En weer had ik een mooi gesprek met een communicatiebaas. De sympathieke Alex Sheerazi, de man met het timbre van een Schubertbariton. De afgelopen acht jaar verantwoordelijk voor de communicatie met de aardbevingsslachtoffers (10x woordwaarde) in Groningen. Hij vond het lijntje tussen de zoektocht naar zijn vader en de rest van het verhaal ‘wat dun’, zei Alex Sheerazi na lezing van mijn verslag van het interview. Daar had hij gelijk in. Hoe zit het dan, vroeg ik hem. Leg het eens in drie zinnen uit. Nee… Daar hebben we nog een tweede gesprek voor nodig, zei hij.
Papier is geduldig, maar een deadline niet. Dus voor nog een gesprek was geen tijd. Bovendien, veel van wat er tijdens die interviews ter sprake komt, kan ik toch niet kwijt. Ondanks de ruimte die ik krijg.
Met Alex Sheerazi sprak ik onder meer over hoe het is om een social climber
te zijn. Hoe je toch altijd het gevoel houdt dat je de codes niet snapt, dat de finesses in de omgangsvormen je ontgaan, waardoor je je net even minder voelt dan de anderen. De anderen die zo gewichtsloos door het leven zweven. Althans dat denk je, omdat jij uit een buurt komt waar de straatverlichting vaker knipperde en het vuilnis bleef liggen.
Maar Alex, je bent toch een communicatiekanjer, zei ik tegen hem. Je hebt de Noord-Zuidlijn van de reputatieondergang gered. Dat laatste was een kwestie van mazzel, dat lag niet aan hem.
Dat is waarom mensen uit achterstandswijken, arbeidersmilieus, bijstandsgezinnen en andere verschoppelingen nooit een kwartje worden. Ze zien zichzelf zelden als vader van het succes.
Ik ben een boertje van buut’n. zei hij. Eens een Drent, altijd een Drent. Tussen die mensen voel ik me thuis. Geen man van de wereld, zoals…hij noemde de naam van een bekende vakgenoot. Die flair, dat adremme, die savoir vivre. Hij werd er altijd een beetje onzeker van, gaf hij toe.
Maar laten we het eens omdraaien. Mijn theorie: als je voor een dubbeltje geboren bent, ben je een betere communicatieman/vrouw. Om de simpele reden dat je de noden van de kleine man, de worsteling van de gewone burger, de behoeften van Het Volk beter begrijpt. Omdat je niet a priori de kant kiest van de directie, van het bedrijfsbelang. Professionals uit lagere sociale milieus, mensen die de lange ladder van het maatschappelijke succes zijn opgeklommen, hebben eerder een intrinsieke motivatie om het voor de verdrukten op te nemen dan hun vakgenoot uit het goede nest. Ze gaan niet voor de massa, maar voor de mens. Omdat ze zichzelf herkennen. Of, als we toch aan het psychologiseren zijn: omdat ze zichzelf willen behoeden voor de armoe en de onmacht van vroeger. Want de vrees dat je uiteindelijk weer terechtkomt in zo’n gammele naar doorgekookte zuurkool ruikende flat met dunne wanden, een eindeloze galerij en vieze liften die het meestal niet doen, die vrees ligt dicht aan de oppervlakte. Ha!
Een wankele theorie, ik geef het toe. Maar het is wel mijn ervaring. En het is in ieder geval interessant om over na te denken.
Het viel me op in het gesprek met Alex. Het deed hem bijna pijn dat hij al die schrijnende gevallen in de mal van dat ‘verfoeilijke’ doelgroepdenken moest gieten. Een worsteling noemde hij het. Ik sprak met hem over zijn behoefte om de deuren en luiken open te gooien. Omdat het eerlijk is, zei hij. Daar zag ik weer een bewijs van mijn theorietje in.
De strijd die hij daarvoor moest leveren. Ook met vakgenoten, met woordvoerders op het stadhuis die vooral bezig waren doofpotten aan te slepen als ze een dof plekje op de zorgvuldig opgepoetste buitenkant zagen.
Laat het zien, is Sheerazi’s advies. Leg het uit. Zeg dat je ervan baalt. Juist dan nemen mensen je serieus.
Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Hij voerde de strijd op het scherp van de snede in Amsterdam, waar mensen om de wethouder heen een vertraging van de Noord-Zuidlijn weg wilden spinnen. De boodschap zacht laten landen, heet dat dan in het Handboek Communicatie. Een leger aan woordvoerders buigt zich over zinnen die eindeloos worden bijgeschaafd. Ze leveren verzachtende woorden aan, als blusemmers bij een hotelbrand.
Alsof de burger niet goed bij zijn hoofd is.
Woordvoerders die denken dat ze wethouder zijn, die voor de minister gaan staan en wel even bepalen wat er naar buiten mag: hij ergerde zich er enorm aan.
Dat raakt aan het vertrouwen van de burger in de overheid, zei hij.
In Amsterdam bereikte het conflict over de vertraging van de metrolijn een kookpunt. Sheerazi verloor, moest zijn trots inslikken. Zichzelf verloochenen, zegt hij achteraf, met spijt.
De macht won.
Hadden we anders verwacht?
Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu