.' Het moet ook niet te zwaar worden, zo’n boek, vonden de auteurs. 'Spark some joy dat was van begin af wel ons idee. Hoe kan je nou zo'n thema, dat voor heel veel mensen iets vermoeiends heeft, toch iets lichter maken. Een beetje zoals Opgeruimd, dat boek van Marie Kondo. Dat je een totaal zielloos concept als opruimen, wat voor iedereen toch vooral vervelend is, terug kan brengen tot een soort essentie van het leven. Ik vond dat heel knap. Dat wilden wij ook. Dat mensen het eigenlijk wel leuk vinden om over hun eigen klimaatgedrag te lezen en dat ook naar zichzelf toe te vertalen.’
Is dat gelukt, vind je?
‘Van alle opties die er op tafel lagen is dit wel de meest optimale vorm geworden. Het was al met al een heel gepuzzel. Hoe we het verhaal van Helga een plek moesten geven, waar we al die leuke kleine experimentjes of studies kwijt moesten. Uiteindelijk is een boek nooit af. Ik zag deze week alweer iets voorbijkomen, waarbij ik dacht oh, dat had erin gemoeten! Dat was een hele mooie studie die liet zien dat mensen vaker vegetarisch kiezen als je op de menukaart naast al dat vlees ook een klein plaatje van een varken laat zien. Dan herstel je de connectie met wat je eet. Je maakt het letterlijk dierlijk.’
Zoals je ook niet iedereen een hele vis moet voorzetten.
‘Grappig dat je die vis erbij haalt. Want in diezelfde studie bleek dat dit heel goed werkte bij varkens, maar bij vissen een stuk minder. Dus we maken ook onderscheid welke dieren we meer liefhebben dan andere. Daar ga ik dan echt op aan. Dan denk ik, oké, wat gebeurt hier nou? Daar wil ik dan een verhaal over schrijven. En dan baal ik dat het boek al klaar is.’
Het is Reint Jan Renes ten voeten uit. Gedreven door een onuitputtelijke verwondering over 'wat mensen beweegt', om dat cliché maar eens te gebruiken. En hoe moeilijker en ingewikkelder het is om dat gedrag te veranderen, hoe interessanter het voor hem wordt.
Het is ook waarom hij in 2019 vrij snel ja zei toen de Hogeschool van Amsterdam hem vroeg leiding te geven aan een onderzoeksgroep die klimaatvraagstukken vanuit gedragswetenschappen bestudeert. In Utrecht, waar hij op dat moment als onderzoeker werkte, was hij vooral met gezondheid bezig. ‘Overgewicht, dat was wel echt het thema op dat moment. Vond ik ook heel relevant. Maar ik dacht gaandeweg: als ik nou heel eerlijk ben, wat is dan het vraagstuk waar we het echt met z'n allen over moeten hebben?’
Klimaat dus. Want als er één thema is, waarvan gedragswetenschappers zeggen, daar ga je mensen niet in meekrijgen, dan is dat het wel. ‘Je moet, meer dan bij andere gedragsveranderingen, alle routines loslaten, alle gewoontes, alles wat we vertrouwen. Je moet tegen het hele lock-in van het systeem ingaan. En het moet echt collectief. Klimaat vraagt van mensen dat ze iets gaan doen waarvan ze de effecten in de toekomst misschien wel nooit zelf zullen merken. Bij gezondheid kun je zeggen: als ik me anders gedraag, slaat dat op mezelf terug. Maar klimaat is zo’n abstract vraagstuk. Dat was het zeker toen ik in Amsterdam begon. Het is nu al wat tastbaarder geworden. De hitte neemt toe, de energietransitie is voor iedereen zichtbaar. Maar toen was dat nog niet zo.’
Waar gaat het je nu om? Om het klimaat of om je vak?
‘Misschien is dat uiteindelijk toch wel mijn meest intrinsieke drijfveer: dat ik niet snap waarom we hierin niet met z'n allen handelen. Gegeven het feit dat dit probleem zo evident is, dat die klimaatwetenschappers het zo evident schetsen. Daar ligt natuurlijk wel een uitdaging: hoe gaan we die gedragswetenschappen op dit thema relevant maken.’
‘De mens is in zijn diepste wezen sociaal’
Tegelijkertijd had hij wel degelijk zorg toen hij in 2019 in Amsterdam begon. ‘Alleen nog niet zo sterk als nu. Binnen mijn onderzoeksgroep werk ik met mensen die dit vraagstuk nog dieper doorvoelen. Sommigen ook echt op de A12, zeg maar. Ik ben daarin wel met ze meegegroeid en ik ben de ernst van het vraagstuk ook steeds meer gaan voelen. Doordat je je daar steeds meer in verdiept en ook omdat we samenwerken met klimaatwetenschappers. We doen bijvoorbeeld al vier jaar lang een enorm groot project op biodiversiteit. Ik was daar hiervoor nooit zo mee bezig. Maar inmiddels zit ik wel in een fase dat ik het bijna moeilijk vind om een mug dood te slaan. Dat was bij mij vijf jaar geleden niet aan de orde.’
Dat is dus wel veranderd.
‘Ja, het is bij mij inmiddels heel natuurlijk geworden om over al die dingen na te denken en daar steeds weer een stap in te zetten. Ik heb bijvoorbeeld een nieuwe tas gekocht voor het werk om alle spullen mee te kunnen nemen. Dan denk ik, oh ja, morgen komt Rocco voor het interview. Dan moet ik voor hem ook een bekertje meenemen.’
Hij krijgt de vraag vaak: Wat doe je zelf aan het klimaat? ‘Onlangs nog, bij een interdepartementaal overleg over de verduurzaming van de woningvoorraad voor 2050. Na afloop vroeg een van de aanwezigen wat ik zelf deed. Nou, zei ik, ik heb inmiddels geen auto meer. Ik ben kleiner gaan wonen. Ik ben van bank overgestapt van ING naar ASN. Ik eet vegetarisch. Oké, oké, stop maar, zei die ambtenaar.’
Kleine stapjes, gewoon uitproberen in de praktijk. Dan valt het verwachte ongemak wel mee en wordt klimaatbewuster gedrag vanzelf vanzelfsprekender dan oude gewoontes. Hij gebruikt zijn eigen leven ook als proeflokaal, vertelt hij. Kijken wat werkt en hoeveel moeite iets kost. ‘Dat overstappen van ING naar ASN, dat schoof ik maar voor me uit. Alles weghalen bij een bank, het leek me heel ingewikkeld. Uiteindelijk bleek het veel gemakkelijker dan ik dacht.’
Terug naar het boek. Terug naar de monsters. Naar Montere Mo die eigenlijk Montere Mark had moeten heten, als het aan Renes had gelegen. Naar Mark Rutte. ‘Die had ik bij dat Monster voor ogen. Maar zo’n boek is een democratisch proces, niet iedereen was overtuigd, dus dat is uiteindelijk Mo geworden. De aanleiding was dat een van mijn onderzoekers met Mark Rutte in gesprek ging. Zij was gevraagd om iets te vertellen over de onderzoeken die we gedaan hadden. En dat zij hem helemaal vertelde over het belang van gedrag in het klimaatvraagstuk. Oké, zei Rutte, ik snap het allemaal. Maar gaat de techniek dit niet allemaal oplossen? Dan zie je toch weer die behoefte of die neiging om te denken dat we dit wel kunnen oplossen met slimme technologie of door toch in beleid een beetje iets te fixen.'
Hij komt het vaker tegen. ‘Ik had laatst een sessie op het ministerie van Financiën. Ik heb daar een uur lang heel begeesterd staan presenteren. En dan zegt iemand na afloop letterlijk: wij werken toch vooral met financiële prikkels. En we zijn er echt van overtuigd dat het vanzelf wel gaat bewegen. Dan denk ik: wat heb ik hier nu net staan te vertellen? Hoe kan het dat dit jouw reflex is? En waarom is dat zo hardnekkig?’
Renes hoopt daarom vurig dat beleidsmakers en ‘mensen die erover gaan’ het boek gaan lezen. ‘We moeten het met elkaar aandurven om vanuit gedrag naar klimaat te kijken. Om samen uit te pluizen: hoe komt het nu dat mensen toch in de weerstand schieten? Is dat terechte weerstand? Waar zit hem dat in? Want het klimaatvraagstuk is toch ook echt een gedragsvraagstuk.’
Het thema is heel belangrijk voor je. Maar toch kijk je in dit boek met een milde blik naar de mens. Ben je genuanceerder geworden, of is dat puur vanuit wetenschappelijk belang. Omdat een genuanceerde blik een beter beeld geeft.
Zeker. Toen ik in 2019 begon op dit thema was ik helemaal niet mild, ik was veel scherper dan nu. Dat begon wel steeds meer te veranderen, mildheid komt ook met de jaren. Maar zeker ook door de gesprekken met Helga. Die heeft veel meer met de industrie te maken, met commerciële partijen. We zijn daarin echt naar elkaar toe gegroeid. Zij is van origine ook wel liberaler. Maar - wat het tweede deel van je vraag betreft - ik heb ook door het schrijven van het boek, steeds meer het besef gekregen hoeveel wij vragen van mensen als het over klimaat gaat. Die vijf monsters zitten elkaar soms in de weg, de ene keer meer dan de andere, en dan is er Van Goede Wil, die in gesprek moet met die vier anderen. Soms helpen ze, maar vaker ook niet. En dan heb je ook nog eens te maken met de buitenwereld, vol verleidingen en afleidingen die interacteert met onze innerlijke monsters.’
