De eiwittransitie in Nederland hapert. Waar supermarkten de afgelopen jaren voorzichtig opschoven richting meer plantaardig, laat 2025 voor het eerst weer een daling zien. Volgens de nieuwste Eiweet-meting van ProVeg Nederland en de Green Protein Alliance komt het aandeel plantaardige eiwitten uit op 42,6 procent – een lichte terugval ten opzichte van 2024. Daarmee raakt niet alleen het tussendoel van 50 procent uit zicht, maar komt ook de ambitie van 60 procent in 2030 in gevaar.
De cijfers leggen een fundamentele vraag bloot: wie is nu echt verantwoordelijk voor het vlot trekken van de eiwittransitie? Is dat de supermarkt, de fabrikant, de overheid – of toch de consument?
NGO: ‘Vrijwilligheid heeft zijn grens bereikt’
Voor ProVeg Nederland, de NGO die plantaardige voeding en alternatieve eiwitten stimuleert, is de boodschap helder: de huidige aanpak schiet tekort. De organisatie spreekt van een ‘wake-up call’ voor de sector. Jarenlang werd ingezet op vrijwillige stappen van supermarkten – van prijsverlagingen tot betere schapposities – maar dat blijkt onvoldoende om structurele gedragsverandering te realiseren.
Volgens ProVeg ligt de sleutel bij de retail, die de voedselomgeving vormgeeft. Maar die sleutel wordt nog te voorzichtig gebruikt. Waar in 2024 nog werd geëxperimenteerd met prijspariteit (vlees- en plantaardige producten even duur), en minder vleesaanbiedingen, bleef het in 2025 opvallend stil. Ondertussen domineren dierlijke producten nog altijd het aanbod, de promoties en de winkelmandjes.
De NGO ziet wel lichtpuntjes, zoals de opkomst van hybride producten – vlees waarin plantaardige ingrediënten zijn verwerkt. Die kunnen volgens ProVeg een brug slaan naar een bredere doelgroep. Maar zonder aanvullende maatregelen blijft het effect beperkt.
De impliciete boodschap: als de sector niet zelf met een overtuigend plan komt, ligt dwingendere wetgeving op de loer.
Overheid: regie zonder harde ingrepen
Aan de kant van de overheid houdt minister Jaimi van Essen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur vast aan de nationale doelstelling van 50 procent plantaardig in 2030. Maar de route daarheen blijft vooralsnog voorzichtig.
Het kabinet kiest nadrukkelijk voor stimulering in plaats van dwang. Geen vleestaks, geen verbod op vleesreclames – althans voorlopig. In plaats daarvan wordt ingezet op het beïnvloeden van de ‘voedselomgeving’: meer plantaardig aanbod, afspraken met retailers over prijs en promotie, en publiekscampagnes.
Tegelijkertijd erkent het ministerie dat de huidige cijfers weinig reden tot optimisme geven. De consumptie ligt nog altijd rond de 60 procent dierlijk, en beweegt nauwelijks. Daarom wordt gekeken naar instrumenten om meer ‘collectieve slagkracht’ te creëren, zoals rapportageverplichtingen en sectorbrede afspraken.
Dat klinkt allemaal als meer praten, onderzoeken en overleggen. De can do spat er nog niet vanaf. Je zou kunnen zeggen dat de overheid daarmee laveert tussen regie en terughoudendheid. Ze wil sturen, maar niet forceren. Hoe lang blijft dat houdbaar blijft als de doelen verder uit zicht raken.
Wie praat mee?
In dit stuk zetten we op een rij hoe de eiwittransitie er op dit moment voorstaat, waar de kansen en bedreigingen liggen voor de doelen die in 2030 bereikt dienen te worden. Marketeers, werkzaam bij fabrikanten en supermarktretail, én hun toeleveranciers (strategische marketing- en creatieve bureaus), spelen hier ook een rol in. In een follow-up op dit stuk, gaat Adformatie in op de kansen die marketing en reclame bieden. Wil je daaraan bijdragen? Mail naar roderick@adformatie.nl.
Fabrikanten: innovatie is er, maar schaal ontbreekt
De industrie, vertegenwoordigd door de FNLI, wijst erop dat innovatie niet het probleem is. Volgens de brancheorganisatie worden nog altijd nieuwe plantaardige producten ontwikkeld, en zijn betaalbare opties – zoals peulvruchten – al breed beschikbaar.
De stagnatie zit volgens de fabrikanten elders. Plantaardige producten zijn complexer om te ontwikkelen, vragen meer R&D en missen nog schaalgrootte. Daardoor blijven prijzen relatief hoog. Een narratief overigens dat we op zijn minst al vijf jaar horen. Niettemin, prijs is, samen met smaak, nog altijd doorslaggevend voor consumenten.
Opvallend is dat de industrie de verschuiving naar hybride producten nadrukkelijk omarmt. Waar volledig plantaardige alternatieven vooral een nichepubliek bedienen, zouden hybride varianten juist de massa kunnen bereiken. Minder radicaal, maar potentieel effectiever.
Tegelijkertijd schuift de FNLI een deel van de verantwoordelijkheid door. Fabrikanten bepalen niet de supermarktprijzen en hebben beperkt invloed op promotie en positionering. Daarmee komt de bal opnieuw bij de retail te liggen.
Supermarkten: verantwoordelijkheid erkend, maar afhankelijkheid blijft
De supermarkten, verenigd in het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), erkennen hun rol in de transitie. Ze wijzen op stappen die al zijn gezet: een groter plantaardig assortiment, betere zichtbaarheid in het schap, en investeringen in communicatie.
Maar tegelijk benadrukken ze de grenzen van hun invloed. Consumentengedrag, prijsperceptie en maatschappelijk draagvlak remmen de omslag. Met andere woorden: de supermarkt kan sturen, maar niet afdwingen.
Daarmee verschuift het CBL de focus naar ketensamenwerking. De organisatie pleit voor een gezamenlijke aanpak met overheid, producenten en maatschappelijke partijen. Initiatieven zoals het ‘More Plant Based Action Plan’ moeten die samenwerking concreet maken. Dat is kinderschoenenwerk. Het gaat om een beleidsdocument dat nog in de conceptfase zit. Het circuleert vooral binnen de sector.
Dat klinkt allemaal aardig, maar goed, terwijl supermarkten op hun inspanningen wijzen, laten de cijfers zien dat dierlijke producten nog altijd dominant zijn in promoties en schapposities. De vraag blijft in hoeverre commerciële prikkels – zoals marges en marktaandeel – zwaarder wegen dan duurzaamheidsambities. Het recente besluit van Jumbo om vleesaanbiedingen te herintroduceren, is veelzeggend. De rest van de CBL-leden deed niet mee. Jumbo leed afzetverlies. En drukte vleesaanbieding-knop weer in.
Voorlopige analyse: iedereen verantwoordelijk, niemand de baas
Wat opvalt in alle perspectieven is een klassiek patroon van gedeelde verantwoordelijkheid – en daarmee ook gedeelde vrijblijvendheid.
- De NGO roept op tot actie, maar heeft geen formele macht.
- De overheid stuurt, maar schuwt harde ingrepen.
- De industrie innoveert, maar mist schaal en invloed op de winkelvloer.
- De retail heeft de meeste directe impact, maar balanceert tussen idealen en concurrentie.
Het resultaat: een systeem waarin iedereen een rol heeft, maar niemand de regie volledig pakt. De roep om ‘collectieve slagkracht’ is dan ook veelzeggend. Individuele koplopers lopen tegen grenzen aan – wie te ver vooruitloopt, riskeert marktaandeelverlies. Zonder sectorbrede afspraken blijft de prikkel om echt door te pakken beperkt.
Daarmee komt de bal uiteindelijk toch weer bij de overheid te liggen. Alleen zij kan het speelveld fundamenteel veranderen, bijvoorbeeld via prijsprikkels, regelgeving of bindende afspraken. Maar zolang die stap uitblijft, blijft de transitie afhankelijk van vrijwillige beweging.
De paradox van de consument
Op de achtergrond speelt nog een andere paradox. Uit onderzoek blijkt dat een meerderheid van de Nederlanders vindt dat we meer plantaardig zouden moeten eten. Maar in de supermarkt vertaalt die overtuiging zich nauwelijks in gedrag. Dat is precies waar de discussie over de ‘voedselomgeving’ om draait. Gedrag wordt niet alleen bepaald door intentie, maar vooral door wat zichtbaar, betaalbaar en makkelijk is. En daar ligt een ongemakkelijke waarheid: zolang vlees dominant aanwezig en aantrekkelijk geprijsd blijft, zal de consument die keuze blijven maken – ongeacht goede intenties.
Slot: van intentie naar ingreep
De eiwittransitie in Nederland bevindt zich op een kantelpunt. De eerste fase – die van experimenten en vrijwillige stappen – lijkt zijn plafond te hebben bereikt. De volgende fase vraagt om scherpere keuzes, duidelijkere regie en mogelijk ook minder vrijblijvende maatregelen. Martine van Haperen, expert Voeding en Gezondheid bij ProVeg verwoordt het zo: ‘De voedselomgeving bepaalt in hoge mate wat mensen kopen en eten. Het is daarom niet realistisch en onterecht om alle verantwoordelijkheid voor een meer gezonder en duurzamer voedingspatroon bij de consument neer te leggen. De supermarkten hebben de afgelopen jaren de eerste stappen gezet om plantaardig eten beter toegankelijk te maken. Tegelijkertijd zetten ze nog vol in op het promoten van vlees en bieden ze steeds meer producten aan waar extra dierlijk eiwit aan is toegevoegd. Als we echt willen dat Nederland meer plantaardig gaat eten, moeten de prikkels die de consument krijgt in overeenstemming zijn met dat doel. Pas als dat gebeurt, zullen we een verschuiving zien in het nationale voedingspatroon.’

Reacties:
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Abonneer nu