Lang worstelde hij met het zevende hoofdstuk van het boek. Het hoofdstuk waarin de invloed van de buitenwereld op ons gedrag wordt beschreven. Waarin de monsters interacteren met verleidingen van reclame, soms verwarrende uitkomsten van klimaatonderzoek, keuzes die al voor ons gemaakt zijn (het barbecuepakket dat alleen vlees bevat) en klimaatbeleid dat van de een meer offers vraagt dan van de ander. De invloeden zijn teruggebracht tot vier V’s: Verleiden, Verwarren, Voorsorteren en Verdeling. Aan die laatste, cruciale V van Verdeling, dankt het boek zijn titel, aldus Renes. ‘Het is een titel waarin alles samenkomt. Veel beter dan in de alternatieven die er op tafel lagen, zoals de Groene Pil. En Geen Klimaatboek. Alle credits voor Barend, onze redacteur die hiermee kwam.’
Over die vierde V schrijven Renes en Van Leur:
‘Klimaatgedrag is geen individuele puzzel. Het is een collectief vraagstuk. Wat ik doe, krijgt pas betekenis in relatie tot wat een ander doet. Dat maakt het anders dan stoppen met roken, gezonder eten of meer bewegen. Klimaat gaat over een gedeeld goed. En juist daar botsen goede intenties vaak op een harde realiteit. Veel mensen zijn best bereid iets te doen. Maar bijna altijd met een impliciete voorwaarde: alleen als jij het ook doet. En als degenen met meer middelen en meer mogelijkheden misschien zelfs iets meer doen. Dat is psychologisch realisme. We zijn bereid bij te dragen, zolang de lasten en lusten redelijk verdeeld zijn.’
De bereidheid, zo niet behoefte aan sociaal gedrag is een onderschatte en onbenutte kracht in de samenleving, zegt Renes. Want de mens is in zijn diepste wezen sociaal. ‘Dat zag je ook aan het begin van de covid-crisis. Los van het feit dat je te maken had met een levensbedreigende situatie voelde je toen toch duidelijk solidariteit en cohesie. En ook bij de energiecrisis in 2022 ontstonden er allerlei gemeenschappelijke initiatieven. Daar moet je als overheid voeding aan geven. Hoe gaan we dat samen vormgeven? Hoe geven we ruimte aan die homo socialis, als dat woord zou bestaan. Hoe gaan we wat minder die homo economicus, het individueel gewin centraal stellen, maar juist het collectieve en sociale vooropstellen. Dat zit uiteindelijk veel dichter tegen geluk aan dan die calculerende burger.’
In die zin is de huidige energiecrisis een blessing in disguise voor het klimaat, zou je denken. De warmtepompen zijn niet aan te slepen.
‘Klopt. Maar ik vind het tegelijkertijd superfrustrerend dat er vanuit de overheid nog steeds zo weinig gebeurt. Dat is echt een gemiste kans. Er komt vanuit het International Energy Agency en vanuit de EU toch een heel duidelijk advies: ga met je burgers in gesprek. Misschien moeten we wat vaker thuiswerken. Misschien moeten we toch eens wat vaker die auto laten staan. Dat zijn echt hele concrete aanbevelingen. Bijna op een soort covid-niveau. En dan is de eerste respons van deze regering: dat is nog helemaal niet nodig.’
Hoe komt dat?
‘Goeie vraag. Wat verklaart toch die neiging van politici om een collectief vraagstuk, want dat is dit, niet collectief te maken. Waarom zeg je nu niet: dit is een grote opgave, dit is wat wij gaan doen als overheid. Maar we gaan ook iets aan anderen vragen: aan bedrijven, burgers. Dit kunnen we met z'n allen doen. Dan heb je volgens mij een heel goed verhaal. Maar de eerste reactie is nee. We hebben nu genoeg reserve. Ik vind dat zo teleurstellend. Kennelijk durven we het niet aan om dat gesprek met de burger aan te gaan.’
Ach, het is een minderheidskabinet.
‘Ja en uiteindelijk een relatief liberaal en conservatief kabinet. Een mix van twee dingen. We gaan mensen niet vertellen wat ze moeten. En we gaan ook niet te veel gekke dingen doen. Ik snap het wel vanuit hun achtergrond. Maar misschien moet men toch meer naar de eigen reflex kijken. Dat is uiteindelijk wat we met dat boek beogen. Dat niet alleen burgers maar ook beleidsmakers en politici zich realiseren: we hebben allemaal automatische reflexen. Misschien moet ik daar iets mee.’
Gedragswetenschapper Reint Jan Renes is sinds 2019 lector Psychologie voor een Duurzame Stad aan de Hogeschool van Amsterdam. Hiervoor was Renes als lector Crossmediale Communicatie verbonden aan de Hogeschool Utrecht en universitair hoofddocent Strategische Communicatie aan Universiteit Wageningen. Hij promoveerde in 2005 in de Sociale Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Renes bekleed talloze nevenfuncties. Hij is onder meer lid van de NWO, lid van de wetenschappelijke werkgroep Nationaal Burgerberaad Klimaat. In 2023 ontving Renes de Deltapremie, een prijs voor lectoren die met onderzoek een onderscheidende bijdrage leveren aan de samenleving.
Rocco Mooij was jarenlang journalist en hoofdredacteur. Sinds een aantal jaar adviseert hij bedrijven en topbestuurders over hun communicatiebeleid en mediastrategie.
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu